Perry Feenstra over het gesprek van zijn leven: ‘Het ongemak kwam samen in de metafoor van een potje pindakaas’
Villamedia vraagt collega’s naar een belangrijk gesprek in hun journalistieke leven. Deze keer: Perry Feenstra, hoofdredacteur van Het Financieele Dagblad over een gesprek dat hij tijdens zijn eerste journalistieke reportagereis had met een Roemeense vrouw. Daar werd de basis gelegd voor zijn permanente twijfel. ‘Het is nooit helemaal zwart of wit. En die grijstinten daartussen vind ik zeer interessant.’
‘In 1998, aan het eind van mijn studie aan de School voor Journalistiek, ging ik met vier medestudenten mee met een hulptransport naar Roemenië. We zouden hiervan voor diverse regionale media verslag doen. Het was mijn eerste journalistieke reis, en daar werd denk ik de basis gelegd voor een permanente twijfel, omdat het totaal anders liep dan we verwachtten.
Ik had affiniteit met dat hulptransport omdat wij vroeger thuis ook van die hulpdozen maakten met spullen erin, voor Polen. Dat gaf ons een goed gevoel; we probeerden mensen te helpen. We kwamen aan bij een dorpje vlakbij Ploiesti, en volgden de mensen die de dozen uitdeelden. Het was meteen ongemakkelijk. Het voelde toch alsof het rijke Westen daar goed kwam doen met zo’n doos, met de verwachting dat die mensen daar heel dankbaar zouden zijn.
Op een gegeven moment raakten we aan de praat met een vrouw die met haar gezin in een kleine bouwval leefde. Ze sprak wat beter Engels dan de rest. Toen de mensen van het transport weg waren, zijn we even bij haar blijven hangen. Ze had eigenlijk helemaal niet zoveel met die spullen in die doos, vertelde ze. Ze zei ook dat het voor verdeeldheid zorgde in het dorp omdat niet iedereen een doos kreeg. Bovendien hield de Roemeense partner van die hulporganisatie, die hielp met de verspreiding, dingen achter. Het was ons inderdaad al opgevallen dat daar wel heel veel Nederlandse spullen in huis stonden. Ik vond het indrukwekkend hoe deze vrouw de balans wist te houden tussen niemand voor het hoofd willen stoten, en toch zeggen wat ze vond.
‘Ga nooit uit van wat je in eerste instantie concludeert’
Het ongemak kwam samen, en dat is me altijd bijgebleven, in de metafoor van een potje pindakaas. Want dat haalde ze ook uit die doos, en zei: “Wat moet ik hiermee? Wat doen jullie hiermee?” Op brood, zeiden we. Maar ze vond het ongelooflijk smerig, en niet weg te krijgen. Ze opende een kastje en daar stonden nog twee of drie van die potjes uit eerdere pakketten. Dat was het moment dat ik dacht: we denken vaak voor een ander, wat een ander prettig vindt of wat een ander wel zal denken. En iets wat met een goede bedoeling gedaan wordt, kan slecht ontvangen worden. En nog erger, het kan soms uitgelegd worden als slecht bedoeld.
Het interessante vond ik daaraan; ga nooit uit van wat je in eerste instantie concludeert over iets, maar draai het nog eens om, en kijk of het ook totaal anders kan uitvallen. Je probeert objectief te zijn als journalist, maar je bent het nooit helemaal. Je moet je eigen vooronderstellingen uitdagen.
Het heeft me door de jaren heen geholpen om zodra de Nederlandse journalistiek in z’n geheel één kant opgaat in een bepaald dossier, als alle kranten en tv-uitzendingen op hetzelfde spoor lijken te zitten, me dat potje pindakaas weer voor de geest te halen. Zit het toch niet heel anders? Is hier niet een heel andere invalshoek bij te bedenken? Waarom komt degene die aangevallen wordt eigenlijk zelf zo weinig aan het woord?
Het slaat soms door, vind ik, in een ongecontroleerde verdenking van kwade opzet van de ander. Mensen wegzetten is een reflex in de journalistiek. Terwijl degene die onder vuur ligt er vaak, niet altijd, ook met op zijn minst redelijke intenties inzit. Daar kan iemand fouten in maken, maar dat maakt hem of haar niet onmiddellijk een boef. En dat is wel wat we soms met mensen doen. De rol die de media spelen in de huidige polarisatie, ik voel me daar niet altijd prettig over.
In mijn vak wordt het bedrijfsleven vaak aangevallen, over milieu, over zakkenvullen en dergelijke. Maar bij elk bedrijf zitten ook mensen die heel trots op zijn op die organisatie. Dus daar zit spanning, en dan is het goed om eens te kijken: hoe wordt die kritiek daar eigenlijk beleefd? Of neem de kwestie rondom Matthijs van Nieuwkerk. Het is natuurlijk goed misgegaan. Maar toch lijkt het me niet dat iemand het vak in is gegaan om een boeman te worden. Het is nooit helemaal zwart of wit. En die grijstinten daartussen vind ik zeer interessant. Als we lezers en kijkers over die nuances informeren, is de kans ook groter dat ze elkaar blijven vinden.’
Deze rubriek is een spin-off van de serie Het gesprek van je leven in FD Persoonlijk.
Perry Feenstra (1974) is sinds 2020 hoofdredacteur van Het Financieele Dagblad. Hij begon zijn loopbaan als economieverslaggever bij Trouw, en werkte daarna bij RTL als chef RTL Z, chef economie van RTL Nieuws, en chef van EditieNL.


Praat mee
1 reactie
Bert van Hijfte, 1 februari 2024, 14:26
“Perry Feenstra, hoofdredacteur van Het Financieele Dagblad over een gesprek dat hij tijdens zijn eerste journalistieke reportagereis had met een Roemeense vrouw. Daar werd de basis gelegd voor zijn permanente twijfel. ‘Het is nooit helemaal zwart of wit. En die grijstinten daartussen vind ik zeer interessant.’
Nou, met die ‘permanente twijfel’valt het wel mee kan ik uit eigen ervaring zeggen.
Toen het FD begin vorig jaar een opinie artikel plaatste van twee Clingendael onderzoekers met de kop ‘Europa moet snel vrienden worden met India’, waarin de lof werd gezongen van de Indiase technologiesector en wat dat ons allemaal zou kunnen opleveren, zonder ook maar een woord te besteden aan de teloorgang van de democratie en grondwet onder de autocratische BJP regering, en ik hem daarop wees, werd het oorverdovend stil. Dit was een zwart-wit rapport en opinieartikel en voor grijstinten, en nuance was blijkbaar geen plaats.