Na zeven jaar geen terrorist meer
Martxelo Otamendi en zijn krant Egunkaria werden zeven jaar door de Spaanse overheid als terrorist beschouwd. Onlangs volgde vrijspraak. Maar toch is het in de Europese Unie van vandaag mogelijk op basis van vage beschuldigingen een krant te sluiten.
Martxelo Otamendi houdt niet van zwaar aangezette termen. En hij is wars van de sensatiezucht waar zo’n groot deel van de Spaanse media zich met enthousiasme aan overgeeft. Terugkijkend op de afgelopen zeven jaar zul je hem woorden als nachtmerrie en hel niet in de mond horen nemen.
Toch moeten zulke gedachten door zijn hoofd hebben gespookt. Want zeven jaar lang was Otamendi voor de buitenwereld geen hoofdredacteur van een krant maar lid van een terroristische organisatie. Al die jaren leefde hij in de wetenschap dat hij twaalf tot veertien jaar gevangenisstraf kon krijgen op beschuldiging van lidmaatschap van de ETA.
Na een onbegrijpelijk lange procesgang besliste de Audiencia Nacional in Madrid vorige maand dat hoofdredacteur Otamendi en vier directieleden van de krant Egunkaria ‘niet de minste band’ hadden met de Baskische afscheidingsbeweging. Voor de vijf verdachten betekende dat natuurlijk een hele opluchting. Maar daarmee is de kous niet af.
In februari 2003 wordt Egunkaria gesloten op last van onderzoeksrechter Luis del Olmo van de Audiencia Nacional, een speciaal hof voor terreurzaken en de georganiseerde misdaad. De rechter denkt dat Egunkaria, op dat moment het enige dagblad in de Baskische taal, een instrument is van de ETA. Tegelijk laat hij Otamendi en negen directieleden van Egunkaria arresteren op beschuldiging van lidmaatschap van een terroristische organisatie. Sommige arrestanten, onder wie Otamendi, worden door de Guardia Civil vijf dagen vastgehouden in totale isolatie. Anderen brengen acht maanden tot anderhalf jaar door in voorarrest. Allen doen aangifte van marteling tijdens het politieverhoor.
De sluiting van Egunkaria is aanvankelijk voorlopig. Die wordt echter steeds verlengd en uiteindelijk besluit de rechter tot liquidatie van het bedrijf. Alle bezittingen van de krant worden verkocht, de schulden betaald en het batig saldo van 600.000 euro reserveert justitie voor de Vereniging van Slachtoffers van het Terrorisme (AVT). De honderdvijftig werknemers van de krant staan op straat.
‘Wat wij hebben meegemaakt is absurd’, zegt Otamendi. ‘Je bent rustig de krant van de volgende dag aan het maken en het volgende moment zit je opeens in een waanzinnige draaimolen, op grond van beschuldigingen zonder enige feitelijke basis. Het is de zwaarste aanval die er ooit geweest is tegen onze taal, de rechten van de Basken en de Baskische media.’
Otamendi herinnert zich vooral de steun die hij ontving van ‘duizenden mensen’ uit binnen- en buitenland. Maar veruit het grootste deel van de meeste Spaanse media, de politiek en de samenleving maakten zeven jaar lang geen enkel voorbehoud en beschouwden de verdachten zonder meer als terroristen. Vaak ging dit gepaard met zeer grove beledigingen. Otamendi gaat nu inventariseren wat over hem geschreven en gezegd is ten tijde van de sluiting van Egunkaria. ‘Ik zal met mijn uitstekende advocaat overleggen wat we kunnen doen’, zegt hij.
Otamendi is verrast over het vonnis waarin hij en de vier andere verdachten eindelijk worden vrijgesproken. Het hof spreekt daarin harde kritiek uit op de sluiting van de krant, waarvoor ‘geen enkele rechtsgrond’ bestond. Bovendien heeft de onderzoeksrechter niet eens onderzocht of de krant in haar kolommen steun uitsprak voor de ETA. Dat werd gewoon bij voorbaat aangenomen. Het vonnis hekelt ‘de bekrompen visie die veronderstelt dat alles wat met de de Baskische taal te maken heeft onder controle staat van de ETA.’
In terreurzaken is het niet gebruikelijk dat een Spaanse rechter zulke scherpe kritiek uit op de ondeugdelijkheid van het bewijsmateriaal. Misschien nog opmerkelijker is de zinsnede over de klachten van foltering tijdens de verhoren. Volgens het hof zijn deze klachten ‘verenigbaar met de rapporten van de forensische arts’.
Dat laatste is haast revolutionair. De talrijke aanklachten wegens marteling die ETA-verdachten indienen lopen bijna zonder uitzondering op niets uit. Ze worden beschouwd als ‘ETA-propaganda’. In het geval van Otamendi is dat niet anders. Hij heeft zijn hoop nu gevestigd op het Europese Hof voor de Mensenrechten in Straatsburg.
——-


Praat mee