— dinsdag 1 oktober 2024 11:45 | 0 reacties , praat mee

Het Leesfragment van Arjan Snijders: hoe Nederland provinciale omroepen kreeg

Het Leesfragment van Arjan Snijders: hoe Nederland provinciale omroepen kreeg
© Ben Houdijk

Vandaag verschijnt het boek '50 jaar lokale omroep. Het verhaal van lokaal' van Arjan Snijders en Astrid de Jong. Het fragment dat Arjan Snijders koos voor de rubriek Het Leesfragment gaat over hoe Nederland een provinciale omroep-"laag" tussen nationale en lokale omroep kreeg, terwijl er helemaal geen behoefte aan was. Laatste wijziging: 11 maart 2025, 15:14

De dertien regionale omroepen voor Nederland bestrijken een groter gebied dan de lokale zenders. De provinciegrens bepaalt wat er wel en niet bij hoort. In meerdere provincies komen daardoor verhalen en nieuws uit steden en dorpen op één zender omdat ze geografisch bij elkaar liggen maar helemaal geen gelijkwaardige geschiedenis delen. Het zorgt ervoor dat de gebieden die wel als één geheel voelen veel meer succes hebben. Dit is vooral in de drie noordelijkste en de zuidelijkste provincies het geval. Maar in bijvoorbeeld Noord-Holland is het lastig om verhalen te delen tussen enerzijds het kosmopolitische Amsterdam en Haarlem tegenover streken als het Gooi en West-Friesland.

In 1989 had de Amsterdamse wethouder (en latere npo-baas) Gerrit Jan Wolffensperger zich over het verschil tussen lokale en regionale omroep uitgesproken. Wolffensperger zegt in Het Parool van 24 januari 1989: ‘Regionale omroep moet, om levensvatbaar te zijn, aansluiten bij de gemeenschap waarbij de luisteraar zich het meest betrokken voelt. En dat is nu eenmaal niet de provincie, maar de stad of de streek waarin hij woont. In feite is er geen enkele behoefte aan een provinciale omroep-“laag” tussen nationale en lokale omroep. Die is er alleen maar gekomen, omdat niemand in Nederland in staat was te bedenken hoe je lokale omroep op dit moment zou moeten betalen. De overheid wilde niet, de gemeenten hadden geen geld en de meest voor de hand liggende geldbron, lokale reclame, is verboden. Toen bedacht iemand dat de provincies, die toch al de omroepbijdragen inden, best een tientje extra konden heffen, en zo kwam er een provinciale omroep.’

Zou in deze fase de keuze voor streekomroepen gemaakt zijn, en niet een indeling op provinciegrenzen en stads- of dorpsgrenzen, dan hadden we zeer waarschijnlijk niet de drie omroeplagen gekregen die we nu nog steeds hebben: publieke landelijke, regionale en lokale omroep.

Vele regionale radiozenders werkten in de vorige eeuw met editie-stelsels. Hier worden de qua identiteit sterk verschillende streken apart bediend, met vaak een eigen studio in die streek. Er wordt deels eenzelfde raamprogramma voor de hele provincie uitgezonden, en op sommige uren neemt de lokale studio het programma over voor nieuws uit de streek zelf. Noord-Holland werkt bijvoorbeeld met vier streekedities, eentje voor Amsterdam, voor Noord, Kennemerland en het Gooi. In de jaren negentig zijn er 25 verzorgingsgebieden en evenzoveel uitzendfrequenties die deze streken bedienen. Deze tussenvorm tussen lokale en provinciale radio had de ideale tussenvorm kunnen zijn geweest, ware het niet dat de aparte studio’s en extra mensen door bezuinigingen en andere prioriteiten begin deze eeuw weer werden afgebouwd. De grote streekomroepconstructie sterft een stille dood.

De discussie begin jaren zeventig of we nu regionale of lokale omroepen wilden hebben, wordt gekleurd doordat het om tv-uitzendingen gaat en dus om verspreiding via de kabel. Uitzendingen via de ether blijven verboden, dus de kabel is de enige route. Kabelnetwerken zijn aanvankelijk lokale netwerken en dus is het logisch om lokale programma’s op een eigen netwerk toe te staan. Regionale programma’s worden voor de hele provincie gemaakt en zouden dan via vele verschillende kleine kabelnetwerken verspreid moeten worden. Dat is veel lastiger en kent dan ook gaten in het bereik, met delen die nog niet zijn aangesloten op de kabel. Dit is waarom men begin jaren zeventig de lokale omroep start en niet de regionale omroep.

Arjan Snijders is ruim dertig jaar actief in de media, als eindredacteur en station manager van diverse radiozenders en meerdere omroepen. Hij is als dj te horen op Radio Veronica en als co-host van de podcast Dit Was De Radio. Ook bedacht en organiseerde hij vele jaren de Gouden RadioRing. Snijders is radio-historicus en publiceerde eerder ‘Rap van Fortuin’ over de ontstaansgeschiedenis van commerciële omroep, ‘Herinnert zich deze nog?’ over 30 jaar Veronica na de zeezendertijd en ’50 jaar 3FM’ over een halve eeuw publieke popradio.

Astrid de Jong zit dertig jaar in het vak. Ze is radiomaker op landelijke en regionale omroepen en is onder andere bekend van De Nachtzuster op Radio 1. Hiervoor sleepte ze in 2017 een nominatie in de wacht voor de Zilveren Reissmicrofoon. De Jong schrijft in dit boek de portretten over 11 lokale omroepen.

50 jaar lokale omroep. Het verhaal van lokaal | Het iboek is vanaf 1 oktober te bestellen bij Walburgpers en wordt vanaf 7 oktober geleverd | 464 pagina’s | 29,99 euro | ISBN 9789021475493

Bekijk meer van

Leesfragment Arjan Snijders
NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee