Noodgedwongen verliet Joost Bosman Moskou: ‘In Georgië heb ik het idee dat er een last van mijn schouders valt’
Eén van de laatste twee Nederlandse correspondenten in Rusland, Joost Bosman, verliet noodgedwongen het land toen een van zijn opdrachtgevers – het AD – niet meer in wilde staan voor zijn persaccreditatie. Vanuit het nabijgelegen Georgië gaat Bosman onverschrokken door met zijn werk, nu zonder de handrem erop.
Zongebruind toont Joost Bosman via een videoverbinding het terras van zijn stekje in de Georgische hoofdstad Tbilisi. Het onderkomen is tijdelijk. Vooralsnog verblijft hij in een Airbnb, deze week tekende hij het huurcontract voor zijn woning. Na ruim tien jaar in Moskou is de Georgische hoofdstad voorlopig zijn uitvalsbasis.
De verhuizing was niet van harte. Liever was Bosman gewoon in Moskou gebleven. ‘De opties waren beperkt’, zegt hij terwijl hij een sigaret opsteekt.
In de verte raast het verkeer, de Georgische heuvels achter hem zijn lommerrijk en groen. De zon schijnt fel. ‘Kazachstan was bijvoorbeeld geen logische optie: ver weg van Europa en weinig Russische intellectuelen.’
In juni werkte Bosmans’ belangrijkste opdrachtgever, het AD, niet langer mee aan zijn persaccreditatie. ‘Iedere drie maanden moest ik tekenen voor zijn visum. Dat deed ik altijd met een zwaar gemoed. Omdat ik dacht: waar teken ik eigenlijk voor? Op het moment dat ik die handtekening zet, sta ik in voor zijn veiligheid’, zei AD-hoofdredacteur Rennie Rijpma op Radio 1.
Bosman is naast het AD ook werkzaam voor het Financieel Dagblad, BNR, EenVandaag en EW. Het AD was verantwoordelijk voor zijn visum.
Enkele maanden voorafgaand aan de uitspraak van Rijpma wist Bosman al dat zijn visum niet verlengd werd en dat hij het land moest verlaten. Dus was hij vooral bezig met de op handen zijnde verhuizing. Dat was niet makkelijk. Zijn Russische partner krijgt niet zomaar een Schengenvisum.
‘Vroeger, voor de oorlog, vulde je één formuliertje in op de Nederlandse ambassade in Moskou voor een EU-visum. Nu gaat dat niet zo makkelijk meer.’ Om het visumproces te vereenvoudigen zijn de twee onlangs verloofd en treden ze binnenkort in Tbilisi in het huwelijk. ‘Mijn partner ontdekte dat je in Georgië in één dag kan trouwen. Het is net als in Las Vegas. Het visum is vooral bedoeld om haar voor te stellen aan mijn Nederlandse familie en vrienden. Vooralsnog blijf ik gewoon hier.’ Na het huwelijk keert zijn partner terug naar Rusland om voor haar dementerende moeder te zorgen.
Bosman was samen met Geert Groot Koerkamp – werkzaam voor de NOS en de Volkskrant – de enige resterende Nederlandse correspondent in Rusland. Met het uitbreken van de oorlog in Oekraïne vertrokken ze één voor één, de een gedwongen en de ander omdat de veiligheidssituatie steeds precairder werd. Nu is alleen Groot Koerkamp nog over.
Enkele maanden geleden stuurde ik Groot Koerkamp en jou een interviewverzoek over jullie werk als Ruslandcorrespondenten. Dat wilden jullie niet: één woord kan al verkeerd vallen. Voel je je nu comfortabeler?
‘In Georgië, maar ook in Nederland, heb ik het idee dat er een last van mijn schouders valt… Dat ik een stuk vrijer kan praten.’
Tegelijkertijd vond je het belangrijk om de ‘ogen en oren’ van de Nederlandse lezers in Rusland te zijn, vertelde je aan de PZC.
‘Het was niet mijn keuze om te vertrekken, al kon ik een stuk minder doen dan voorheen. Ik werd altijd geconfronteerd met de FSB [Russische veiligheidsdienst, RdQ], op verschillende manieren. Ze waren altijd vriendelijk en beleefd. Maar ik ken collega’s die geschaduwd werden en hinderlijk gevolgd werden door lokale camerateams. Het feit dat ik nog steeds in Rusland was, had een meerwaarde: de opstand van Wagner, de verkiezingen van afgelopen jaar, de dood van Navalny…’
Je bent Rusland niet helemaal ontvlucht. Jouw uitvalsbasis Tbilisi staat sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne te boek als een pleisterplaats voor uitgeweken Russen.
‘Er is hier een Russische intellectuele gemeenschap neergestreken, van academici en mensenrechtenactivisten tot advocaten. Zij kunnen je óók hun verhaal over Rusland vertellen. En ze hebben ’t voordeel dat ze hier vrijer kunnen praten dan in Rusland. In Moskou zijn best veel van mijn contacten en bronnen verdwenen – naar het buitenland of ze nemen hun telefoon niet meer op als ik bel.
In Moskou had ik nog maar een klein groepje van hele moedige Russen die nog met me wilden praten. Hen spreek ik nog.’
Waarom vertrok je elf jaar geleden naar Rusland?
‘In de jaren ’90 studeerde ik Ruslandkunde. In diezelfde periode woonde ik een half jaar in Moskou. Vervolgens rolde ik de krantenwereld in, eerst bij de PZC, later bij de centrale redactie van de Wegener-dagbladen [overgenomen door De Persgroep en later opgegaan in het AD, RdQ]. Daar probeerde ik berichtgeving over Rusland en de voormalige Sovjet-Unie zoveel mogelijk naar mij toe te trekken.
In 2013 zochten ze een nieuwe correspondent. Ik had al eerder gesolliciteerd op die functie en werd steeds de tweede of het was financieel niet haalbaar. En toen werd ik gevraagd. Eigenlijk had ik er al niet meer op gerekend dat ’t ooit nog zou gebeuren, correspondent worden in Rusland. Dus ik zei “ja”. Spijt heb ik er nooit van gehad.’

Nemen jouw opdrachtgevers genoegen met het feit dat jouw bijdragen nu uit Georgië komen?
‘Sommigen zeiden: “Je zit daar, ga lekker door met je werk”. Werk heb ik vooralsnog genoeg. Ik heb contacten in Moskou, ik kan mensen bellen en vragen hoe het eraan toegaat. Maar het is altijd beter om daar in Moskou te zijn. Omdat je dingen ziet, hoort, ruikt en voelt die je vanuit hier niet kunt zien en voelen.
Dat gevoel zal steeds minder worden. Hoe langer je weg bent, des te moeilijker het wordt. Maar ik heb genoeg vrienden in Moskou die voxpops voor mij kunnen doen.’
Je wist al een tijdje dat je Rusland zou verlaten, dat proces duurde enkele maanden. Ondertussen draaide de wereld door. Is dat geen gekke gewaarwording?
‘In Rusland moest je de laatste twee jaar steeds beter oppassen. Als je in de metro zat en op je telefoon iets over Oekraïne las, dan was het verstandiger om je handen om het telefoonscherm houden zodat niemand kon meelezen. Er zijn genoeg gevallen bekend van mensen die door de politie uit de metro zijn gehaald omdat ze een YouTube-filmpje van de Oekraïense premier Zelensky bekeken. Dat had mij ook kunnen overkomen. Het zijn zulke kleine dingen, weet je…’
Anderzijds kun je zeggen: een correspondent uit dat kleine landje aan de Noordzee, hoe groot is het risico?
‘Dat was het tegenargument voor mij om mijn visum wél te laten verlengen. Als Amerikaan of Brit loop je een aanzienlijk groter risico. De meesten Britten en Amerikanen zijn ook vertrokken. De kans dat ik als Nederlander opgepakt zou worden is vrij klein. Daar moet je wel aan toevoegen: je wéét het niet. Als Nederlander is de logica van de Russen onmogelijk te doorgronden. Er hoeft maar één FSB’er te zijn die een target of een wit voetje bij zijn baas moet halen.’
Verschillende Nederlandse collega’s moesten Rusland verlaten door een ‘niet betaalde verkeersboete’ of een visum dat eenzijdig geannuleerd werd. Je ontsprong de dans.
‘Ik wel. Een Duitse collega kreeg een boete omdat hij iets geschreven had over het Bloedbad van Boetsja, een Spaanse collega kreeg een telefoontje met de mededeling dat hij binnen 24 uur moest vertrekken, anders had ‘ie een probleem. Dat toonde voor mij aan dat het een echt, realistisch scenario was dat je zomaar moest vertrekken.’
Het lijkt alsof de Russische autoriteiten speldenprikjes uitdelen aan Westerse journalisten om hen te intimideren.
‘Ze waarschuwen wel, voorafgaand. Het échte scenario – dat wil je niet. Maar het kán wel opeens zo zijn. Voor mij was die kans niet zo groot, maar ook niet nul.
En Geert Groot Koerkamp is er, samen met zijn cameraman Faik Geci, nog steeds. Het is van groot belang dat we hen blijven volgen – want ze doen heel belangrijk werk en hebben een waardevolle taak. Het is belangrijk dat er mensen achterblijven en het verhaal vertellen. Zij zijn onze ogen en oren.’
Is dit een definitief afscheid van Rusland voor jou?
‘Voorlopig wel. Hier in Tbilisi ga ik niet met de handrem erop schrijven. In Rusland maakte ik van mijn hart geen moordkuil, maar je houdt je aan de regels. Ik schreef niet over een “oorlog” maar over een “speciale militaire operatie”, met daarna in aanhalingstekens “zoals Rusland het grootschalige bloedvergieten in Oekraïne bagatelliseert”. Je dacht iets beter na over wat je opschreef. Dat doe ik nu niet meer.
Maar mocht ik ooit, onder dit regime, terugkeren naar Moskou, al zij het als toerist, dan kunnen ze mij oppakken.’
Joost Bosman (1969) studeerde Oost- Europese en Russische Studies aan de Universiteit van Amsterdam en werkte van 1995 tot 1996 voor het Nederlands Dagblad vanuit Moskou. Van 1998 tot 2001 was hij regionaal verslaggever voor de PZC in Zeeuws-Vlaanderen en later redacteur binnenland/buitenland/economie voor PZC en de Wegener-kranten. In 2013 vertrok hij naar Moskou als correspondent voor onder meer De Persdienst, De Tijd (België), het AD, BNR Nieuwsradio, EenVandaag, Het Financieele Dagblad en EW.


Praat mee