Wat de aanstaande European Media Freedom Act betekent voor journalisten
Het Europees Parlement debatteert vandaag over het wetsvoorstel bekend als de European Media Freedom Act (EMFA). Dat voorstel moet rechten van journalisten versterken en de journalistiek als geheel weerbaarder moet maken tegen inmenging door onder meer overheden en big tech. Er is jarenlang over de voorstellen gesproken, met een stevige lobby door onder meer lidstaten, de techologiesector, vakbonden, persvrijheidsorganisaties en uitgevers. Wat zijn voor journalisten belangrijke elementen uit de voorgestelde wettekst, waarover woensdag 13 maart gestemd wordt?
In december werd de definitieve tekst vastgesteld. Daarin werd onder meer het vage begrip ‘nationale veiligheid’ om bepaalde handelingen te rechtvaardigen (onder meer inzet van spyware tegen journalisten) grotendeels vervangen door te verwijzen naar bestaande wetgeving en verdragen. De Europese Federatie van Journalisten (EFJ) noemde dat een overwinning voor de democratie.
Spyware
Belangrijke overwinning is de eerder genoemde inzet van spyware tegen journalisten. Lidstaten Cyprus, Finland, Frankrijk, Griekenland, Malta, Italië en Zweden wilden dat EMFA, wanneer de nationale veiligheid in het geding is, zou toestaan dat computers en telefoons van journalisten met spyware besmet mochten worden. Na een intense lobby door journalistieke en persvrijheidsorganisaties is dat volledig geschrapt.
Het wetsvoorstel zegt dat spyware die ongelimiteerde toegang tot persoonlijke, mogelijk gevoelige data afdwingt een inbreuk is op het essentiële recht op privacy. Die inzet kan en mag daarom onder EU-wetgeving “in geen geval als noodzakelijk en evenredig” worden beschouwd, aldus de EMFA-tekst.
Bronbescherming
Een volledig nieuw amendement schrijft voor dat elke bemoeienis met journalistieke bronnen moet worden afgewogen tegen de schade die dat toebrengt aan de vrijheid van meningsuiting en informatie. Tegen maatregelen die inmenging in journalistieke bronnen inhouden, moet beroep kunnen worden ingesteld bij een rechterlijke instantie. Journalisten die aan grensoverschrijdende projecten werken, moeten kunnen profiteren van de hoogste beschermingsnormen van de betrokken lidstaten, aldus de EMFA.
Uit praktijkvoorbeelden uit diverse lidstaten dat er op dit gebied sprake is van sterk uiteenlopende benaderingen en dat journalistieke bronnen in sommige situaties niet worden beschermd
“De bescherming van journalistieke bronnen, garanties rondom redactionele onafhankelijkheid en een robuust systeem om misbruik van maatregelen en technologie te voorkomen zijn essentieel om het juridische raamwerk van de Europese Unie overeind te houden”, aldus de EMFA. “Acties die een bedreiging vormen voor de vrijheid en de pluriformiteit van de media, zoals het in hechtenis nemen van, het opleggen van sancties aan of het aan surveillance, huiszoeking of inspectie onderwerpen van aanbieders van mediadiensten” brengen ernstige schade toe aan de rechtsstaat, stelt de EMFA.
Die dienen daarom te worden gezien als een schending van de beginselen van de rechtsstaat, op grond waarvan sanctiemechanismenen in werking kunnen worden gesteld, stelt de EMFA.
De wetgevers erkennen dat journalisten en mediawerkers bezorgd zijn over hun digitale veiligheid en de vertrouwelijkheid van hun digitale communicatie. “Gelet op dit feit moeten de bevordering en de bescherming van anonimiseringsinstrumenten en volledig versleutelde diensten (end-to-end-encryptie, LP) die door aanbieders van mediadiensten en hun werknemers worden gebruikt, op het niveau van de Unie worden gestimuleerd”, aldus EMFA.
Binnen lidstaten zouden mediabedrijven en journalisten gelijke toegang tot zulk gereedschap moeten hebben. “Deze instrumenten zijn voor journalisten essentieel geworden om hun werkzaamheden vrijelijk te kunnen uitvoeren en hun recht op privacy, gegevensbescherming en vrijheid van meningsuiting vrij te kunnen uitoefenen, onder meer doordat zij door middel van die instrumenten hun communicatie kunnen beschermen en de vertrouwelijkheid van hun bronnen kunnen waarborgen”, stelt de EMFA.
Veilige werkomgeving
De EMFA benadrukt dat onafhankelijke en pluriforme media, van wie het werk grenzeloos is, alleen kunnen bestaan als mediawerkers, journalisten en eind- en hoofdredacties hun werk veilig kunnen uitvoeren. “Daartoe moet niet enkel mediavrijheid maar ook vrijheid binnen de media worden beschermd”, aldus amendement 17.
Publieke omroep
Als gevolg van diverse amendementen is de tekst rond toezicht en werken bij publieke omroepen uitgebreid. De originele wettekst constateerde dat publieke omroepen door opzet en financiering met publieke middelen per definitie dichtbij overheid staan. In geval van gebrekkige waarborgen zou dat tot beïnvloeding, politiek gemotiveerde benoemingen en vooringenomen berichtgeving kunnen leiden. Toegang tot onafhankelijke en onpartijdige berichtgeving zou ook in het geding kunnen komen.
De definitieve tekst beschrijft de ideale rol van publieke omroep en benoemt het risico van beïnvloeding. Het bestuur van met publieke middelen gefinancierde mediaorganisaties moet onafhankelijk, onpartijdig en vrij van economische belangen zijn. Aanstelling en ontslag van gekwalificeerde beleidsmakers moet gebeuren op basis van objectieve, voorspelbare, transparante, niet-discriminerende en gender-evenwichtige criteria.
Financiering moet dezelfde voorspelbaarheid volgen, stelt de EFMA. Zo dienen budgetten voor publieke mediabedrijven voor meerdere jaren te worden gegarandeerd.
Staatsbemoeienis
Onder de EMFA wordt het lidstaten en Europese instanties verboden om zich met mediabedrijven te bemoeien - anders dan wanneer die in strijd met Europese wetgeving handelen - om “direct of indirect, journalistieke keuzes of regelgeving te beïnvloeden of proberen te beïnvloeden”.
Het is verder verboden om mediabedrijven druk te laten uitvoeren op werknemers, hun familie of andere bij het proces betrokken personen om bronnen of journalistieke werkwijze te onthullen. Het is verder niet toegestaan om versleutelde inhoud op apparatuur van deze personen te bekijken.
Mediavrijheid en pluriformiteit van de media vormen een centrale pijler van het kader van de Unie voor de bescherming van de rechtsstaat
Verstevigde taal
Opvallend zijn verder amendementen en tekstuele wijzingen op de originele Europese Commissie-tekst. Waar bijvoorbeeld bescherming van pluriformiteit en mediavrijheden in eerste instantie enkel als ‘essentieel onderdeel’ van de mediasector werd omschreven, is bescherming van deze waarden in de definitieve tekst “een van de pijlers van de democratie” geworden.
Een wat tamme constatering dat grote techbedrijven financiële middelen hebben weggesluisd uit de mediasector en vanwege hun concurrentiepositie groei moeten nastreven, is in de definitieve tekst veel minder vrijblijvend. Geld dat grote techplatformen en zoekmachines uit de mediasector weghalen heeft in de nieuwe tekst onomwonden invloed op een duurzaamheid van mediabedrijven en heeft verder een impact op journalistiek werk en daarmee diversiteit van het aanbod.
De techbedrijven worden geïdentificeerd als niet te negeren partijen wat betreft online advertenties. Ze zijn verder poortwachters voor de verspreiding van media-inhoud, iets dat de Europese Unie VLOP heeft genoemd - very large online platform providers. Deze termen hanteert de EU ook in wetgeving rond de Verordening digitale diensten.
In de definitieve tekst is ook benadrukt dat nationale mediatoezichthouders actief het gesprek moeten aangaan met mediabedrijven, maatschappelijke organisaties, media-experts, de wetenschappelijke wereld, vakbonden en journalistenverenigingen. Die eisen ontbraken volledig in het originele voorstel.
Ook moeten nationale regulerende instanties of organen “toereikende financiële en personele middelen beschikken om hen in staat te stellen de aanvullende taken uit hoofde van deze verordening uit te voeren.” Deze instanties moeten verder “volledige operationele autonomie genieten en moeten vrij zijn van enige politieke of commerciële inmenging”, stelt de EMFA.


Praat mee