Het mediajaar 2022 door de ogen van Mark Koster: Hoe de pers op Rutte begint te lijken
Scoringsdrift en hypocrisie typeerden het mediajaar 2022. Villamedia’s Mark Koster fileert het mediajaar 2022.
Weet u wie Anne Frank heeft verraden? Neen? Nou, Het Parool, NOS Journaal en NRC wisten het wel. Deze media, normaal gesproken gespitst op fakenieuws-uitglijders bij de concurrentie, konden niet wachten om te melden dat een joodse notaris voor ‘85 procent zeker’ Anne Frank had aangegeven bij de Duitsers. De twee kranten en het Journaal brachten de primeur, die ze baseerden op de publicatie van een boek, met de hijgerigheid van de tabloidpers.
Dit verhaal was te heftig om dood te checken. Gelukkig mocht het ook niet worden getoetst dus dat was mooi mee genomen. De uitgever had namelijk een embargo bedongen, waardoor het niet mogelijk was om zaken na te lopen voor publicatie. Deal? Nou, hopla in de krant ermee.
De onthulling over de verrader van Anne Frank bleek de canard van het jaar. De blunder was symbolisch voor de stand van de media in het land. Het toonde aan hoe graag de kwaliteitspers hapte naar een journalistieke worst, ook al was die overduidelijk gefabriceerd in een stal met kweekmiddelen om varkentjes vet te mesten.
De onthulling over de verrader van Anne Frank bleek de canard van het jaar
2022 was een bijzonder jaar, omdat de kwaliteitspers zich meer dan ooit ook stortte op het bestrijden van nep-nieuws. Bij Nieuwsuur kreeg Rudy Bouma alle ruimte om wappies, complotgekkies en WEF-haters te ontmaskeren als dwazen. Bij de NPO liepen ze met een journalistieke duimstok over de redactie van Ongehoord Nederland rond omdat de omroep niet aan journalistiek zou doen, maar aan racistische propaganda.
NRC stak er veel tijd in om aan te tonen dat ‘needle spiking’ een verzonnen fenomeen was. De Volkskrant was heel druk om te bewijzen dat Gijrath & De Vlieger zich in een podcast hadden vergaloppeerd met de claim dat RIVM voorman Jaap van Dissel corrupt zou zijn.
Jesse Frederik van De Correspondent stak meer tijd in het uitzoeken wat er niet klopte aan de berichtgeving in de Toeslagenaffaire en Arib-kwestie, dan in het grazen naar een nieuw politiek schandaal.
De journalistiek leed in 2022 aan een doorgeslagen imposter-syndroom. Omdat het zelf bang was fouten te maken, keek het over de coniferen om de buurman te kunnen betrappen of hij zijn gazon wel netjes maaide en niet per ongeluk een struikje meenam.
Ik snap het wel. Je kunt beter een ander wijzen op een stupiditeitje, dan het valt niet op dat je zelf ook tastend en twijfelend je werk doet en er wel eens naast zit. De aanval als de beste verdediging. Verwerpelijk? Laten we mild zijn. Zolang Louis van Gaal met catenaccio wereldkampioen dacht te kunnen worden, kun je van journalisten niet verwachten dat ze altijd risicovol op de aanval spelen.
De juridisering van de journalistiek heeft bovendien tot angst en walging geleid. Bronnen meppen terug als iemand een mispeer maakt. En steeds meer.
De solidariteit is onder journalisten helaas niet heel groot. Ego’s, broos als kerstballen, bijten graag van zich af als ze zich bedreigd voelen en staan klaar om een mes in de rug van een collega te planten.
Pijnlijk wordt het als de zedenprekers de balk in de eigen ogen niet meer zien. Gijrath & De Vlieger onthulden in maart ook dat Jaak Smeets, de superhoofdredacteur bij krantenconglomeraat DPG, in oktober 2016 was ontslagen omdat hij een tiental vrouwen seksueel had geïntimideerd. Dat haalde de kolommen van de DPG-titels aanvankelijk niet, terwijl die kranten wel gulzig berichtten over seksueel overschrijdend gedrag bij anderen.
De DPG-hoofdredacteuren wilden niets weten van het schandaal. Snel liepen ze door naar een volgende vergadering toen ze van de baas vernamen wat de werkelijke reden was van Smeets’ exit. Mondje dicht, jongens. Hop, hop, verder.
Ronald Ockhuijsen, ex-hoofdredacteur van Het Parool, was als enige zo dapper om toe te geven dat hij ‘niet trots’ was dat hij niets had gedaan met de informatie. De rest slaapwandelde door met het explosieve nieuws in de kontzak.
Dagblad Trouw maakt het helemaal bont. Die krant drukte nog een hagiografisch adieu over Smeets af waarin hij van ‘onachtzame waarde’, ‘een bezieler’ en iemand met een ‘essentiële rol’ werd genoemd.
In Nederland zijn de koopman en de dominee niet ver van elkaar verwijderd, ook niet bij de fatsoenlijke pers
Dagblad Trouw bleek daarna betrokken bij nog meer gênante uitglijders. De krant, altijd moralistisch hoog te paard, bleek in 2017 volgens het OM te hebben meegewerkt aan een ‘smadelijk’ artikel. De verzetskrant gaf medewerker Jelle Brandt Cortius in een brief op de voorpagina de ruimte om in anonieme bewoordingen een ex-collega te beschuldigen van een verkrachting.
De j’accuse was zo opgesteld dat de belager maar een iemand kon zijn: Gijs van Dam. Die pikte de lafhartige aanval niet, en zette de juridische achtervolging in, waarin hij rehabilitatie eiste. Die kreeg hij, vijf jaar later.
Het OM eiste afgelopen maand dat Jelle Brandt Corstius een voorwaardelijke werkstraf krijgt wegens het bezoedelen van het imago van Van Dam. De rechtbank rekende het JBC aan dat hij als journalist wist hoe mediadynamiek werkte. Dat Trouw de aanjager van de scabreuze beschuldiging was, bleek nauwelijks nog een issue, terwijl Trouw wel pagina’s voltiepte over Trumps gestook bij de inval op het Witte Huis. Of wilde de krant domweg ook een keer scoren met een #Metoo zaak?
Daarmee raken we aan de kern van het jaar. Huichelachtigheid ging hand in hand met de drang tot baatzucht. In Nederland zijn de koopman en de dominee niet ver van elkaar verwijderd, ook niet bij de fatsoenlijke pers.
De grote onthulling van het jaar was die over de misstanden bij The Voice door Tim Hofman bij BNNVARA. Tegelijkertijd speelde zich bij die omroep een soortgelijk schandaal af. De Volkskrant bracht die scoop op de toon alsof er een kernramp was uitgebroken op het Mediapark: een verhaal over driftbuien van Matthijs van Nieuwkerk bij DWDD.
Gelukkig was er nog wel enige zelfrelativering. NRC ging buurten bij ombudsmannen van kranten om hen te confronteren met de dubbelhartigheid van de redacties. Huub Evers van De Limburger vatte het gevoel goed samen. ‘Anderen de maat nemen, dat kunnen journalisten goed. Maar als het over onszelf gaat wordt het allemaal een beetje moeilijk.’
Door drukte op redacties was er weinig tijd voor reflecties over ethiek, terwijl dat wel belangrijk was, verklaarde Edwin Kreulen van Trouw het gedrag: ‘Alles wat wij andere organisaties verwijten doen wij zelf vaak net zo goed. Bijvoorbeeld als er een mail van een lezer kwijtraakt. Hoe vaak schrijven we niet dat er in Den Haag een bonnetje is kwijtgeraakt?’ Kreeg hij daardoor als journalist meer begrip voor Mark -geen actieve herinnering - Rutte?, vroeg NRC pesterig Kreulen gaf daarop het meest eerlijke antwoord van het jaar: ‘Daar wil ik niet op gequoot worden’.


Praat mee