Freelancespagaat: Op reis door Chili terwijl ik ook moest werken
Lisanne van Sadelhoff is freelancer en bericht in deze column over de freelancespagaat waar ze geregeld in terechtkomt. Deze keer vraagt ze zich af of ze het er als zzp’er wel écht van néémt; van de mogelijkheid om op afstand te werken.
Als ik tegen loondiensters zeg dat ik freelancer ben bespeur ik soms een afgunstige blik. Want: ik heb geen benauwend minimum urenaantal.
Ik hoef geen rekening te houden met vakantiedagen die altijd sneller opraken dan je lief is. Ik kan gewoon midden op de dag naar de kapper. Vanuit hun keurslijf roepen zij, de loondiensters, dan naar mij, de freelancer: ‘Oh! Die vríjhéíd!!’ En dan bekruipt me dus een fear of missing out hè. Ik bedoel, tuurlijk, ik heb weleens gesprekken met mezelf als:
‘Heee Lisanne! Lievelingsbaas van me!’
‘Haaa Lisanne! Lievelingsmedewerker van me!’
‘Het is vandaag zulk lekker weer, mag ik vrij?’
‘Natúúrlijk!’
Maar néém ik het er wel écht van? Ik zie zzp’ers op Bali in een boomhut remote werken. Een collega maakt in zijn caravan langs de Moezel zijn boek af – ‘geniéten’. Ik hoor van freelancers die hele zomers met hun reizend kantoor op idyllische Franse campings staan. Ik zie Instagrammers die met hun laptop in een Italiaanse wijngaard neerstrijken, ik zie ze in hun geel geverfde camper langs intens blauwe meren in Noorwegen vergaderen.
Moet ik al dat benijdenswaardige niet ook doen? Omdat het kan?
Dus toen deed ik het laatst: op reis door Chili terwijl ik ook moest werken - tussen de zoutvlaktes, adembenemende maanlandschappen en prachtstranden door.
Ik kwam net van zo’n prachtstrand af waar we veel te veel cocktails dronken in de zon, te láng ook vooral. ‘Het lijkt wel of je nu al aan het vervellen bent’, had mijn reisgenoot ongerust opgemerkt, waarna ze naarstig op zoek ging naar after sun. ‘Oh shit, sorry, heb ik niet’. En daarna: ‘Wow, niet in de spiegel kijken, maar je néús!’ Daarna haastten we ons voor de bus.
We arriveerden in het hipsterachtige woestijnstadje San Pedro de Atacama, en terwijl mijn vriendin kirrend rondliep ‘kijk nou hoe leuk!!’, checkte ik panikerend de wifi-sterkte voor mijn eerste remote werkdag.
De volgende ochtend 10.00 uur Nederlandse tijd, 04.00 uur Chileense tijd (ik herhaal: 04.00 uur), zat ik op het binnenplaatsje van mijn hostel, rillend, de woestijn bleek koud zonder zon. Er was geen buitenlamp, en, ik was het éven vergeten, zelfs in een zonovergoten land is het ’s ochtends donker. Mijn collega’s veronderstelden dat mijn camera kapot was en ik vocht twee uur tegen mijn slaap en slechte internetverbinding. De opmerkingen van mijn collega’s kwamen hortend en stotend tot mij, als ik een grapje maakte moest ik dat vier keer herhalen. Eén keer riep iemand woest vanuit zijn raam silence please! en jaloers staarde ik naar de dampende koffiemokken van mijn collega’s – het keukentje van mijn hostel was nog dicht.
Mijn collega’s daarentegen hadden een prima ochtend. Wat ze zagen was het volgende: een zonsopgang boven een woestijn, glooiende zandheuvels, roze luchten en een bloedchagrijnige, vuurrood gekleurde freelancer.


Praat mee