Taaltip: op zoek / opzoek naar een huisje
De combinatie op zoek zijn naar wordt in losse woorden geschreven: ‘Ik ben op zoek naar een leuk vakantiehuisje.’ Dat geldt ook voor op zoek gaan en op zoek blijven: ‘Ga op zoek naar werk!’, ‘Ik blijf op zoek naar die ene elpee.’ In op zoek is zoek van oorsprong een zelfstandig naamwoord; op zoek zit dus net zo in elkaar als bijvoorbeeld op jacht, op reis en op onderzoek.
Alleen als het een werkwoordsvorm is, is opzoek één woord: ‘Wil je dat ik dat boek even voor je opzoek?’ Hier is het namelijk een vorm van het werkwoord opzoeken. Met de stam van dat werkwoord (opzoek) kunnen overigens allerlei samenstellingen worden gevormd: opzoekboek, opzoekfunctie, opzoekklus, opzoekwerk, enz.


Praat mee