Onderzoeksjournalist Huub Jaspers: ‘Journalisten zijn een gewilde prooi voor inlichtingendiensten’
Huub Jaspers (67), oud-redacteur van radioprogramma Argos, heeft spraakmakende onthullingen op zijn naam staan, die, zo blijkt, ook de aandacht trokken van de inlichtingendienst AIVD. De documenten die hij kreeg na zijn inzageverzoek zijn slechts het topje van de ijsberg. Jaspers vecht voor meer informatie van de inlichtingendiensten en is naar de rechter gestapt.
Verder lezen? Probeer dan Villamedia 30 dagen gratis
Heb je al een account of ben je NVJ-lid? Log dan in


Praat mee
3 reacties
Dellebeke, 17 juli 2025, 19:38
Het werk van een onderzoeksjournalist lijkt heel erg op dat van een politierechercheur of een analist van een inlichtingendienst.
Dit is een ridicule opmerking omdat het werk van een politierechercheur niet is te vergelijken met dat van een analist van een inlichtingendienst.
Even lachwekkend is de veronderstelling dat een AIVD-medewerker met z’n AIVD-pasje naar een buiteland zou reizen om gegevens te verzamelen. Er zijn meer wegen. U bent, misschien terecht, slecht op de hoogte van de uitvoering van het werk van inlichtingendiensten.
Hoopvol wanneer u vindt dat u en collega’s over relatie media en inlichtingendiensten moet nadenken, ervan leren, misschien richtlijnen over opstellen en journalisten trainen.’
Bij de opzet van een training door Jaspers en Stella Braam over het beschermen van bronnen en zo veilig mogelijk werken, kan ihkv objectiviteit en evenwichtigheid gedacht worden aan input door of gesprekken met (oud-) medewerkers(s) van een of beide diensten.
Tenzij eenzijdige belichting het doel is natuurlijk.
Huub Jaspers, 5 augustus 2025, 15:57
Bij dezen mijn - vanwege vakantie verlate - reactie op de kanttekening van oud-AIVDer Kees Jan Dellebeke.
SOMS lijkt het werk van een journalist op dat van een politierechercheur en SOMS op dat van een inlichtingenanalist. Ik besef heel goed dat dit twee vakken zijn die grote verschillen hebben. Waar het in mijn betoog in de kern om ging is dat journalisten – meer dan zij vaak doorhebben – gewilde prooi zijn voor inlichtingendiensten. Daarover hebben wij in de loop der jaren een hele reeks van Argos-uitzendingen gemaakt. Het blijkt uit onderzoek in de aan het Nationaal Archief overgedragen BVD-dossiers - door vooral NRC, maar ook door Het Parool en Argos.
Dit is overigens ook beschreven in de vakliteratuur over inlichtingendiensten. Zie bijvoorbeeld het met tal van voorbeelden gedocumenteerde boek ‘Geheimdienst, Politik und Medien’ van de Duitse BND-expert Erich Schmidt-Eenboom. Of neem de memoires van de Berlijnse politieman Wilhelm Stieber, die in 1863 van Reichskanzler Otto von Bismarck de opdracht kreeg om de eerste Duitse inlichtingendienst op te zetten. Stieber richtte bij de werving van medewerkers zijn vizier in eerste instantie op journalisten. In zijn memoires legde hij uit waarom (de vertaling van het citaat uit het Duits is van mij, H.J.):
“Omdat journalisten altijd en overal het recht hebben om vragen te stellen, vormen zij onverdacht personeel voor een geheime observatiedienst, temeer omdat zij het vermogen hebben om vraagstukken op begrijpelijke wijze uiteen te zetten en feiten te onderscheiden van geruchten. Zelfs de meest geheime economische of militaire onderwerpen kunnen vertegenwoordigers van de pers volstrekt ongehinderd behandelen. Ja, ze kennen vaak hoge politici en militairen zo vriendschappelijk, dat dezen in aanwezigheid van de betreffende journalist geen geheim maken van hun kennis… Ik adviseer derhalve dat mijn ‘Residenten’ (dat zijn bij de BND de leidinggevenden die bij de CIA ‘station chiefs’ heten – H.J.), als het niet zelf al mannen van de pers zijn, journalisten werven - op zijn minst als informanten, zonder dat zij per se in de gaten hebben wat er gebeurt met de door hen geleverde informatie. Samenvattend: men kan voor een geheime inlichtingendienst geen misleidender masker uitvinden dan een het hele land omvattend systeem van vermeende pers-verslaggevers. Want de privileges die zelfs de minste onder hen heeft, alleen al de benaming ‘verslaggever van de krant’, blijken een waar ‘Sesam open u’ te zijn, ook op plekken waar de gewone sterveling nooit binnen gelaten zou worden.”
Dellebeke, 20 augustus 2025, 14:05
“Journalisten zijn gewilde prooi voor inlichtingendiensten”
Prooi is de buit van een roofdier
De journalist is een ‘slachtoffer’? Hiermee doet u uw collega’s tekort.
Door een overheidsorgaan als ‘roofdier’ te bestempelen ontkent u de beperkingen van een inlichtingendienst in de huidige democratie, onder andere door de aanwezigheid van media.
Media-onderzoek van BVD-persoonsdossiers - vaker een verzameling van door anderen opgestelde, al dan niet officiële papieren of zelfs krantenknipsels (mediaproducten) - vertoont dikwijls een eenzijdig beeld waarbij onevenredig weinig aandacht wordt besteed aan de logische, verwachte en zelfs opgedragen wettelijke taken van een veiligheidsdienst. Hieruit is meermaals een lacune in de kennis van media over de werkwijzen van de diensten gebleken. Zelf heb ik enige malen (on- en off-the-record) aan journalisten kunnen uitleggen volgens welke werkwijzen en werkmethoden de dossiervorming (persoonsdossiers) tot stand kwam, waarna deze nuancering in de media niet was terug te vinden. Iedereen kan toeschrijven naar een van te voren bedachte en gewilde conclusie, maar dat vind ik geen eerlijke journalistiek.
Welke overeenkomsten hebben niet nader genoemde voorbeelden uit ‘Geheimdienst, Politik und Medien’ van de Duitse BND-expert Erich Schmidt-Eenboom, noch memoires van Wilhelm Stieber, die in 1863 opdracht kreeg om de eerste Duitse inlichtingendienst op te zetten, met de actuele werkwijzen en methoden van de huidige Nederlandse inlichtingendiensten. Waarom citeert u over een situatie in een geschiedschrijving van meer dan honderdzestig jaar (!!) geleden die plaatsvond in een tijd van realpolitik waarbij vaak onconventionele middelen werden ingezet in een buitenland een complex andere geopolitiek wereldsituatie dan de huidige? Achterhaald en niet realistisch!
Dit geldt mijns inziens evenzo voor de rest van uw citaat over “een geheime inlichtingendienst” die misleidend gebruik maakt van een “heel land omvattend systeem van ‘vermeende persverslaggevers’” Dat is onzin, zoals u zelf ook weet.