Hongaarse media leggen klacht neer bij Europese Commissie rondom staatssubsidies Orbán-bevriende media
Twee Hongaarse mediabedrijven leggen vandaag een klacht neer bij de Europese Commissie over ongeoorloofde staatssubsidies ter hoogte van 1 miljard euro, die aan Orbán-gezinde media zijn verleend. Dat meldt zakenkrant Financial Times. Het gaat om advertentiegelden die de overheid tussen 2015-2023 heeft omgeleid naar bevriende online media, kranten en tv-stations. Volgens de mediabedrijven werd onafhankelijke kritische journalistiek zo overstemd en genoot Orbáns partij Fidesz daarmee onevenredige aandacht.
Een van de klagende partijen wenst anoniem te blijven, een ander is het weekblad Magyar Hang.
In een studie die de bedrijven lieten uitvoeren concludeert econoom professor Kai-Uwe Kühn dat een krant die wordt omgebouwd tot een regeringsgezinde uitgave, de advertentie-inkomsten vanuit de overheid dramatisch ziet toenemen. Dat is volgens Magyar Hang een ongeoorloofde vorm van staatssubsidie.
“Economisch bewijs en data tonen zonder enige twijfel aan hoe het advertentielandschap in Hongarije is verstoord door de ongeoorloofde toekenning van advertentiebudget vanuit de overheid. Media die de overheid goed gezind zijn, zijn daarmee sinds 2015 effectief gesubsidieerd voor een bedrag van bijna 1,1 miljard euro”, aldus Magyar Hang in een verklaring. Deze vorm van staatssteun is in strijd met EU-verdragen, stelt de uitgeverij.

Europa-correspondent voor The Economist Matt Steinglass noemt het op Bluesky slim om de klacht tot subsidies te beperken. “De Europese Unie heeft niet veel macht waar het mediabeleid van lidstaten betreft, maar het heeft wel middelen om in te grijpen op staatssubsidies.” Steinglass noemt het verder vreemd dat andere Hongaarse media al in 2019 eenzelfde klacht neerlegden: “Waarom zit de Commissie op z’n handen?”
Tegenover de Financial Times zegt de Commissie dat die behandeling “nog loopt”. Een regeringswoordvoerder reageerde niet op informatieverzoeken van de krant.
Sinds het aantreden van premier Orbán is de pers- en persoonlijke vrijheidssituatie in Hongarije achteruit gegaan. Het land introduceerde, naar Russisch voorbeeld, een wet die media met banden met het buitenland verdacht maakt. Een World Press Photo-expositie in het Nationaal Museum, waarin ook beelden met lhbti+-thema’s waren opgenomen, leidde tot het ontslag van de directeur.
Op persvrijheidsindexen staat Hongarije steevast onderaan, met landen als Rusland, Oekraïne, Griekenland en Servië. Reporters sans Frontières noemt Orbán een roofdier wat betreft persvrijheid, “die een waar media-imperium heeft opgebouwd dat zich schikt naar de orders van zijn partij.” Meer bij Financial Times


Praat mee