Taaltip: ‘Citroen en munt zijn / is een lekkere combinatie’
‘Citroen en munt zijn een lekkere combinatie’ heeft de voorkeur.
In zinnen zoals deze, met een naamwoordelijk gezegde, is het soms niet direct duidelijk wat het onderwerp is. Het werkwoord zijn is juist als het meervoudige citroen en munt het onderwerp is; als het enkelvoudige een lekkere combinatie het onderwerp is, is het enkelvoud is juist.
Het ligt in deze zin het meest voor de hand om citroen en munt als het onderwerp op te vatten: dáár wordt iets over gezegd, namelijk dat ze een lekkere combinatie vormen.
Ook in de ‘omgekeerde’ zin is zijn goed: ‘Een lekkere combinatie zijn citroen en munt.’ Maar in dat geval kan men ook een dubbele punt schrijven en voor is kiezen: ‘Een lekkere combinatie is: citroen en munt.’ (Zie ook deze adviestekst.)


Praat mee