Wafa Al Ali, parlementair journalist voor NRC: ‘Ik vind het leuk om onderwerpen te agenderen, nu hobbel ik achter de feiten aan’
Een nieuwe, opvallend jonge generatie parlementair verslaggevers nestelt zich in de Haagse politiek op het Binnenhof. Wie zijn ze, wat drijft ze en doen ze hun werk anders dan hun 'oudere' voorgangers? In deze serie spreekt Villamedia met hen. Deel één met Wafa Al Ali (33), die als parlementair verslaggever voor NRC de onderwerpen Justitie en Veiligheid volgt in Den Haag.
‘Ik koos voor een rechtenstudie omdat ik maatschappelijk betrokken werk wilde doen. Zoals iedere student internationaal recht wilde ik bij de VN werken. Als je klaar bent met studeren, denk je dat de hele wereld aan je voeten ligt. Algauw concludeerde ik dat het een competitieve wereld is. Ik belandde bij een vluchtelingenorganisatie voor hoogopgeleide vluchtelingen als beleidsmedewerker. In 2019 besloot ik dat ik uitgeleerd was op die positie.’
‘Zoals veel millennials ging ik voor loopbaancoaching. Daar ontdekte ik dat ik al langer de journalistiek in wilde, maar het idee niet hardop uitsprak. In de media miste ik bepaalde perspectieven en expertise. Vaak las ik stukken waarvan ik direct wist: “Dit is geschreven door iemand die niet heel goed in de juridische materie zit”.’
‘Voor NRC schreef ik een opiniestuk over de Turkse invasie in Noord-Syrië. De opinieredactie was onder de indruk van het stuk, ze hoefden het nauwelijks te redigeren. Op de dag van publicatie kreeg ik een mail van de hoofdredactie van NRC, of ik toevallig journalistieke ambities had? Die vraag was een godsgeschenk.’
Tot iemand van de hoofdredactie van NRC mijn naam in de Volkskrant zag staan…
‘Ik werd aangemoedigd om me aan te melden voor het talentenprogramma, dat het daaropvolgende jaar niet van de grond kwam. Ik had ook geen zin om op NRC te wachten. Via een onderzoeksprogramma van Vileine Magazine [bestaat niet meer, red] kwam ik uiteindelijk bij de Volkskrant terecht op een werkervaringsplek. Tot iemand van de hoofdredactie van NRC mijn naam in de Volkskrant zag staan…’
‘“Ik ben verrast, aangenaam maar ook onaangenaam”, zei ze aan de telefoon. Eind 2020 belandde ik alsnog in hetzelfde talentenprogramma. Ik had niet de voorkeur opgegeven om in politiek Den Haag te beginnen, maar uiteindelijk was die keuze heel logisch. Algauw lag mijn ambitie bij Justitie.’
‘Asiel en migratie zijn hot topics in Den Haag. Na mijn zwangerschapsverlof wil ik mij meer op rechtsbescherming storten. Ik vind het leuk om onderwerpen te agenderen, nu hobbel ik meer achter de feiten aan. Want veel dingen op justitieterrein blijven nu een beetje liggen, omdat er zoveel te doen is om asiel.’
‘Als ik alles al een keertje gedaan heb en heb opgeschreven, dan maak ik een nieuwe afweging. Want ik wil mij niet laten meeslepen in de agendajournalistiek.’
Ik ga liever het land in: hoe werkt de uitvoering precies?
‘Persoonlijk heb ik het idee dat oudere Haagse journalisten hun oren meer te luisteren leggen bij Kamerleden en woordvoerders. Ik zie mijzelf liever als buitenstaander. Ik ga liever het land in: hoe werkt de uitvoering precies? Ik vind het veel interessanter om met bestuurders in het land te praten, al is het op de achtergrond: hoe is jouw contact met het Rijk, wat hoor jij van de staatssecretaris?
‘Verhalen van Kamerleden zijn zo voorgekauwd en dichtgetimmerd. En Kamerleden willen steeds minder vaak met de parlementaire pers praten. Dat hoor ik ook van collega’s. Waarom? Geen idee, ik trok het mij eerst persoonlijk aan. Ik wil geen Kamerleden laten struikelen, ik wil hun verhaal horen, uit eerste hand. Mede daarom ben ik al een half jaar nauwelijks meer in de Kamer geweest.’
‘Als ik de VVD, een regeringspartij, vraag hoe ze over asiel denken, zeggen ze “nu is niet het goede moment”. Terwijl ik informatie liever uit eerste hand hoor dan uit asieldebatten. Sinds de kabinetsval heb ik niet meer direct gesproken met de hoofdwoordvoerder van demissionair staatssecretaris Eric van den Burg [verantwoordelijk voor asiel, red]. Telefoontjes worden nauwelijks meer beantwoord, alles moet via de app en mail. Dat maakt de communicatie stroever. Daar laat ik mijn irritatie regelmatig over zien.’
‘Die frustratie heb ik wel besproken met betrokkenen, de vraag gesteld: is er iets aan de hand, moeten we de lucht klaren of zo? Volgens hen is er niks aan de hand en is het gewoon druk. Maar zeker migratie en asiel zijn nu onderwerpen die als hete aardappels worden doorgeschoven, natuurlijk.’
‘De persconferenties van de premier in Nieuwspoort bezoek ik zelden, soms kijk ik mee via de livestream als ik weet dat er thema’s voorbijkomen die voor mij interessant zijn. Nieuwspoort is niet meer wat het geweest is, denk ik. Als het zou rondzingen dat bewindslieden weer wat benaderbaarder zijn achter de schermen, zou ik misschien wel weer eens gaan. Niet om te slijmen, gewoon als journalist. Ik wil niet op schoot kruipen bij de macht.’
‘De relatie tussen pers en politiek is killer geworden. Soms snap ik wel dat de parlementaire pers er niet mooi op staat, maar ik vind niet dat NRC daaraan bijdraagt.’
Volgende week verschijnen deel twee en deel drie van deze serie.


Praat mee
1 reactie
Pål Jansen, 18 mei 2024, 18:10
Ik zou zelf ook zoiets hebben van: het is graag of niet. Politici moeten niet verwachten dat je danst naar hun agenda. Lijkt me een gezondere houding om te achterhalen wat hun keuzes voor invloed hebben (of niet) in het land.