Rechter Amerikaanse Hooggerechtshof wil historische uitspraak rond smaadwetgeving herzien
Het Amerikaanse Hooggerechtshof gaat, als het aan een van de opperrechters ligt, bij eerstvolgende gelegenheid een uitspraak uit 1964 herzien waarop de huidige smaadwetgeving in de Verenigde Staten is gestoeld. Bijna zestig jaar geleden deed het Hooggerechtshof een historische uitspraak in een conflict tussen de New York Times en een politicus uit Montgomery, een stad in Alabama.
Sinds de uitspraak is het bij rechtszaken voor klagers echter noodzakelijk aan te tonen dat uitspraken te kwader trouw zijn gedaan en dat de publicatie op dat moment wist (of kon weten) dat uitspraken vals waren. Dat legt de lat hoog voor het slagen van rechtszaken rond smaad. De uitspraak wordt regelmatig aangehaald: zo recent als 2022 nog in een zaak tussen oud-gouverneur Sarah Palin en wederom de New York Times.
Opmerkelijk genoeg stond toen geen journalistieke uiting van de New York Times centraal, maar een advertentie die het dagblad in 1960 had gepubliceerd. Daarin werd opgeroepen om dominee Martin Luther King en de burgerrechtenbeweging bij te staan. Ambtenaar L.B. Sullivan vond dat de kritiek in de advertentie op hem gericht was en stapte naar de rechter.
Die kreeg uiteindelijk nul op rekest.
Amerikaanse media genieten dankzij de bijna zestig jaar oude uitspraak hoge bescherming tegen smaadzaken. Te hoog, vindt de conservatieve opperrechter Clarence Thomas. Volgens hem is het tijd de uitspraak uit 1964 te herzien, omdat die volgens hem ongrondwettelijk is. Zijn voorgangers zouden de Grondwet simpelweg verkeerd hebben begrepen en toegepast.
In een gisteren gepubliceerde opinie [.pdf] stelt Thomas dat moeten bewijzen dat een uitspraak te kwader trouw is, zware consequenties heeft gehad. “Het stelt mediabedrijven en belangenorganisaties in staat om straffeloos valse beschuldigingen te verspreiden over publieke figuren.”
Collega-rechter Neil Gorsuch stelde in 2021, toen Thomas New York Times v. Sullivan ook al eens bekritiseerde, dat 1964 niet is te vergelijken met de situatie nu. “Het besluit een incidentele onwaarheid te tolereren in verder robuuste verslaggeving door een handvol printbedrijven en zenders is nu geëvolueerd in een staalharde vrijbrief om valse berichten te verspreiden op een niet eerder voor te stellen schaal”, aldus Gorsuch.
Thomas stond zelfs recent centraal in een reeks van aantijgingen dat hij financiële transacties en leningen van honderdduizenden dollars had verzwegen en cadeaus zoals exclusieve reisjes niet had gemeld. Ook werd voor een neef collegegeld vergoed en kocht een bevriende vastgoedmagnaat diverse woningen voor Thomas en diens familie. Die leningen en reisjes kwamen van figuren die voordeel konden hebben bij zijn juridische uitspraken.
Thomas’ benoeming in 1991 ging gepaard met beschuldigingen van seksueel wangedrag en openbare verhoren.
De New York Times schrijft dat de opinie volgt op een uitspraak van het Hooggerechtshof eerder dit jaar, waarin de baas van een kolenmijn mediabedrijven aanklaagde nadat ze hem een ‘crimineel’ hadden genoemd. De eigenaar werd in 2015 tot een jaar cel veroordeeld voor het omzeilen van veiligheidsregels, na een explosie die 29 mijnwerkers het leven kostte.
Het Hooggerechtshof seponeerde die klacht, maar Thomas schrijft dat “in een meer toepasselijke zaak” de uitspraak in 1964 herzien zou moeten worden.


Praat mee