Impactmakers: Duidende journalistiek in tijden van nieuwsmijding
Ze staan nog aan het begin van hun carrière, maar denken al diep na over het vak. Tweedejaars studenten journalistiek van Fontys in Tilburg onderzoeken voor het vak 'de impactmakers' hun eigen positie in de journalistiek: ze lezen literatuur, spreken een expert of journalist en schrijven een persoonlijk essay over een dilemma dat hen bezighoudt. Uit de volledige lichting selecteerden docenten de zes sterkste essays, die Villamedia de komende weken publiceert. Deze week is het woord aan Noé van Beek over duidende journalistiek en nieuwsmijding.
De Engelse filosoof John Stuart Mill schreef in zijn boek ‘On Liberty’ dat wie het gesprek en de botsing van ideeën opgeeft aan de vooravond van een tirannie staat. Wie zwijgt geeft niet alleen zijn eigen stem op, maar laat ook de ruimte voor reflectie en tegenwicht verdwijnen. Als er geen betrokkenheid is, verdwijnt het open debat.
Soms voelt het alsof ik in die stilte leef. Wanneer ik aan mijn vrienden vraag wat ze van het nieuws vinden kijken ze me vragend aan. Niet omdat ze dom zijn, het zijn slimme mensen, maar simpelweg omdat ze niet meer geïnteresseerd zijn. “Te negatief”, zegt de een. “Ik vertrouw ze niet”, bromt de ander. Een derde haalt zijn schouders op: “Het doet er voor mij toch niet toe.” Voor mij als journalist in opleiding, voelt dat op zijn zachtst gezegd ongemakkelijk. Nieuws is mijn manier om grip te krijgen op de wereld, voor hen is het een last of betekenisloos. Toch verandert er iets als ik het gesprek aanga. Niet met feiten, maar met vragen. “Welke belangen spelen mee? Waarom dit besluit? Wat betekent dit voor ons?” Er ontstaat een debat. Niet omdat ik ze belast met waarheden, maar omdat ik probeer te duiden. Ik stel vragen, geef context, en probeer verbanden te leggen.
Een goed voorbeeld zijn de bezuinigingen op de publieke omroep. Voor mijn vrienden was dat weer zo’n nieuwsbericht dat hen niet leek te raken. Een bericht waar anderen zich zorgen over moeten maken. Niemand leek geraakt tot ik vroeg: “Wat betekent dit voor de onafhankelijkheid van nieuws? Welke keuzes moeten omroepen straks maken? Kan minder overheidsgeld misschien meer vrijheid betekenen?” Langzaam verschoof het gesprek van desinteresse naar debat. Dezelfde mensen die het nieuws ‘niets voor hen’ vonden, voerden een gesprek over macht, verantwoordelijkheid en geld. Ze begonnen zelf argumenten af te wegen en verbanden te leggen. Het gesprek leefde en er ontstond iets groters: betrokkenheid.
Nieuwsmijders
Mijn vrienden zijn geen uitzondering. Het vermijden van nieuws is wereldwijd een groeiend fenomeen. Volgens het Reuters Digital News Report (2025), gaat 40% van de mensen wereldwijd het nieuws soms of vaak uit de weg. In Nederland komt dat neer op 30% van de mensen, blijkt volgens het Commissariaat voor de Media (2024). En de trend versnelt: vijf jaar geleden vond één op de vier Nederlanders het nieuws vermoeiend, dat is nu vier op de tien.
Dat mensen het nieuws als vermoeiend ervaren is niet gek. Het is geen teken van desinteresse, maar overbelasting. Volgens het Reuters rapport zegt 39% van de mensen dat ze afhaken vanwege negativiteit. Verder wordt de informatiestroom, twijfels aan objectiviteit, of het gevoel dat nieuws zich buiten je leefwereld afspeelt, als belangrijke factoren genoemd.
De Nederlandse onderzoeker Kiki de Bruin dook iets dieper in het fenomeen en onderscheidde in totaal zeven verschillende typen nieuwsmijders. Wat vooral opvalt in haar onderzoek is dat het vermijden van nieuws geen persoonlijke tekortkoming is. Iedere groep mist iets in het nieuws. Nieuws wordt tegenwoordig snel geproduceerd én geconsumeerd. Als ik terugdenk aan mijn vrienden zie ik het duidelijk: nieuws legt uit wat er gebeurt, maar niet waarom dat ertoe doet. Het gevolg is dat nieuws overweldigt, wantrouwen oproept, of eenzijdig aanvoelt. Mensen missen betekenis en dat is precies waar de duidende journalist een rol kan spelen.
De duider
Om de duidende functie beter te begrijpen sprak ik met Huub Evers. Evers is ombudsman bij de Limburger, media-ethicus, en gepensioneerd docent. Hij heeft zich jarenlang verdiept in de relatie tussen nieuws, vertrouwen en publiek. Hij benadrukt dat een duidende journalist een stuk dichter bij de mensen moet staan dan een traditionele verslaggever: “Je moet laten zien hoe het nieuws betrekking heeft op hen.” Niet wat er gebeurt, maar wat het betekent dat het gebeurt. Die verschuiving brengt een grote verandering voor de journalistiek met zich mee: het erkennen dat we niet alleen waarheidsvinders zijn, maar makers van betekenis. “Context, nuance, hoor en wederhoor, het is van groot belang”, vertelt Evers.
Voor mij persoonlijk betekent dat verhalen maken die niet stoppen bij het nieuwsfeit, maar bij de betekenis die het heeft voor mensen. Zoals in die gesprekken met mijn vrienden: het gaat niet alleen om uitleggen, maar om samen denken en de lezer meenemen in een proces van begrijpen in plaats van overtuigen.
En elke duider moet deze spanning bevragen. Het vraagt om eerlijk te zijn over je blinde vlekken, keuzes en je eigen perspectief. Objectiviteit wordt vaak als hoogste ideaal binnen de journalistiek gezien, maar transparantie lijkt belangrijker. Duiding is nooit objectief, maar wel transparant over haar eigen subjectiviteit. Evers benadrukt het belang van transparantie en verantwoordelijkheid. “Laat de mens en proces achter de journalist zien, maar laat ook de persoon achter de nieuwsmijder zien. We moeten weten waarom mensen dat nieuws niet meer pakken.” Een duider zou daarin geen verteller van waarheden moeten zijn, maar een gids in de chaos. Niet om de lezers over te halen, maar om ze in staat te stellen zelf betekenis te geven aan het nieuws.
Betekenis boven bereik
Steeds meer redacties vragen zich af: “Hoe bereiken we die nieuwsmijders?” Evers waarschuwt: “Je kunt niet tegen mensen zeggen: ‘Jij moet het nieuws gaan volgen’. Nee, dat werkt niet.” De inhoud van het nieuws staat los van in hoeverre de consument zich erbij betrokken voelt. Wel kan de journalist keuzes maken in de manier waarop het nieuws gebracht wordt en de ruimte die wordt gecreëerd voor reflectie en debat. Een journalist moet betrokken zijn om zijn publiek te begrijpen. Door aan te sluiten bij het gevoel van machteloosheid van constante crisis, kan een duidende journalist de nieuwsmijder bereiken. Met taal die niet moraliseert, maar mensen uitnodigt. Maak mensen duidelijk dat je begrijpt dat ze moe worden van deze wereld, maar laat ook de patronen zien die alles samenhouden.
Contact onderhouden en betrokken blijven met je publiek is ontzettend belangrijk. “Het is de taak van een journalist”, zegt Evers. Hij heeft gelijk, de journalistieke code stelt dat de journalist in dienst van het publiek staat. Duidende journalistiek moet geen poging zijn om iedereen weer voor het nieuws te winnen, maar om het gesprek terug te brengen naar de publieke ruimte.
Betekenis
Het publieke debat dat ooit het hart van de democratie vormde, is versplinterd in bubbels en algoritmen. Die waarschuwing van Mill lijkt urgenter dan ooit. Toen ik aan dit essay begon kreeg ik een opdracht: ‘ontwikkel een visie op journalistiek’. Zo denken we daar vaak over in journalistiekland. Maar misschien moeten we ons eerst bedenken wat journalistiek nog kan betekenen. Hoe we menselijk blijven in plaats van ons opstellen als alwetende waarheidsvinders.


Praat mee