Generatie Einstein in de bollenschuur
Gastcolumnist Johan Brinkman is hoofdredacteur Vakwerk, magazine over bloembollen en vaste planten
Het thema van de hoofdredacteurendag van Reed Business onlangs was ‘media en de Generatie Einstein’. De vanaf 1990 geboren generatie, die nieuws leest als journalisten, films kijkt als regisseurs en naar reclame kijkt als reclamemakers. Een groep dus die een totaal nieuwe en andere benadering vraag van ‘de media’ dan de ‘Generatie X’.
Als hoofdredacteur van een van de vakbladen van Reed Business kon ik met de informatie over Generatie Einstein meteen aan de bak. Ook binnen mijn branche, de kwekerij en export van bloembollen en vaste planten, dient een nieuwe lichting ondernemers zich aan. De wisseling van de wacht bij bedrijven wordt aangejaagd door de schaalvergroting binnen de bedrijfstak. Vooral de jonge, dynamische ondernemers blijven over.
De schaalvergroting maakt van de deugd ook een nood. Minder bedrijven nemen minder abonnementen af. De druk om papier te verruilen voor web¬pagina’s neemt toe. Bij een vakblad speelt dit thema meer dan bij veel andere media. Voor kranten en omroepen is geld belangrijk; voor de meeste vakbladen is de winstgevendheid hun belangrijkste bestaansrecht. Begrijpelijk, in de commerciële markt waarin we opereren.
Meer pagina’s en minder papier dus om kwekers aan ons te blijven binden. Daarbij dient een volgende uitdaging zich aan: de werkzaamheden van ‘mijn’ Generatie Einstein blijven grotendeels hetzelfde als die van hun ouders. Mijn doelgroep bivakkeert hele dagen op het veld of in de schuur en zit niet vaak achter de computer. Dat probleem speelt voor veel doelgroepen een rol: van verpleegkundigen tot automonteurs.
Oplossingen? We zijn er bij Reed Business iedere dag mee bezig. Het goede van een grote uitgeverij is dat de redacties van elkaar kunnen leren. En positief voor mij als hoofdredacteur: de lat om met mijn vaktitel de nieuwe doelgroep te bereiken, ligt (nog) hoger dan bij andere media.
Dat maakt het werk alleen maar leuker.


Praat mee
7 reacties
Marc van der Sterren, 9 oktober 2008, 14:15
Mooi dilemma schets je Johan. Minder papier, meer internet. En dat terwijl ook de jonge ondernemers niet echt veel tijd doorbrengen achter de computer.
Misschien moeten vakbladen zich niet zo veel aantrekken van deze trend. Een vakblad is iets voor in de kantine of aan de keukentafel. Dat zijn mooie en leerzame verhalen waar je met elkaar over praat. En waarin je je collega tegenkomt.
Internet is daar een mooie aanvulling op. De ondernemer gaat gericht zoeken naar specifieke informatie. Met zoekwoorden of concrete internetpagina’s die hij meestal opduikelt in de vakbladen.
Maar de papieren versie wordt heus niet overbodig. Je zegt het zelf al: de oplage krimpt omdat het aantal ondernemers in de sector krimpt. Maar is er al onderzocht welk percentage van de bloembollentelers Vakwerk leest? Het zal mij niet verbazen als dat juist toeneemt. Mocht dat inderdaad zo zijn, dan valt het minder zwaar om met een lagere oplage genoegen te nemen.
Wat niet wegneemt dat de lat voor een vakblad hoog ligt. Wellicht hoger dan bij de publieksbladen.
Guus Wijchman, 9 oktober 2008, 15:39
Er verandert meer….
Hoe groter de onderneming, hoe groter de behoefte is aan kwalitatief hoogstaande informatie. Grote ondernemingen kopen de gewenste know how steeds meer in. Denk in de sierteelt maar aan al die teeltadviseurs en andere betaalde raadgevers die op de bedrijven rondlopen. Ondanks die op maat gesneden informatievoorziening blijft mijns inziens het vakblad een rol spelen in het ondernemerschap. Echter, het accent verschuift daarbij steeds verder in de richting van de virtuele uitgave op internet.
Ondernemers die grootschalig ondernemen zitten wel degelijk met regelmaat achter de computer. In die zin ben ik het oneens met Johan.
Wanneer hij zegt dat zijn doelgroep hele dagen op het veld of in de schuur bivakkeert en niet vaak achter de computer zit, moet ik bijna veronderstellen dat de schaalvergroting in de bollenwereld nog een lange weg heeft te gaan. En ook al zit de ondernemer veel op het veld of in de schuur, dan nog zal de jongere generatie dagelijks zijn e-mail checken. De Generatie Einstein kan niet meer zonder de navelstreng naar internet. Daarbij durf ik de stelling aan dat de jonge ondernemer in toenemende mate wél zonder het vakblad in de traditionele zin van het woord kan.
Een interessante vraag in dit verband is hoe lang de papieren uitgave van een vakblad nog kan overleven, wanneer door schaalvergroting het aantal abonnees afneemt. Ook al blijft de dekkingsgraad van het vakblad bijna 100%, dan nog neemt de rol als een van de belangrijkste informatievoorzieners af. En wanneer schuiven de advertentie-uitgaven zo ver naar internet op, dat de papieren uitgave niet meer rendeert?
Kortom, er verandert volgens mij de komende jaren bijzonder veel in de vakbladwereld. Meer dan op het eerste gezicht uit Johan’s gastcolumn naar voren komt.
Guus Wijchman
PS: Bijzonder interessant in deze samenhang vind ik de veranderende rol die het persbericht in de vakwereld speelt. Ooit was het persbericht bedoeld om de pers (lees: de redactie) te informeren; dit in de verwachting dat de media op zijn minst iets van het bericht zouden overnemen. Hoe beter het persbericht, hoe meer er in het vakblad van over bleef. Anno 2008 verschijnen persberichten in hun oorspronkelijke staat op allerlei nieuwsportals. De lezer (en de opsteller) is met andere woorden niet meer afhankelijk van wat de redactie ervan bakt. Óók deze ontwikkeling plaatst de rol van het (papieren) vakblad in deze tijd in een ander daglicht.
Pieternel van Velden, 9 oktober 2008, 20:35
Beste Johan,
Internet is niet weg te denken en een fantastisch medium met een snelheid waar geen papieren vakblad aan kan tippen. Maar vlak de magazines niet uit. Ik heb het al vaker rondgestrooid: geef je vakblad een meerwaarde met goede achtergronden, naslag, discussie en mooi beeld. Kwaliteit is waar het om draait.
Ik ben van mening dat de Einstein-generatie naast een elektronische versie ook graag magazines leest, mits ze informatief genoeg zijn. Dat vraagt dus om aanpassing van redactieformules en een schrijfstijl die bij deze tijd past.
Binnen een beursgenoteerd bedrijf als Reed Business, waar rendementen constant worden bewaakt, zit een vakblad voor een kleine doelgroep al snel in de tang. Vakbladen zijn ooit ontstaan uit een behoefte aan uitwisselen van vakinformatie en soms ook belangenbehartiging. Dat wringt al jaren. Een oud probleem dat door de opkomst van internet echt niet is veranderd.
Geert Pinxterhuis, 10 oktober 2008, 09:26
Beste Johan,
Je beschrijft een fraai dilemma met uitdagingen voor (vak)redacties. De essentie verandert niet in de tijd: weet met welke informatie je het predikaat vakblad waardig blijft voor je doelgroep. De ondernemer (op het grotere bedrijf) treft nieuwe vraagstukken, waarvan hij van zijn vakblad de ontwikkelingen en achtergronden geduid wil zien. Dat het papier daarbij meer op de achtergrond raakt, is ondergeschikt. Het blad blijft, maar via de digitale kanalen krijgt het contact een andere dimensie. Vergeet daarbij niet dat de ondernemer in elke uithoek van zijn bedrijf altijd zijn mobiel en dus toegang tot de digitale wereld letterlijk bij de hand heeft. Het is aan Vakwerk ervoor te zorgen dat de ondernemer op elk moment die toegang voor zijn blad openstelt. Een heerlijke uitdaging!
Florentine Jagers, 10 oktober 2008, 09:45
Inderdaad, kwaliteit is waar het altijd weer om draait. Dat geldt ook voor de Generatie ´Einstein´. Wat houdt de (toekomstige) lezers van vakbladen geboren na 1990 bezig en wat vinden zij kwaliteit?
Laten we ervan uitgaan dat ze graag goed bezig zijn met hun vak, dus willen ze vakinformatie. Inhoud, daar gaat het om en hoe gaan we die presenteren? Kijk naar de wereld om ons heen. Er is een overvloed aan informatie. Alles gaat sneller. Informatie wordt vluchtiger. Zappen voor de tv en surfen op internet is een vast onderdeel van een ieders dag. Daar kunnen we niet om heen.
Papier brengt rust. De tuinder in de kas, de verpleegster in het ziekenhuis, de monteur in de garage, ook zij willen zich even terug trekken tijdens de koffie. Al bladerend in een vakblad of een reclame folder brengen ze hun hoofd op orde. Ook de manager, de ondernemer heeft zo’n moment nodig. Het liefst pikken deze lezers ondertussen nog wel wat op en dat is onze uitdaging.
Internet biedt nieuwe mogelijkheden. Vergeet naast de snelheid, niet de enorme opslagcapaciteit van het net. Voor vakinformatie, het terugvinden van achtergronden of van heel concrete praktische informatie, zijn databases onmisbaar geworden.
Vakjournalisten en redacteuren moeten nadenken over de keuze van het juiste medium voor een onderwerp. Wat zetten we op het internet en wat gaat naar in print? Hoe kunnen het net en papier elkaar aanvullen?
Voor het ‘traditionele vakblad’ zal gelden dat het veel herkenning en aansprekende onderwerpen moet blijven bieden. De presentatie is cruciaal: pakkende koppen en goede fotografie. Ja Johan, het vak van vakjournalist/vakredacteur wordt beslist uitdagender van! Meer inhoud, minder woorden of het nu voor print of het net is.
Effe, 10 oktober 2008, 12:10
Best wel aardig dilemma Johan, maar er is een keerzijde waar te nemen. De lat moet niet steeds HOGER komen te liggen maar STEVIGER. Het vervlenden is dat Marc (met alle respect Marc) een vergissing maakt welke al tientallen jaren gemaakt wodt: MINDER PAPIER en MEER INTERNET!! Nee dus, meer internet betekend helemaal niet minder papier. juist niet zou ik willen stellen. Het is alleen maar meer werk en de internet-lezer vraagt na het lezen op internet gewoon weer om een gedrukt exemplaar, inderdaad om alles nog eens rustig te overlezen, met of zonder familie, collegae of vrienden.Gebruik het internet nu gewoon waarvoor het ontwikkeld is, een snel medium om informatie te verkrijgen of verwijzing naar een bijvoorbeeld vakblad. Een ander ding dat we als (hoofd-)redakteuren WEER moeten leren is de journalist/verslaggever terug de straat op te sturen. Duidelijk herkenbaar en met gezag. Dat geeft weer herkenbare verhalen en minder voorgekauwde en doorgekauwde levenloze brokken leesvoer. Vooral interessant voor de redaktie wellicht maar niet voor de “consument” en weet je nog wel DAAR werken we met z’n allen voor. DAT zijn we een beetje kwijtgeraakt ben ik van overtuigd. De consument, vakbladontvanger of bladenkoper krijgt door de strot geduwd wat uitgever of (hoofd-)redacteur of artikelschrijver denkt dat wel erg goed is voor hem of haar. In Amerika, Engeland en de Scandinavische landen zien we al een duidelijke ommekeer… keer terug naar de basis, ga weer eens op bezoek bij de bedrijven die samen het vak maken. Schuif weer eens aan aan het bureau van de vakman en laat je als journalist weer eens zien. Dan ervaar je dat heel het bedrijf weer meeleeft met het “stukkie” in het vakblad en dat maakt het vakblad weer aantrekkelijk(er). En ja dat is weer terug naar het blad maken en minder de computer het blad laten maken, overigens ook de uitgever mag, nee moet weer een stapje terug doen. De journalisten en de redaktie maken het blad. En wanneer we weer (teruig) aansluiting krijgen met onze doelgroep dan zal ook de oplage groeien en de waardering nog veel meer. Ik heb dat nu zelf een aantal keren mogen ervaren en het werkt heerlijk. Letterlijk en figuurlijk.
Guus Wijchman, 10 oktober 2008, 18:20
Het komt wel goed…
Komt het wel goed?
Nog even een opmerking naar aanleiding van verschillende reacties op het Einstein-verhaal van Johan. Wat mij bij die reacties opvalt, is de stellige overtuiging dat zolang we maar kwaliteit leveren, het allemaal wel goed komt met het papier. Het kan 100% waar zijn… Voor hetzelfde geld ligt de waarheid echter ergens anders. In een situatie als deze ben ik altijd geneigd om ook eens te denken aan een worst case scenario. Stel dat de papieren uitgave gewoonweg niet meer rendabel kan worden gemaakt, hoe gaan wij dan de lezer van informatie voorzien? Of omgekeerd: waar krijgt iemand in zo’n worst case zijn informatiebehoefte bevredigd. Brainstormen over die vraag leert ons misschien nog beter hoe die papieren uitgave uiteindelijk toch past in het totale mediaplaatje.
Misschien moet dat brainstormen zelfs op korte termijn plaatsvinden. Ik denk hierbij aan de financiële crisis. Zonder in termen van economische rampspoed te willen vervallen, zou de verwachte recessie bij de vakbladen net dat stukje winstgevendheid kunnen wegnemen dat nodig is om een titel in de lucht te houden. Of moeten er om die reden titels worden samengevoegd? Ook een interessante optie om eens naar te kijken, want dat verandert ook de wijze waarop informatie moet/kan worden overgebracht.
Het kan allemaal veel sneller veranderen dan ons lief is. Denk in dit verband ook weer aan internet. Een jaar of wat geleden ontstond er een heilig geloof dat er met informatie op internet goed geld te verdienen zou zijn. Prachtige portals verschenen er met inlogcodes waarvoor fors moest worden betaald. Vandaag de dag tref ik nog slechts af en toe artikelen van mijn hand aan die alleen via een betaald password zijn te benaderen. Google ik echter mij naam, dan tref ik een veel groter aantal artikelen aan die voor nop op internet zijn te lezen. Meestal zijn ze ‘belegen’. De essentie van mijn verhaal is echter dat internet een gigantische hoeveelheid informatie levert, waarvoor geen cent meer hoeft te worden betaald. De vakbladen doen daaraan vrolijk mee met hun e-nieuwsbrieven. Voor niets krijgt de internetgebruiker de headlines van het vaknieuws voorgeschoteld. Hoezo verandert er niets in de vakbladwereld?