Journalisten mogen minder braaf zijn
De roep om fatsoenlijke journalistiek is een contradictio in terminis: ongehoorde vragen stellen hoort bij het beroep. De Rutgers van deze wereld tonen misschien juist aan dat wij journalisten met z’n allen minder braaf moeten worden en moeten ophouden met onderhandelen met voorlichters.
Een mooie lentedag, een jaar geleden. Rutger Castricum, zonnebril in de haren, schuift Mark Rutte de gevreesde roze plopkap van GeenStijl tv onder de neus. Camera draait, de eerste kritische vraag valt: ‘Hebben we nog geneukt?’ Rutte schiet in de lach. ‘Dat houd ik graag voor mezelf als je het goed vindt.’
Een jaar en een flink aantal Castricum-reportages verder en in kranten en op blogs woeden discussies over fatsoenlijke journalistiek versus hufter-tv. Veel mensen vinden het onfatsoen van Castricum te ver gaan en Buitenhof-columniste Naema Tahir bepleit zelfs dat hufters als hij geweerd moeten worden van het Binnenhof. Alleen nette en geaccrediteerde vragenstellers zouden nog met politici mogen praten. De argumentatie erachter: het hoort niet bij het métier van een politicus om te reageren op onbehoorlijke vragen en het is slecht voor een land als mensen die beleid moeten maken en uitleggen de politiek uitgaan omdat ze niet ‘Rutgerproof’ zijn.
Waarom nu zoveel drukte om hufter-tv? Twaalf jaar geleden zorgde het duo Rob Muntz en Paul Jan van de Wint met hun Hitlerimitatie voor consternatie op de Nederlandse televisie. Je zou kunnen zeggen dat Castricum in hun traditie opereert; ook zij begaven zich op het snijvlak van journalistiek en satire en schuwden een ongehoorde benadering niet.
Na de verkiezingszege van de Oostenrijkse FPÖ, de rechts-populistische partij van wijlen Jörg Haider, togen de programmakers naar Wenen. Muntz paradeerde er verkleed als Hitler door de straten en ondervroeg voorbijgangers en politici met een gasfles in de hand. Het ging de VPRO destijds te ver. Het stel moest van de buis. Nog voor deze affaire waren er programmamakers als Willibrord Frequin en Pieter Storms die mensen hinderlijk volgden en onaangekondigd binnenvielen met draaiende camera. Ook zij gebruikten zuigende interviewtechnieken en hielden zich niet aan protocollen of ongeschreven gedragsregels. Bart de Graaff, de grondlegger van BNN, gooide ooit bij een tankstation een baksteen door de ruit om aan te tonen dat je kon inbreken zonder dat de ordediensten uitrukten. Iedere tijd zijn eigen rebellen, zou je kunnen zeggen – what else is new?
Kennelijk voorziet hufterige tv in een functie, ieder decennium in een nieuwe gedaante. Zo heeft BNN met verschillende programma’s laten zien dat choquerende televisie aandacht en discussie kan veroorzaken voor thema’s die nog in de taboesfeer zitten (kannibalisme en orgaandonoren). De satirische hufterigheid van mensen als Muntz en Castricum provoceert authenticiteit. Voorgeprogrammeerde politici die gewend zijn hun riedel te mogen afsteken worden ontregeld en zijn even uit het veld geslagen. Het zou mooi zijn als er daarna van de gelegenheid gebruik wordt gemaakt om een wezenlijke vraag te stellen, maar helaas gebeurt dat nog niet altijd – de huftermethode gevolgd voor verdieping zou een mooi nieuw genre kunnen opleveren.
In ieder geval zou je kunnen stellen dat ongehoorde vragen bij de journalistiek hoort – de fatsoenlijke journalistiek die Naema Tahir zo graag wenst is een contradictio in terminis. Om die vragen op de man af te kunnen stellen moet je als journalist tegenwoordig aardig creatief zijn en protocollen zien te omzeilen. Mij persoonlijk interesseren de bedgeheimen van de premier weliswaar niet erg, maar er zijn ook belangrijke en prangende vragen met een algemeen maatschappelijk belang die soms niet worden gesteld omdat voorlichters van tevoren een vragenlijst verlangen en bij gevoelige materie ieder interview tegenhouden; veel voorlichters doen allesbehalve voorlichten. Bij tv is het algemeen bekend dat er met politici wordt onderhandeld over de gesprekstof van de uitzending. Er is veel voor te zeggen om aan deze hele mores schijt te hebben en mensen met een publieke functie of anderen die in het brandpunt van de belangstelling staan met draaiende camera te ondervragen of om er zonder afspraak voor de deur te staan: “Legt u maar eens uit.” (al is vousvoyeren niet des hufters).
Opmerkelijk vond ik de bevindingen van een verslaggever van Omroep Brabant, die ik onlangs sprak. Hij had de huftermethode bij wijze van experiment in zijn eigen werk toegepast en bemerkte dat het hem wel degelijk meer informatie en materiaal opleverde dan wanneer hij van tevoren keurig een afspraak zou hebben afgemaakt en via voorlichting onderhandeld zou hebben. Toch luidt zijn conclusie dat hij de methode niet vaker gaat inzetten: hij voelt zich er niet happy bij en is zo niet opgevoed, erkent hij. De dood in de pot.
Misschien is het tijd dat wij journalisten met z’n allen wat minder braaf en fatsoenlijk worden.
Jonathan Maas is freelance journalist voor o.m. de VPRO Gids. Het stuk ‘Fuck fatsoen’ over hufterjournalistiek staat deze week in de VPRO Gids.


Praat mee
5 reacties
Layla Azzouz, 5 april 2012, 13:24
ow ja, en wie beschermt dan de burger tegen het mediageweld?
“Journalisten claimen een specifieke functie te hebben in een democratie en daarom ook bepaalde extra ruime vrijheden te hebben. Maar hoe lang is het geleden dat men dat heeft waargemaakt? Waar was het kritische geluid over de Amerikaanse oorlogstrom in de aanloop naar de oorlog in Irak? En over het Nederlandse besluit daarover? Journalisten laten zich tegenwoordig liever ‘embedden’ in het Nederlandse leger in Afghanistan dan dezelfde slinkse tactieken als hierboven bij minderjarigen te gebruiken om te onderzoek hoe de Nederlandse overheid, het leger en de Amerikanen geprobeerd hebben de de Nederlandse missie in Afghanistan te verkopen. We kunnen dergelijke methoden van agressie, intimidatie, schending van privacy rustig mediageweld noemen. We moeten dus vaststellen dat de Nederlandse journalisten uitermate bedreven zijn in het gebruik van slinkse of creatieve methodes om bijvoorbeeld minderjarige slachtoffers van vliegrampen in beeld te brengen, maar werkelijk niets presteert als het gaat om zaken die er echt toe doen. De helden. Nou ja vooruit, als men zich echt kwaad maakt, start men vanuit de luie leunstoel een WOB procedure (wat misschien wel de beste zet van de overheid ooit is om de media te beheersen). De Nederlandse journalistiek is erg goed in humilitainment, redelijk goed in infotainment, maar waardeloos in…journalistiek. Powned is daarbij niets meer of minder dan een uitwas van de gebrekkige kwaliteit van de Nederlandse media….
Men neemt vrolijk anderen de maat, maar men laat zichzelf niets zeggen.
De actie van Kinneging tegenover Rutger, maar ook andere acties tegen journalisten, zijn dan ook te zien als vormen van zelfverdediging tegen het mediageweld door burgers die gefrustreerd zijn door een beroepsgroep die denkt dat ze zich alles kan veroorloven.”
http://religionresearch.org/martijn/2012/03/11/wie-beschermt-de-burger-tegen-mediageweld/
Jacqueline Wesselius, 5 april 2012, 15:15
Ik ben het wel grotendeels met Layla eens. Tussen journalistiek die aan de leiband loopt van ‘de gevestige orde’ (om het snel te zeggen) en hufter-‘journalistiek’ is nog wel enige marge… Kritische journalistiek, ja, maar waar dat egotrippende ‘humilitainment’ (mooie term, Layla)goed voor mag zijn, is me echt niet duidelijk. Journalistiek is het in ieder geval niet.
J.C. Roodenburg, 5 april 2012, 16:16
De auteur heeft kennelijk niet in de gaten dat journalisten met ‘huftergedrag’ totaal niets opschieten met mensen die zij (willen) interviewen. Integendeel, zij die enig verstand hebben – en dat mag je van politici verwachten – zullen de hufter gewoon negeren (terecht!) of nette obligate opmerkingen plaatsen.
Er zijn ook geen hufterjournalisten nodig om wat te bereiken op journalistiek gebied in dit land. Je moet natuurlijk wel kritisch, doortastend en analyserend kunnen zijn. Maar dat is héél iets anders dan braaf zijn, waar de auteur opmerkingen over plaatst. Ik loop al 40 jaar mee in de (dagblad)journalistiek. Zelden ben ik brave collega’s tegengekomen, maar ook géén amusementsmakers met andere bedoelingen dan om integere journalistiek te bedrijven. Die gaan niet aan de minister-president vragen of hij al heeft geneukt. Ik zal wel weer door kort door de bocht vliegende zich journalist noemende collega’s voor ouwe lul uitgemaakt worden. Moet maar!
Overigens heeft Rutger Castricum zich na een paar incidenten erg gedeisd gehouden en zich misschien wel af en toe als journalist gedragen.
Peter de Journalist, 6 april 2012, 13:58
Ben het helemaal mee eens met Roodenburg. Kritische vragen stellen is inderdaad iets anders dan de onbeschofte jojo uithangen.
J. van Reede, 10 april 2012, 13:37
Je hoeft je niet van hufterige of puberale methodes te bedienen om confronterende en scherpe journalistiek te bedrijven. Kijkers van Nieuwsuur zien regelmatig hoe Marielle Tweebeeke en Twan Huys deze methode op een steeds betere manier inzetten om hun gasten ertoe aan te zetten wezenlijke informatie te geven. Of desnoods te ontmaskeren zoals tijdens het interview van Tweebeeke met Oerlemans en het VUmc. Wat mij betreft het beste interview van dit jaar en een schoolvoorbeeld van een journalist die uit haar comfort zone durft te treden om iets aan de kaak te stellen.