Tweede Kamer wil weten wat kabinet doet tegen buitenlandse beïnvloeding op sociale media
De Tweede Kamer wil weten wat het kabinet gaat doen om beïnvloeding door buitenlandse actoren op sociale media tegen te gaan. Niet alle partijen zien hetzelfde gevaar, maar een ruime meerderheid van de Kamer wil wel dat er meer gebeurt om de mogelijkheden tot beïnvloeding te verkleinen.
Tweede Kamerlid Barbara Kathmann van PRO vroeg zich in een debat af waarom het kabinet het pikt dat bigtechbedrijven wetten niet naleven en waarom Nederland dat pikt.
“We worden er allemaal bijgenaaid. Wanneer gaan we eindelijk totale transparantie afdwingen?” Volgens Kathmann is een oplossing dichtbij. De bedrijven achter de sociale-mediaplatforms moeten openheid geven. “Alle informatie die nodig is om buitenlandse beïnvloeding te stoppen, is er al bij die bedrijven.”
‘Zie jij geen gevaren?’
Daniël van den Berg van JA21 zag het gevaar ook, maar hij vreesde ook dat het inperken daarvan al snel uitkomt op het beperken van de vrijheid van meningsuiting. “We moeten terughoudend zijn met censuur en discussies sturen.”
“Zie jij geen gevaren rond sociale media, buitenlandse inmenging en verkiezingen?”, vroeg Tijs van den Brink (CDA) aan Van den Berg. Die zei dit wel te zien, maar volgens hem moet dat niet ten koste gaan van vrijheid van meningsuiting. Kathmann zei dat Van den Berg het probleem “bewust bagatelliseert”.
Ook Dogukan Ergin (DENK) en Sarah el Boujdaini (D66) riepen het kabinet op om meer te doen tegen de buitenlandse inmenging en de rol die verslavende algoritmes van grote techbedrijven hierbij spelen.
Boetes
Staatssecretaris Willemijn Aerdts (Digitale Soevereiniteit, D66) erkende de zorgen van Kathmann over socialemediabedrijven die zich niet aan de wet houden. “Het simpele antwoord hierop zijn boetes, maar ik deel de zorgen. Tot nu toe staan die bedrijven nog niet vooraan in de rij om zich in te spannen.”
Kathmann en ook Ergin zeiden dat meer regels in ieder geval niet gaan helpen, omdat de bedrijven zich daar dan ook niet aan houden.
“Het kabinet moet een stevigere positie innemen, ook in Europa”, aldus Ergin. Kathmann vroeg om stevigere consequenties dan boetes. Aerdts zei dat strengere maatregelen, als ze nodig zijn, eerst in Europa besproken worden.
Volgens minister Pieter Heerma van Binnenlandse Zaken ontbreekt structurele opsporing van buitenlandse inmenging. Daarom gaat hij een detectieorganisatie opzetten. Daarbij wil hij leren van landen als Taiwan en Zweden, die daar volgens de CDA-minister verder in zijn.


Praat mee