In alles zijn Frans Lomans en Merel Westrik tegenpolen. Desondanks maken ze samen de podcast ‘Gonzo’
In de podcastserie ‘Gonzo’, die vandaag aan zijn derde seizoen begint, spreken Frans Lomans en Merel Westrik journalisten over het verhaal dat hen altijd bijbleef. Het ‘gearrangeerde huwelijk’ tussen de twee makers voelt alsof ze, al kibbelend, bij je aan tafel zitten.
Zuchtend komen Frans Lomans en Merel Westrik het kantoortje van de producent van hun podcast ‘Gonzo’ in gelopen. Net voor het interview vond er een opname plaats van een nieuwe aflevering.
De opname was geen lijdensweg. Het venijn zat in de staart: een video maken voor social media. ‘Vindt Frans verschrikkelijk’, zegt de podcastredacteur van het duo. ‘Het voelt gekunsteld, vindt hij.’
Lomans zit nauwelijks als hij weer opveert. ‘Kan het een paar minuten later? Ik wil roken.’ Het antwoord wacht hij niet af.
Een voormalig RTL-nieuwslezer en oud-hoofdredacteur van Panorama en Nieuwe Revu. Geen logisch duo. Hoe kwam men bij jullie uit?
Westrik: ‘We zijn een gearrangeerd huwelijk.’
Lomans: ‘Iemand kwam met het idee voor deze podcast en stelde ons aan elkaar voor. Ik ben als eerste gevraagd, maar ik ben in de verste verte geen presentator. Kan geen rode lijnen in verhalen bewaken. Ik ben al blij als ik een verhaal van A tot Z kan schrijven. Ze zochten iemand die iets kon. Bij de eerste ontmoeting vond Merel mij een vreemde kerel.’
Westrik: ‘Ik vond ‘m een rare piraat. Hij droeg een lapje op zijn oog. Hij was in ’t ziekenhuis geweest. Maar ik snapte de combinatie wel: Frans is hoofdredacteur geweest van verschillende bladen, mijn oorsprong ligt bij de nieuwsjournalistiek.’
Lomans: ‘Merel heeft een moreel kompas. Of ik dat heb, daar twijfelt menigeen aan.’
Westrik: ‘Frans is meer van schieten, tieten en bandieten.’
Lomans: ‘In mijn tijd bij de Nieuwe Revu was het seks, sensatie en socialisme.’
In de afleveringen nemen jullie elkaar niet erg serieus. Is iedere aflevering in detail uitgeschreven?
Westrik: ‘We bereiden niks voor. Nou ja, we lezen, kijken en luisteren alle publicaties van de gasten, natuurlijk. Een aantal basisvragen keren altijd terug. Ik probeer de chronologische lijn te bewaken en mij te verplaatsen in de luisteraar: “Snap je dit als je luistert?”.’
Lomans: ‘Vanmorgen was Coen Verbraak te gast over zijn documentaireserie “Onze jongens op Java”. Da’s ruim drie uur televisie. Het getuigt van nul respect als we die serie niet tot het einde bekeken hadden.’
In de aflevering met Sara Berkeljon, interviewer bij de Volkskrant, hoorde ik jullie kibbelen. Jullie spraken haar over het interview met Mart Smeets. Lomans is bevriend met Smeets. Het ging over vragen die wel of niet gesteld zouden worden aan Berkeljon. Als luisteraar heb ik het idee dat ik aanschuif bij een redactievergadering.
Westrik: ‘Voorafgaand aan zo’n aflevering weet ik niet wat Frans gaat zeggen. Soms zegt hij dingen waarvan ik denk: “Dat is apart, Frans,” Dáár zeg ik dan iets over.
Lomans, resoluut: ‘Vice versa óók.’
Toen jullie podcast werd aangekondigd, dacht ik: ‘Leuk, wel niche’. Jullie uitgever schermt met hoge luistercijfers. Hoe maak je zo’n onderwerp toegankelijk voor een breed publiek?
Lomans, direct: ‘We hebben on-ge-lofe-lijke luistercijfers. Gemiddeld 50 duizend luisteraars per aflevering!’
Westrik: ‘Wat het interessant maakt, is dat het grote verhalen zijn die iedereen kent of op z’n minst wel een flard van heeft meegekregen. Nu hoor je het verhaal van de journalist. De weg ernaartoe, het moment waarop je betrokkenen sprak. Het is de making of van een verhaal.
Denk aan de Schiedammer Parkmoord van Bas Haan, één van eerste rechtelijke dwalingen in Nederland. Indertijd dachten we dat er in Nederland geen onschuldige mensen in gevangenissen zaten. De weg naar die onthulling zat vol tegenwerking. En dat zie je vaker. Juist dat journalistieke proces is interessant.’
Lomans, droogjes: ‘De podcast is een reconstructie van een reconstructie. In mijn tijd als hoofdredacteur kwamen redacteuren terug van een reportage, vroeg ik ze hoe het was gegaan. Die verhalen waren veel spannender dan de reportage zelf. Dat is de clou. We willen ’t verhaal niet dunnetjes overdoen, maar er iets aan toevoegen.’
De interviews geven de journalisten een menselijk gezicht?
Westrik: ‘Het laat zien dat journalisten mensen zijn die weloverwogen keuzes maken in waarom ze iets wel of niet publiceren. Of waarom ze soms een half jaar wachten met een verhaal brengen zodat ze wel aan een tweede bron kunnen komen.’
Lees ook: Zelfde naam, zelfde baan: Kirsten en Merel Westrik, zussen in de journalistiek
De afgelopen afleveringen telden - relatief - veel oudere gasten. Moet je eelt op je ziel hebben om een ‘goed verhaal’ te maken?
Westrik: ‘Hoe oud ben jij precies?’
28.
Terwijl ze op Spotify door de lijst van afleveringen scrollen raken ze in discussie. Westrik: ‘We hebben Thijs Zeeman gehad.’ Lomans: ‘Die is al veertig.’ Westrik: ‘Die jongen van ’t voetbal, Willem Feenstra? Nee, nee. Oók oud!’
Ze denkt even na en roept: ‘Daniël Verlaan van RTL! Die is van jouw leeftijd, denk ik…’
Daarna: ‘Sara Berkeljon is jong, toch?’
Ze komt uit 1982.
Lomans: ‘In vergelijking met mij is iedereen jong. Je moet je loopbaan een beetje opbouwen voordat je écht iets mag gaan doen.’
Westrik: ‘Iedereen begint met kortjes en éénkolommetjes schrijven. ‘
Lomans: ‘Ik heb geen enkel goed verhaal geschreven vóór m’n vijfendertigste.’

Frans Lomans als hoofdredacteur van Panorama tijdens de presentatie van de kalender van Tatjana Simic in 2011. Foto: Fotopersburo Edwin Janssen.
Aan jonge lezers van dit interview luidt de opdracht: veel tikken en geduld hebben?
Lomans: ‘Ik verbaas mij nog steeds als ik journalistiekstudenten spreek die géén duizend boeken gelezen hebben. Godverdomme. Je moet duizend boeken, veel tijdschriften en verhalen lezen om erachter te komen wat een goed verhaal is. Daar kan ik mij vre-se-lijk aan storen bij jonge mensen.’
Enige stilte: ‘Nu klink ik als een opa die zegt dat alles kut is tegenwoordig…’.
Westrik: ‘Je hoeft geen duizend boeken te lezen.’
Lomans: ‘Huh?’
Westrik: ‘Na het lezen van duizend boeken weet je nog steeds niet wat schrijven is. Je moet het vooral veel doen. Je kán vroeg in je carrière tegen een geweldig verhaal aanlopen.’
Je moet verschrikkelijk je best doen om een goéde journalist te zijn
Je kunt ook de juiste persoon op het juiste moment zijn…?
Lomans: ‘Misschien is het mijn katholieke achtergrond. Je moet verschrikkelijk je best doen om een goéde journalist te zijn.’ Vurig: ‘Je moet er, bij wijze van spreken, je lé-ven voor geven. We spraken Jan Tromp [oud-(hoofd)redacteur van de Volkskrant, bekend van zijn postuuminterview met prins Bernhard]. Hij is 75! En hij schrijft nog steeds!’
Westrik: ‘Wat zei-‘ie ook alweer, Frans?’
Lomans: ‘Journalistiek is een reden tot bestaan.’
Dat klinkt zwaar.
Lomans: ‘Hij heeft drie huwelijken achter de rug… Je moet veel opofferen om een goede journalist te zijn.’
Willen de jonkies dat? Alles ervoor opgeven?
Westrik: ‘Hoe weet Frans nou wat de jonkies willen? Kranten en tijdschriften staan óók vol goede verhalen van jonge journalisten. Genoeg podcastgasten willen niet álles voor hun werk opgeven. Dat klinkt dramatisch. Heeft Hanneke Groenteman álles opgegeven voor haar werk?’
Lomans: ‘Daar heb jij een punt. Je hoeft niet alles te laten. Je moet journalistiek, denk ik, wel belangrijker vinden dan een huwelijk. Maar ik sla door…’
Jullie gasten werken voornamelijk voor landelijke dagbladen. Mooie verhalen zijn er ook in de regiojournalistiek?
Westrik: ‘We hadden Angelique Kunst van Tubantia over Rian van Rijbroek!’

Merel Westrik in 2019. Foto: Remko de Waal/ANP Kippa.
Die artikelen belandden ook in het AD.
Westrik: ‘We hadden Hiske Versprille over het paardenvlees in een Amsterdams restaurant…’
Amsterdam is niet mijn definitie van “regio”.
Lomans: ‘Het Parool is een regionale krant, toch?’
Westrik: ‘Dat nieuws was regionaal, maar werd een groot, landelijk verhaal omdat gesjoemel met paardenvlees destijds een hot topic was.’
Lomans: ‘We hadden Nikki Sterkenburg van EW over het antiradicaliseringsproject van Eberhard van der Laan…’
Voormalig Amsterdams burgemeester. Er is genoeg geschreven over de Groninger gaswinning, bijvoorbeeld?
Westrik: ‘Gaswinning werd een landelijk thema.’
Lomans: ‘Misschien hebben we een beperkt blikveld. Is dat waar je ons van beschuldigt?’
Het viel op. Ik hoor hoofdredacteuren van regionale media zeggen dat zij genoeg mooie onderzoeks- of achtergrondverhalen hebben.
Lomans: ‘Nu ben je de stem van die hoofdredacteuren?’ Stilte. ‘Ik denk dat je, helaas, gelijk hebt.’
Westrik: ‘Het klopt, denk ik, niet wat je zegt. Een goed regionaal verhaal krijgt vaak ook landelijk aandacht.’
Lomans: ‘Misschien moeten we vaker het Dagblad van het Noorden of het Brabants Dagblad lezen…’
Westrik: ‘We vissen vaak in de NRC- of Volkskrantvijver. Hebben zij de beste journalisten in dienst?’
Dat weet ik niet.
Westrik: ‘Wij ook niet. Misschien zijn dat de plekken waar journalisten veel tijd krijgen om iets uit te zoeken. En dat die kranten daar genoeg middelen voor hebben. Op die redacties zijn er genoeg collega’s die kunnen inspringen als jij een half jaar ergens mee bezig bent.’
Merel las bij RTL andermans teksten voor, Frans heeft zijn pensioen ‘opengebroken’ om deze podcast te maken. Kriebelt het niet om al die verhalen zelf te maken?
Westrik: ‘Regelmatig denk ik: “O shit, ik wil dat ook doen”. Op pad gaan, reportages maken. Zoals vroeger bij AT5.’
Lomans slaakt een diepe zucht.
Waarom die zucht?
‘Het is jaloersmakend. Bijna al die mensen hebben iets gedaan wat mij niet gelukt is.’
Dat klinkt tragisch.
Lomans: ‘Het is toch leuk om mensen te bewonderen? Waarom moet dat direct terugslag geven op mijzelf? Het is juist fantastisch dat er mensen zijn die de mogelijkheid krijgen om zulke verhalen te maken.’
Net zei je ‘jaloersmakend’.
Lomans: ‘Ik vind het heerlijk om te praten met mensen die beter zijn dan ik.’
Westrik: ‘Misschien kan het nog, Frans. Krijgen we een scoop van een luisteraar. Van podcasters naar berucht duo, lijkt me leuk.’
Zelf zijn jullie niet belangrijk?
Loman: ‘Natuurlijk niet. Het gaat om hen. Ons verhaal? Boeien…’
Jullie vieren de successen. Zou je ook niet eens de dingen die niét goed gingen vieren? Dat stuk dat nooit het daglicht ziet?
Lomans: ‘Veel gasten sparen zichzelf niet. “Dit ging mis, dat ging kut.”’
Westrik: ‘Onze podcast had ook tien luisteraars kunnen hebben. Je moet experimenteren. En soms concluderen: “Mislukt”. Dat hoort erbij.’
Lomans: ‘Ik zou er niet aan moeten denken om élke week één uur lang te praten met iemand die ik niet goed vind.’
Vanaf donderdag 15 februari verschijnt er iedere week een nieuwe aflevering van “Gonzo”. In dit seizoen zijn o.a. Kim van Keken (freelance, o.a. Vrij Nederland), Zainab Hammoud (Nieuwsuur), Rasit Elibol (De Groene Amsterdammer), Paul Vugts (Het Parool), Lia van Bekhoven (BNR) en documentairemaker Frans Bromet te gast. Op 29 februari verhuist de podcast achter de paywall van Podimo. Waarom? Westrik: ‘Eigenlijk zouden we liever voor iedereen beschikbaar blijven, maar zo’n podcast maken kost geld: een (eind)redacteur, editor. We hebben een tijdje met reclame in de podcast gewerkt, maar we vonden het 1) heel vervelend dat het gesprek onderbroken werd en 2) wij als makers moesten die spotjes inspreken. Dat vonden we héél ongemakkelijk. Op deze manier kan de podcast blijven bestaan.


Praat mee