— dinsdag 25 november 2025 09:19 | 2 reacties , praat mee

Opinie Pol Deltour: Hoe de zwijgcultuur in de media mediakritiek fnuikt

Opinie Pol Deltour: Hoe de zwijgcultuur in de media mediakritiek fnuikt
Journalist, docent en oud-secretaris van de Vlaamse Vereniging van Journalisten Pol Deltour. - © privé foto

Onlangs heeft ook de Brusselse ondernemingsrechtbank aan media-icoon Guido Van Liefferinge een verbod opgelegd om een nieuw boek over zijn verhouding met mediabedrijf DPG en diens topman Christian Van Thillo uit te brengen. Van Liefferinge moet beide ook in zijn blog op internet ontzien. Journalist, docent en oud-secretaris van de Vlaamse Vereniging van Journalisten Pol Deltour: ‘Het geschil legt op pijnlijke wijze de woekerende praktijk van non disclosure agreements in de media bloot, en hoe die ook mediacritici het zwijgen oplegt.’ Laatste wijziging: 25 november 2025, 10:01

De verhouding tussen Christian Van Thillo en Guido Van Liefferinge is nu al een kwarteeuw zoals het weer deze herfst: stormachtig. Het kwarteeuw voordien hadden beide nochtans goed samengewerkt. Als gereputeerde bladenmaker verrijkte Van Liefferinge Van Thillo’s persbedrijf met lucratieve titels als Joepie, Dag Allemaal, Goed Gevoel en TV Familie. Maar twistpunten waren er ook. En nadat Van Liefferinge in De Tijd een voor de media en DPG kritisch interview had gegeven, werd hij door Van Thillo in 2000 aan de deur gezet.

Vijftien jaar later, na ellenlang aanslepende gerechtelijke en arbitrale procedures, kwam het tot een dading (juridische schriftelijke overeenkomst, red.) tussen beide. Van Liefferinge kreeg € 3.975.000 op zijn rekening, maar daar stond wel een fikse tegenprestatie tegenover. Van Liefferinge moest afzien van alle verdere aanspraken tegenover DPG en de gepaste vertrouwelijkheid over de dading zelf aan de dag leggen – wat klassiekers zijn in elke dading. Maar tevens diende hij zijn expressievrijheid met betrekking tot het mediabedrijf verregaand op te geven.

Dat hield om te beginnen de terugtrekking in van een boek dat hij in 2006 had gepubliceerd, ‘Glamour en glitter, geld en macht, welkom in medialand’. Volgens artikel 3 van de dading mocht Van Liefferinge ook geen enkele andere publicatie meer uitbrengen (of eraan meewerken) ‘die betrekking heeft op De Persgroep of haar aandeelhouders’. Artikel 8 van de dading ging nog verder. Daarin staat dat partijen zich voortaan zouden onthouden van wederzijdse kritiek op elkaar, met als toevoeging dat ‘de heer Van Liefferinge er zich in het bijzonder toe verbindt om voortaan geen uitspraken meer te doen of standpunten in te nemen over De Persgroep, haar redacties, management en aandeelhouders’.

Man bijt Van Thillo
Van Liefferinge liet zich de dading van 2015 toch niet aan het hart komen. Volgens hem kon die nooit zo worden ingevuld dat ze hem ‘monddood’ maakte en zou ‘censureren tot in het oneindige’. Daarom zette hij zich alsnog aan het schrijven van een nieuw boek – een ‘autobiografie’ zei hij zelf – dit keer met de titel ‘Man bijt Van Thillo’. De publicatie daarvan werd door uitgever EPO begin 2024 aangekondigd. Intussen was Van Liefferinge ook online met een publicatie begonnen, ‘Man bijt media’. In die blog leverde hij met enige regelmaat mediakritiek, zonder DPG daarbij te ontzien.

Het leidde tot een kort geding bij de voorzitter van de Brusselse ondernemingsrechtbank. Voor DPG Media en Epifin (de holding achter DPG die in handen is van de familie Van Thillo) waren de inbreuken op de dading manifest en zelfs kwaadwillig, en dus verzochten ze om een onmiddellijk verbod op de verdere promotie en de publicatie van Van Liefferinge’s nieuwe boek. Dat verkregen ze op 23 juli 2024 ook. Tegelijk legde de rechter DPG en Epifin op om de zaak binnen de maand ten gronde aan te kaarten. Een goed jaar later, op 30 september jl., resulteerde dat in een nieuw gerechtelijk verdict.

Centraal in het debat stond de vraag of de dading, zoals door DPG ingevuld, al dan niet afbreuk doet aan de fundamentele vrijheid van Van Liefferinge om zijn mening te uiten. Volgens hemzelf is dat het geval. De interpretatie die DPG geeft aan met name artikel 8 van de dading, aldus Van Liefferinge, leidt er immers toe dat hij zelfs zijn eigen levensverhaal niet meer naar buiten kan brengen. Dat dit verhaal onvermijdelijk verstrengeld is met de figuur Van Thillo, mag daarbij geen beletsel zijn. Volgens Van Liefferinge is het publicatieverbod een disproportionele beperking van zijn vrijheid van meningsuiting, zoals gewaarborgd door artikel 19 Belgische Grondwet en artikel 10 EVRM.

‘Beperkt tot het geschil’
De Brusselse ondernemingsrechtbank volgt dat verweer niet en treedt daarmee Van Thillo tegemoet. Ze herinnert eraan, met verwijzing naar rechtspraak van het EHRM, dat iemand contractueel wel degelijk afstand kan doen van zijn of haar vrijheid van meningsuiting. Die afstand moet wel ‘duidelijk’ zijn en ‘vrij van dwang’ tot stand komen, maar dat is in casu het geval. Zo wijst de rechtbank erop dat de dading, inclusief de vertrouwelijkheidsafspraken, pas na langdurige onderhandelingen en met bijstand van advocaten tot stand kwam.

Bovendien doet de contractuele beperking van de vrijheid van meningsuiting in deze zaak ‘geen afbreuk aan een wezenlijk aspect van de rechtsorde’, vervolgt de ondernemingsrechtbank. Integendeel: ze diende een legitiem doel, te weten de stopzetting van de aanhoudende en reputatievernietigende vijandschap tussen de partijen. De dading van 2015 is dan ook afdwingbaar, is het besluit. ‘Een ander oordeel zou indruisen tegen de fundamentele beginselen van het contractenrecht.’ Het resultaat is een verbod van ‘elke publicatie of mededeling aan het publiek voor zover deze melding maken van, betrekking hebben op of verwijzen naar DPG en Epifin, hun management of hun aandeelhouders, én betrekking hebben op het geschil’.

Dat laatste formuleert de Brusselse ondernemingsrechtbank als een belangrijke verduidelijking. Want dadingen zijn ingevolge artikel 2048 Oud Burgerlijk Wetboek wel degelijk beperkt tot het geschil dat tot de dading heeft geleid. In dit geval dekt dat geschil de lange voorgeschiedenis van samenwerking en vijandschap tussen Van Thillo en Van Liefferinge in de periode 1974-2015. ‘De dading kan niet zo worden uitgelegd dat GVL nooit meer enige uitspraak zou mogen doen over eisende partijen of hun aandeelhouders’, staat in het vonnis. ‘Gebeurtenissen die zich buiten deze context hebben voorgedaan, of die zich na de ondertekening van de dading hebben afgespeeld zonder enig verband met het geschil, vallen niet onder de draagwijdte van de dading.’

De dwangsommen die de rechtbank oplegt zijn substantieel: € 500 voor elk boek dat alsnog zou verschijnen en € 5.000 voor elke online inbreuk. Het plafond voor verbeurdverklaring wordt weliswaar op € 5 miljoen bepaald (of het bedrag van de dading). Hoe dan ook zette uitgever Epo de verdere promotie en productie van Van Liefferinge’s boek stop, en ook de website ‘Man bijt media’ staat voorlopig op non-actief. Maar Van Liefferinge gaat wel in hoger beroep tegen het vonnis. Volgens hem hield de ondernemingsrechtbank nog te weinig rekening met zijn fundamentele recht op vrije meningsuiting.

Onderliggende kwaal
De zaak-Van Thillo/Van Liefferinge wijst op een onderliggende kwaal, en dat is een zekere zwijgcultuur die in de mediasector heerst. Een exponent daarvan is de praktijk van non disclosure agreements (nda’s) als onderdeel van dadingen die worden aangegaan. Medewerkers die vertrekken of aan de deur worden gezet, krijgen wel tegemoetkomingen die het legale minimum overstijgen, maar moeten daarbij stelselmatig zwijgclausules ondertekenen. Centen voor stilte. Het resultaat is een bijzondere vorm van censuur: een die wordt afgekocht. Soms is de censuur trouwens nagenoeg totaal, zoals in het geval-Van Thillo/Van Liefferinge: ‘geen uitspraken meer doen of standpunten innemen over De Persgroep, haar redacties, management en aandeelhouders’.

Van een mediabedrijf dat pretendeert journalistiek belangrijk te vinden, verwacht je toch iets anders. (Nieuws)media leven van journalisten, en journalisten teren op transparantie. Staatsgeheimen, bedrijfsgeheimen en ook nda’s staan meer dan eens haaks op dat perspectief. Ook DPG-journalisten hebben als roeping voluit achter maatschappelijk relevante feiten aan te gaan en halsstarrig belangrijke waarheden te onthullen. Desnoods moeten ze dat doen langs informele kanalen om en dwars door muren van geheimhouding heen.

Maar hier is meer aan de hand. Met hun spreekverboden voor (ex-)medewerkers leggen mediabedrijven communicatie over uitgerekend henzelf aan banden. Ze stremmen met andere woorden mogelijke mediakritiek, ook al is de maatschappelijke waarde daarvan onmiskenbaar – zeker als het over een machtig bedrijf als DPG gaat. In politieke en andere middens wordt vaak de vraag gesteld hoe het toch komt dat over de mediasector zelf al bij al zo weinig interne informatie naar buiten komt – dit terwijl die sector van iedereen anders wel maximale transparantie eist. Het antwoord ligt hier: de omertacultuur die al te veel mediabazen ook aan hun eigen journalisten opleggen.

DPG Media heeft geen monopolie op deze praktijken. Een paar jaar geleden kwam VRT-ceo Frederik Delaplace op de proppen met een zwijgplicht/spreekverbod voor alle medewerkers van de openbare omroep. Enkel de communicatiedienst mocht nog antwoorden op vragen van geïnteresseerde buitenstaanders, zoals externe journalisten. Blijkbaar zijn er wel meer in de Vlaamse mediabiotoop die schrik hebben van hun eigen schaduw. En dat terwijl er meer dan ooit nood is aan transparantie, niet enkel over maatschappelijke toestanden in het algemeen maar ook over de media.

Dit opiniestuk werd eerder gepubliceerd op de Vlaamse website Apache.

Pol Deltour is docent/leraar en publicist/journalist. Hij publiceerde onder meer het boek ‘Recht voor de pers’, over mediarecht en journalistieke deontologie (uitgeverij Owl Press/Borgerhoff & Lamberigts).

NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee

2 reacties

Ren de Vree, 25 november 2025, 15:18

Als je ruim 1 miljoen euro krijgt voor de belofte niets meer over Van Thillo te schrijven dan moet je daaraan houden he. Dat is gewoon fatsoen en daar is eigenlijk geenm rechter voor nodig

Ren de Vree, 25 november 2025, 15:18

Als je ruim 1 miljoen euro krijgt voor de belofte niets meer over Van Thillo te schrijven dan moet je daaraan houden he. Dat is gewoon fatsoen en daar is eigenlijk geen rechter voor nodig