Yara van Buuren, parlementair journalist voor Trouw: ‘Je moet in Den Haag zelf je broek ophouden’
Een nieuwe, opvallend jonge generatie parlementair verslaggevers nestelt zich in de Haagse politiek op het Binnenhof. Wie zijn ze, wat drijft ze en doen ze hun werk anders dan hun 'oudere' voorgangers? In deze serie spreekt Villamedia met hen. Deel drie met Yara van Buuren (27), parlementair journalist voor Trouw.
‘Na mijn studie internationale betrekkingen wilde ik iets bijdragen aan de wereld, via de Verenigde Naties, bijvoorbeeld. In een tussenjaar liep ik stage bij een non-gouvernementele organisatie. Die organisaties krijgen miljoenen euro’s aan subsidies, maar wat bereik je nou daadwerkelijk? Dat kan jaren duren. Daar ontstond de wens om zaken meer te controleren - politiek en zulke organisaties ter verantwoording te roepen, zaken naar boven te halen en écht een verschil te maken.’
‘Het schrijven van essays op mijn studie vond ik altijd leuk. Maar mijn ouders lazen geen krant - nu wel Trouw, overigens - ik ben er niet mee opgegroeid. Het beroep van journalist was van huis uit minder vanzelfsprekend.’
Lees ook het eerste deel van deze serie: Wafa Al Ali, parlementair journalist voor NRC: ‘Ik vind het leuk om onderwerpen te agenderen, nu hobbel ik achter de feiten aan’
‘Bij het Open Eyes Institute volgde ik een cursus in onderzoeksjournalistiek. Dat voelde gek, zonder journalistieke ervaring. Daar leerde ik veel. “Ga er maar naar toe, pak de telefoon en stel vragen”, was het devies. Tegelijkertijd sloeg ik een paar stappen over: ik had nog nooit een nieuwsbericht geschreven.’
‘Tijdens mijn master journalistiek was ik nog zoekende, wat wil ik nou: radio, tv of schrijven? Als stagiair kwam ik terecht op de economieredactie van Trouw. De krant was overigens mijn tweede keuze op mijn lijstje met stageplaatsen, haha. Maar met de kennis van nu ben ik erg blij dat ik deze keuze gemaakt heb.’
‘Ik kon er veel doen, want nieuws was er toch altijd wel. Zo rolde ik overal een beetje in. Toen ik een tijd aan de nieuwstafel zat werd ik gebeld door een lid van de hoofdredactie: een collega op de Haagse redactie zou met zwangerschapsverlof gaan. Of dat wat voor mij was? Ze zei er wel bij dat het een uitdagende functie zou zijn…’
‘Ze namen best een grote gok, je moet in Den Haag zelf je broek ophouden. Van tevoren was ik gewaarschuwd dat er weinig ruimte voor begeleiding was, omdat de werkdruk hoog is. Ik wilde het op z’n minst proberen: dan kon ik nog altijd concluderen dat het niets voor mij zou zijn.’
‘Een week voor Prinsjesdag begon ik. Zo viel ik er direct lekker in, met de Algemene Politieke Beschouwingen. Dankzij de val van het kabinet begon alles ook weer opnieuw in Den Haag, een nulmoment.’
Lees ook het tweede deel in deze serie: Mats Akkerman, parlementair verslaggever voor BNR: ‘Je wordt verrassend snel onderdeel van het ecosysteem van Den Haag’
‘Nog steeds heb ik het idee dat ik lang niet alle Kamerleden heb gesproken. Als je hier pas rondloopt ben je vooral bezig met het opzetten van een netwerk. Bijna alle Kamerleden staan er wel voor open om te vertellen waar ze mee bezig zijn.’
We willen wegblijven van het spel en de poppetjes
‘Trouw is, in vergelijking met de andere kranten, best klein. We proberen ons te onderscheiden door onze eigen, scherpe keuzes te maken. Democratie en rechtsstaat, bijvoorbeeld. De belangrijkste vraag die we ons stellen is: wat willen onze lezers wel en niet lezen? Waar hebben mensen baat bij? We willen wegblijven van het spel en de poppetjes, alle speculaties over wie de nieuwe premier wordt. Maar ja, soms moet je wel. In het reces is er genoeg tijd om mijn eigen interesses en nieuwsgierigheid te volgen.’

Foto: Phil Nijhuis
‘Zeker in het begin vond ik het een vreemde gewaarwording om bijvoorbeeld met Caroline van der Plas (BBB-leider, red.) in de lift te staan, of een Kamerdebat vanaf de publieke tribune te bekijken en het politieke schouwspel zo voor m’n neus te zien.’
‘Ik moest eraan wennen dat televisieverslaggevers altijd voorrang hebben. Na hun vragen moet je maar hopen dat een minister nog even tijd voor je maakt.’
‘Voor de krant volg ik de PVV, Forum voor Democratie en D66. Die eerste twee partijen zijn moeilijk bereikbaar: op appjes reageren ze niet. Ik word niet altijd even hartelijk ontvangen. Na de installatie van de nieuwe Kamer wilde ik bij de PVV kijken hoe ’t de nieuwe Kamerleden beviel. Dat zinde ze niet: ik werd weggestuurd.
Nu de PVV de grootste politieke partij is, ga ik ervan uit dat ze ook meer verantwoording moeten afleggen. De woordvoerder van de PVV zei later dat de deuren van de fractie nu “wagenwijd” openstaan, maar als je aanklopt word je vaak toch afgeserveerd met een “nee”. Nu er een coalitieakkoord ligt hoop ik dat ik wat nader kennis met deze Kamerleden kan maken.’
‘Op de redactie in Amsterdam werkte ik van negen tot vijf. De werktijden in Den Haag zijn onregelmatiger, maar dat biedt ook meer vrijheid: tussen debatten door ga ik soms even hardlopen. Ik woon samen met twee vriendinnen waarvan er ééntje niet mega-politiek is. Dat werkt ontnuchterend.’


Praat mee