Opinie: Nog lang niet uitgeschreven, maar wel afgeschreven
Op zijn achttiende begon Ignace Schretlen zijn loopbaan als medewerker van de jongerenpagina van De Gelderlander. Nu is hij 73 jaar, schrijft hij elke dag (ook zonder te publiceren) en heeft hij een driewekelijks blog. "Meer dan een kwart eeuw ben ik trots NVJ-lid, maar als ‘senior’ overkomt mij hetzelfde als toen ik begon: je wordt minder serieus genomen. Men vindt het normaal dat ‘senioren’ geen honorarium krijgen, want ze hebben toch een AOW en een pensioen. Ik beschik over best wel wat kennis en veel ervaring. Waarom krijg ik dan toch keer op keer het gevoel dat je als oudere publicist steeds minder of niet meer meetelt?", vraagt hij zich af in deze ingezonden bijdrage.
Het Griekse woord ‘graphein’ betekent zowel schrijven als tekenen. Bij dokters en priesters wordt over een roeping gesproken. Ik geloof dat ‘graphein’ nog dieper zetelt. De wortels hiervan zitten misschien in de genen en kunnen al op zeer jonge leeftijd tot uiting komen. Mijn eerste jeugdherinnering was de vraag aan mijn moeder: ‘Hoe heet ik ook alweer?’ Met getekende letters - letterlijk lettertekens - schreef ik vele malen mijn naam. De drang om te schrijven zit er zeven decennia later nog even diep in. Met mijn huisarts is zelfs afgesproken dat ik in aanmerking kom voor euthanasie wanneer ik niet meer kan schrijven.
Mijn eerste ‘boekje’ ontstond tijdens vakantie in Rockanje. Het ging over de aanleg van de Deltawerken. Een tante typte het manuscript uit. Op circa tienjarige leeftijd won ik met een opstelwedstrijd een volautomatische camera. Mijn vader ruilde deze in voor een dubbelogige Yashica, zodat ik ‘echt leerde fotograferen’. Schrijven voor het schoolblad - onder zowel mijn eigen naam als het pseudoniem Ted Rannal (de letters van ‘tranendal’) - was een van de weinige positieve herinneringen aan mijn middelbareschooltijd. Voor het conservatorium had ik onvoldoende talent en mijn ouders zagen de kunstacademie, Nederlandse taal- en letterkunde en filosofie niet zitten. In het voetspoor van vader ging ik geneeskunde (en later alsnog filosofie) studeren.
Ik wilde schrijven, schrijven, schrijven… Bij De Gelderlander op de Lange Hezelstraat in Nijmegen kwam ik als 18-jarige niet verder dan de strenge portier. Maar ik ontdekte een sluiproute die linksachter in een doorgang begon. Via de trap kwam je in een imposante redactieruimte. Ik herinner mij nog het gezicht van de geprikkelde redacteur die ik aanschoot. Gelukkig wees hij mij niet af. Zo debuteerde ik als medewerker van de Jongerenpagina. Elke zaterdagochtend reed ik langs de lichtbakken met de krant om te kijken of mijn artikel erin stond. Tot mijn grote verbazing mocht ik na elke publicatie ook nog een factuur insturen, gebaseerd op het aantal woorden. Ik was de koning te rijk!
Van De Gelderlander en een huis-aan-huisblad maakte ik ‘promotie’ als interviewer bij het Nijmeegse universiteitsblad en als vaste medewerker op het gebied van Franse chansons bij Elseviers Magazine. Daar kreeg ik een keer het opvallende verwijt dat ik ‘veel te netjes’ (lees: te weinig) declareerde. Helemaal te gek werd het toen ik voor de TROS een radioprogramma mocht samenstellen, waarvoor ik per keer het riante bedrag van vierhonderd gulden ontving. Het werk breidde zich alsmaar uit. Mede dankzij de royalty’s voor mijn eerste boeken verdiende ik met het mooiste werk ter wereld voldoende om in leven te blijven, zeker omdat vader de studiekosten betaalde.
Naast mijn parttimebaan als huisarts ben ik altijd met heel veel plezier blijven schrijven over zeer uiteenlopende onderwerpen. Als freelancer verschenen mijn publicaties in kranten (o.a. Trouw & AD) en een groot aantal tijdschriften (o.a. Vitrine, VU-Magazine, Oor, de Tijd en de Groene Amsterdammer). Helaas ben ik niet in de wieg gelegd om ondernemer te worden. Ik kan niet onderhandelen en misschien heeft dat mij opgebroken. Voor de TROS, de ‘grootste familie van Nederland’, heb ik meer dan een kwart eeuw elke dag een teletekstbericht gemaakt voor een honorarium dat slechts eenmalig is verhoogd tot circa € 34,00. Op een dag las ik op ‘mijn’ eigen teletekstpagina dat mijn dagelijkse medische bericht was gestopt. Met behulp van de NVJ moest ik tot aan de Hoge Raad mijn rechten bevechten.
‘Je wordt oud wanneer je over vroeger gaat spreken,’ las ik onlangs. Je wordt echter ook oud gemaakt. Ik ben meegesleurd in een ontwikkeling waarop je geen grip kunt krijgen maar waardoor ik in de marge van de samenleving ben beland. In deze samenleving is geld gekoppeld aan waardering. Vroeger leverde een column een bedrag van € 350,00 op. Dit kelderde tot € 100,- zonder dat ik hierin minder tijd en energie stak. Jarenlang had ik een wekelijkse blog, nu eens per drie weken. Twee decennia schreef ik boekrecensies voor € 75,- per bespreking. Nu worden deze niet meer gehonoreerd. Voor meer dan tien boeken heb ik - al dan niet op verzoek - een hoofdstuk geschreven; over een vergoeding is nooit gesproken en omdat ik blij was dat ik iets mocht publiceren durfde ik dit ook niet bespreekbaar te maken. Mijn laatste twee van de circa twintig boeken hebben mij alleen maar geld gekost. Het gaat niet alleen om geld maar maakt je ook onzeker. Je bent bang te falen en legt de lat voor jezelf steeds hoger. Eén blog per drie weken kost mij nu evenveel tijd als toen ik onbevangen wekelijks een blog schreef.
Wanneer je als dokter jouw BIG-registratie verliest, beland je bij het grofvuil. Het is niet alleen een gigantische verkwisting maar ook ontkenning van levenslang opgebouwde kennis en ervaring, waaraan onze samenleving nog hard behoefte heeft. Onder de titel ‘Mobiliseer het leger aan uitgeschreven artsen’ werd hiervoor onlangs in Medisch Contact, het weekblad van de KNMG, aandacht gevraagd. Ik denk dat hetzelfde ook geldt voor mensen die levenslang met hart en ziel voor de media hebben gewerkt en die langzaam of soms abrupt worden uitgerangeerd. Er zal altijd wel een reden aangevoerd kunnen worden want geen enkele opdrachtgever durft leeftijd als argument te gebruiken.
Als publicist heb ik mij nooit zozeer gericht op de actualiteit als wel op de onderstroom hiervan. Dat mensen op oudere leeftijd minder meetellen lijkt een uitvloeisel van een kapitalistische samenleving, die mijzelf overigens ook heeft beïnvloed. Natuurlijk beschikken ouderen wat betreft bijvoorbeeld kennis van IT over minder capaciteiten dan jongeren maar daar staat wel een rijkdom aan andere kennis en ervaring tegenover. Ik ken mediamedewerkers die dolblij waren toen zij als pensionado’s de gekmakende carrousel van hun werk mochten verlaten. Mijn passie voor schrijven zit echter nog altijd in het bloed en die kan ik nu vrijwel alleen nog kwijt in mijn dagboek, waarvan ik de enige lezer ben. De stemming hierin wordt steeds somberder. Voor mij is schrijven ademen maar natuurlijk hoop je dat je ook mag publiceren. Ik vraag mij wel eens af hoe zinvol mijn leven nog zal zijn, wanneer dat niet meer kan.


Praat mee
2 reacties
Veldman, 21 januari 2026, 13:23
Wat een prachtig artikel. Zoiets lees je bijna nooit. Dat mag de website Villamedia zich wel eens aantrekken. Mijn advies: duik eens wat dieper in de materie en kijk ook eens naar de regio (zijn we bij Villamedia nog in beeld?) i.p.v. die ‘interessante’ baanwisselingen. Het artikel van deze auteur moet natuurlijk financieel gehonoreerd worden. A. Veldman, Leeuwarden
Anke Derkse, 26 januari 2026, 15:05
Ik kan mij heel goed voorstellen dat je je aan de kant gezet voelt zo. Belachelijk natuurlijk dat je niet (fatsoenlijk) betaald wordt voor je schrijfsels! Zelf bevind ik mij in dezelfde leeftijdscategorie. Gelukkig kan ik nog altijd wel artikelen aanleveren en word ik daar netjes voor betaald. De NVJ zou zich hard moeten maken voor deze groep ‘seniors’!