Raad van State: meer duidelijkheid nodig over financiële afhankelijkheid publieke omroep
Minister Eppo Bruins (OCW) heeft vorige week vrijdag de Tweede Kamer het zogeheten nader rapport gestuurd rondom een voorstel tot wijziging van de Mediawet 2008. Het nader rapport handelt over het advies van de Raad van State over de voorgestelde wijziging, waarin de publieke omroep op het totaal acht procent reclame mag blijven uitzenden. Daarmee kan de publieke omroep effecten van de voorgenomen structurele korting van 24,3 miljoen euro op de rijksmediabijdrage dempen, verwacht de regering.
De rijksmediabijdrage is het totale bedrag dat de overheid beschikbaar stelt om de publieke mediaopdracht te kunnen uitvoeren.
Eerder was juist besloten dat het aandeel reclame op publieke zenders naar vijf procent moest dalen. De publieke omroep zou namelijk bovenal een niet-commercieel platform moeten zijn en minder afhankelijk moeten worden van de ‘grillige inkomstenbron’ uit reclame, wat budgetonzekerheid in zich draagt.
Ster, de verkooporganisatie voor reclame op kanalen van de publieke omroep, verwacht dat 50 miljoen extra aan reclame-inkomsten genereren haalbaar is.
De Raad van State stelt in het advies dat de regering onvoldoende ingaat op de gevolgen van de lagere rijksbijdrage in combinatie met het niet verder afbouwen van de ruimte voor reclameopbrengsten. De verschuiving heeft impact op de financiële afhankelijkheid van de publieke omroep en de regering “gaat onvoldoende in op de eerdergenoemde gevolgen die juist worden veroorzaakt door de combinatie van beide maatregelen”.
Deze zomer zal de Tweede Kamer worden geïnformeerd over de hervormingsplannen van de publieke omroep, schrijft Bruins. Dan moet ook een impactanalyse van de gevolgen voor private mediapartijen zijn afgerond. Meer bij Rijksoverheid


Praat mee
1 reactie
P.Kirchhoff, 28 maart 2025, 00:10
Aan het terugkerende tumult over geld voor de publieke omroep kan weer een nieuw hoofdstuk worden toegevoegd.
De Dienst Omroep Bijdragen die 59 jaar lang kijk en luistergeld ophaalde bij kijkers en luisteraars van publieke omroepen werd op 1 januari 2000 afgeschaft.
Sindsdien werd de PO gefinancierd uit de belasting opbrengst.
Er werden gouden bergen beloofd over de autonomie van de PO. Den Haag zou zich niet met de inhoud van de programma’s bemoeien. De financiering werd voldaan uit de inkomstenbelasting die voor dit doel een kleine opslag kreeg waaruit de PO betaald kon worden.
Plechtige beloften over onafhankelijkheid van de PO waar de politiek voor in zou staan werden al snel gebroken.
Vijfentwintig jaar later staat de PO voor de zoveelste keer inmenging uit Den Haag te wachten over de financiering van de PO. De inmenging in de programmering van de radio en televisiezenders hebben we al lang achter de rug.
Nu moet de PO voor de zoveelste keer bedelen voor het behoud van de financiering waarvoor de politiek ooit plechtig had beloofd dat Den Haag zich daar niet mee zou bemoeien.
Dit is voor de zoveelste keer het negeren van keiharde beloften van Den Haag aan de PO over de financiering van de publieke omroep. Wanneer houdt dat een keer op?