Opinie: ‘Minister Bruins doet de lokale journalistiek met steunvoorstel meer kwaad dan goed’
Minister Eppo Bruins (OCW) roemt in zijn Kamerbrief van vorige week de lokale journalistiek als brenger van de betrouwbare informatie “die in een rechtstaat van wezenlijke betekenis is”. En die om die reden versterking verdient. Zeven pagina’s verder concludeert hij dat met zijn initiatieven “concrete stappen” worden gezet om de lokale journalistiek te versterken. “De private journalistieke sector, de publieke omroepen en de overheid bouwen zo samen aan een sterke democratie en rechtstaat.”
Wat de onpartijdige lezer in de pagina’s tussen die twee aannames moet vaststellen, is vooral teleurstellend. De concrete voorstellen zijn slechts gericht op publieke omroepen; de private sector wordt met een paar onderzoekskluitjes in het riet gestuurd. Daarbij doet de minister het voorkomen alsof die sector ook nog eens slechts lijkt te bestaan uit lokale kranten.
En nu we het toch over anachronismen hebben: de minister negeert de cruciale rol die kunstmatige intelligentie (AI) kan spelen om de journalistiek te versterken. AI komt in één zin terug in de brief: samen met social media, als twee te bestrijden gevaren.
Deze Kamerbrief is om die reden niet alleen een totale ontkenning van de realiteit van vandaag, maar daarnaast een garantie op teleurstellingen rond de realisering van de overige voornemens en toezeggingen. Dat geldt óók voor de publieke lokale omroepen, die bij eerste lezing wellicht een gat in de lucht springen maar uiteindelijk eveneens kind van de rekening zullen zijn.
Onevenwichtige steun
Hoewel de brief de schijn wekt van steun aan de gehele lokale journalistiek, richt de concrete bijdrage zich slechts op publieke omroepen.
De private sector krijgt hier en daar wat onderzoeksprojecten, een ‘agenda’ en - jawel - een coachingstraject. Dit is zorgwekkend, zeker omdat het lokale nieuwslandschap sterk afhankelijk is van de bijdrage van private media. De hoeders van het lokale nieuws vinden we echt niet alleen bij de publieke omroepen, maar minstens zozeer daarbuiten, op papier en - vooral - online. De voorstellen van de minister voor de private sector zijn zowel vaag als beperkt.
“Aanvullend onderzoek” lijkt een zinvolle suggestie, maar zeker omdat er al heel veel kennis voor handen is, is het vooral een excuus om maar weg te blijven bij de concrete oplossingen die de private journalistiek op korte termijn ten goede kunnen komen.
Genegeerde motie-Van Strien
De vorig jaar aangenomen motie-Van Strien, die juist was bedoeld om de positie van zowel publieke als private partijen in de lokale journalistiek te versterken en mede aanleiding vormde voor de Kamerbrief, komt er wel heel bekaaid van af.
Van de lijst met wensen wordt er slechts één, en ook nog halfslachtig, overgenomen: het ‘dienstbaarheidsverbod’, dat samenwerking tussen publieke en private partijen vrijwel onmogelijk maakte, mag experimentsgewijs worden doorbroken. Maar eerlijk is eerlijk: dat proces was al door Bruins’ voorgangers ingezet.
Nu waren zeker niet alle onderdelen van de motie-Van Strien even verstandig (het beperken van de armslag van de publieken is veel minder effectief dan het vergroten van de mogelijkheden voor de privaten), maar nu negeert hij niet alleen de motie, maar ook de bredere belangen van het medialandschap.
Kunstmatige intelligentie: meer dan een bedreiging
Het meest opvallende gemis in de brief is aandacht voor de rol van kunstmatige intelligentie in de journalistiek. De minister laat hiermee niet alleen voor de korte termijn een kans liggen, maar neemt bovendien structureel een enorm risico. AI biedt - mits met beleid en vangrails geïmplementeerd - talloze mogelijkheden om de journalistiek te versterken en innovatie in de sector te stimuleren.
Door hier geen aandacht te geven legt hij de rode loper uit voor ‘Big Tech’ en alle andere partijen die vanuit niet-journalistieke ambities met deze technologie aan de haal gaan.
Simpel voorbeeld: AI kan in een oogwenk voor elke Nederlandse gemeente een aantrekkelijke lokale nieuwssite creëren. Het maakt daarbij nogal een verschil of dat vanuit een journalistieke ziel gebeurt of vanuit heel andere belangen. Gevolg van de keuzes in de Kamerbrief: een nog kwetsbaardere journalistiek en een samenleving die daar de gevolgen van zal ondervinden. Dat is geen “gemiste kans” meer, maar een uitnodiging voor grotere ellende.
Als de minister werkelijk wil dat “de private journalistieke sector, de publieke omroepen en de overheid samen bouwen aan een sterke democratie en rechtstaat”, dan is een andere koers nodig. De geopperde steun aan de publieke omroepen kan daarbinnen best overeind blijven, maar vergt serieuze aanvulling met een strategie die wél recht doet aan de behoeften en mogelijkheden voor de moderne journalistiek. Kortom: erken de rol van alle journalistieke media en beloon ze voor hun inspanningen rond de inzet van AI en andere bruikbare technologie voor de versterking van hun werk.
Alleen dan kan de journalistiek ook op lokaal niveau haar cruciale maatschappelijke rol in vrijheid en onafhankelijkheid blijven vervullen.
Bart Brouwers is hoogleraar journalistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen en mede-oprichter van Innovation Origins, een journalistiek platform dat zich richt op innovatie.


Praat mee