— donderdag 27 mei 2010 00:01 | 2 reacties , praat mee

Onnodig oordeel over Libië

De verslaggeving rond de vliegtuigramp in Libië laat zien dat deze tijd erom vraagt dat journalisten over interculturele vaardigheden beschikken. Dat valt onder de maatschappelijke verantwoordelijkheid van mediaprofessionals, vindt Nicolien Zuijdgeest.

Laatste wijziging: 3 juni 2010, 16:17

Tal van media verbaasden zich erover dat de enige overlevende van de ramp, Ruben, een hele Libische schoolklas op bezoek kreeg. Hoe konden de Libiërs zo onzorgvuldig zijn, de jongen heeft rust nodig! Ook klonk verontwaardiging over het feit dat er al in zo’n vroeg stadium beelden van de overlevende in het ziekenhuis met zijn artsen zijn gemaakt. Dat was geen respect voor iemands privacy. Demissionair minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen deed in Trouw een aardige poging om deze gebeurtenissen te duiden: ‘Ze gaan er wat anders om met privacy’.

Dit statement kan op verschillende manieren uitgelegd worden. Opvallend is echter dat Verhagen met zijn opmerking de maatschappelijke verantwoordelijkheid op zich neemt die de mediaprofessional laat liggen. Dat is het controleren of de informatie die de journalist overbrengt ook aansluit bij de intentie en bedoeling van de bron.

In de collectieve cultuur in Noord-Afrika en het Midden-Oosten voelt een individu zich thuis in de veiligheid van de groep waartoe hij behoort. Iemand die op zichzelf is, is ziek, daar is wat mee mis. Nog belangrijker is dat een gastheer zich te schande maakt als hij zijn gast aan diens lot overlaat. De bottom line is dat het goedbedoelde handelingen zijn van de Libische overheid om Ruben minder eenzaam te laten zijn èn te laten zien dat men alles in het werkt stelt om de jongen er bovenop te helpen.

Het is een goede zaak dat de Raad voor de Journalistiek zich buigt over de verslaggeving rond de vliegtuigramp. De Raad doet er ook goed aan te overwegen of de ‘leidraad voor zorgvuldige journalistiek’ verrijkt dient te worden met de maatschappelijke verantwoordelijkheid van een journalist om zich interculturele vaardigheden eigen te maken. Sterker nog. Het is broodnodig dat de opleidingen journalistiek in hun curriculum ruimte reserveren voor een vak over ‘identiteit, beeldvorming en managing diversiteit’.

In 2006 is voor het lager en voortgezet onderwijs bij de wet vastgelegd dat scholen de taak hebben ‘actief burgerschap’ en ‘sociale integratie’ van leerlingen te bevorderen. Ook de Vrije Universiteit rekent ‘academisch burgerschap’ tot haar taak. In dit licht en deze tijd behoort omgaan met identiteit, beeldvorming en managing diversiteit tot de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de mediaprofessional, en dus van de opleidingen.

In een tijd waarin de wereld steeds kleiner en onze samenleving steeds diverser wordt, en de informatiestromen steeds sneller tot ons komen heeft de journalist niet meer alleen de taak om informatie en feiten op een neutrale wijze te presenteren door middel van hoor en wederhoor. Ook draagt de journalist de verantwoordelijkheid om te checken of hij de juiste boodschap overbrengt en deze bijdraagt aan een adequate beeldvorming. De vliegtuigramp laat zien dat veel media onnodig oordelen over de Libische handelingen.

De global village met zijn groeiende diversiteit zorgt ervoor dat de verhoudingen tussen lokaal en globaal definitief veranderen. De fundamenten van maatschappelijke en culturele instituties worden anders: de identificatie met de natiestaat, stamculturen, families en religies verslapt. Als natuurlijke tegenbeweging ontstaat er een groeiende behoefte aan het onderzoeken van de eigen identiteit en cultuur, en de bevestiging of versterking daarvan. Volgens filosofe Sheila Benhabib zijn culturele identiteiten zelfs een belangrijke vorm van verzet tegen globalisering.

Er is behoefte aan zingeving en nieuwe identiteiten. Nu de nationale identiteit minder belangrijk wordt, komt een gevoel van onveiligheid op: Wat bindt ons? Wie zijn wij? Verdwijnt Nederland? Is onze cultuur in gevaar? Dit gegeven is ook te herkennen in discussies die in de samenleving worden gevoerd. Achter die debatten gaan fundamentele vragen over de identiteit van onze samenleving schuil: hoe verhouden zich de grondrechten, vrijheid van meningsuiting en godsdienstvrijheid in een democratische rechtsstaat die de laatste decennia multicultureel is geworden?

In zo’n diverse samenleving zijn lessen over identiteit, beeldvorming en diversiteit onmisbaar voor journalisten in opleiding. Hoe vormen jouw identiteit en zelfbeeld jouw referentiekader van waaruit je naar de wereld om je heen kijkt? Hoe beïnvloedt dit jouw realiteit? Journalisten dienen zich in hun werk bewust te zijn van hun eigen identiteit en eigen referentiekader, dat bepaalt hun communicatie en waardenpatroon in de omgang met anderen. Te vaak hebben journalisten al een kant-en-klaar beeld in hun hoofd van een kwestie, en hoeven ze er alleen nog maar de voorbeelden bij te zoeken.

Natuurkundige Albert Einstein was zijn tijd ver vooruit met zijn mening: ‘Een vooroordeel is moeilijker te splitsen dan een atoom.’ De mens oordeelt om de werkelijkheid hanteerbaar te maken. Per definitie is dat altijd gekleurd, en dus subjectief. Journalisten als geen ander moeten zich daarvan bewust zijn, zodat ze de feiten kunnen presenteren, waarop luisteraars, kijkers of lezers zelf analyses, conclusies of oordelen kunnen vormen.

Het onderwijs, de zorg en de politie zijn dé sectoren bij uitstek in onze maatschappij waar momenteel het besef is doorgedrongen dat er in een diverse samenleving ook behoefte is aan multicultureel vakmanschap: interculturele vaardigheden die in de praktijk voor effectief intercultureel (samen)werken zorgen.
Kennis en inzicht in de veranderende samenleving met haar diversiteit aan culturen is van belang. Daarnaast is het van onschatbare waarde dat de studenten en professionals beschikken over adequate vaardigheden. Alleen zo ontstaan er raakvlakken voor meer verbinding en verrijking. Hoogstwenselijk dat opleidingen journalistiek in hun curriculum ruimte reserveren voor een vak over ‘Identiteit, beeldvorming en managing diversiteit’.
Voor mediaprofessionals zal er een wereld opengaan als ze de vooringenomen blik kunnen loslaten en de mensen zelf vragen hoe zij nu iets zien of hebben bedoeld. De Libanese dichter en denker Kahlil Gibran stelde voor: Zeg niet: ‘Ik heb de waarheid gevonden’, maar: ‘Ik heb een waarheid gevonden’. En zo is het. Er zijn meerdere waarheden.

Nicolien Zuijdgeest is arabist, journalist en trainer. 

Bekijk meer van

NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee

2 reacties

A-marie, 28 mei 2010, 13:26

Bijzonder interessant artikel. Ruimdenkendheid en objectiviteit zijn zijn wat mij betreft stappen naar een betere mensheid. En dus een betere en objectievere verslaglegging. Annemarie.

huub evers, 28 mei 2010, 16:38

Terecht wijst Nicolien Zuijdgeest op de interculturele aspecten van verslaggeving. Zij vindt onder meer dat opleidingen journalistiek aandacht zouden moeten besteden aan wat wel ‘multicultureel vakmanschap’ wordt genoemd.
Dat doen de opleidingen al, niet alleen de hogeschool waar ik zelf lector ben, maar ook de andere. Elke student moet beschikken over interculturele competenties zoals dat heet. Hij moet voldoende toegerust zijn om zijn werk goed te doen, in eerste instantie in onze samenleving die een multiculturele samenleving is. En daarnaast natuurlijk over de grenzen heen. Welke eisen ten aanzien van kennis, vaardigheden en houding mogen gesteld worden aan journalisten die ‘intercultureel competent’ zijn? Het valt op dat vaak geschreven en gesproken wordt over het belang van interculturele competenties van journalisten zonder daaraan concrete invulling te geven en zonder aan te geven hoe die competenties verworven kunnen worden. De Tilburgse journalistenopleiding is bezig die competenties te concretiseren. Dat is op kennisniveau niet zo moeilijk. Allereerst moeten journalisten beschikken over een brede oriëntatie op en kennis van de sociaal-culturele, politieke en religieuze achtergronden van de diverse maatschappelijke groeperingen. Bovendien moeten ze op de hoogte zijn van zaken als immigratiegeschiedenis en overheidsbeleid op het terrein van asiel en immigratie. Een stukje sociologie (in- en uitsluitingsmechanismen, stereotypering, stigmatisering en beeldvorming) en ethiek (richtlijnen voor berichtgeving) hoort er ook bij.
Competenties formuleren op vaardigheids- en houdingsniveau is veel lastiger. Het gaat dan over de vaardigheid om een goed en divers netwerk op te bouwen en om, meer in het algemeen, aandacht te besteden aan het intercultureel gehalte van het bronnengebruik.
Op het niveau van attitude moeten journalisten zich bewust zijn van hun eigen sociaal-culturele beperktheden, vooringenomenheden en denkkaders (‘frames’) en dienen ze bereid en in staat te zijn om te investeren in een geregelde dialoog met minderheidsgroepen in de samenleving.
Dan de vraag hoe die competenties verworven kunnen worden. In het onderdeel interculturele journalistiek in het derde studiejaar staan drie thema’s centraal. Allereerst wordt aandacht besteed aan de achtergronden bij het ontstaan van de Nederlandse multiculturele samenleving, het overheidsbeleid en de mogelijkheden van interculturele communicatie. Daarna komt de relatie tussen de journalistiek en de multiculturele samenleving aan de orde: welke zijn de discussiethema’s over het functioneren van de journalistiek? Wat weten we over de invloed van de journalistiek en de media? Het derde thema gaat over interculturaliteit en buitenlandberichtgeving: in hoeverre zijn er parallellen in journalistieke vaardigheden met de buitenlandberichtgeving?
Dat deze competenties niet alleen in onze eigen multiculturele samenleving nodig zijn, maar ook bij verslaggeving vanuit het buitenland, laten de voorbeelden uit Tripoli duidelijk zien.
Zou de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek op dit punt aangevuld moeten worden zoals Zuijdgeest voorstelt? Dat lijkt mij minder zinvol, omdat dit document ethische richtlijnen bevat en geen eisen op kennis- of vaardigheidsgebied.
Huub Evers (lector interculturele journalistiek en media-ethiek aan Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg)