— woensdag 16 april 2025 16:05 | 0 reacties , praat mee

Documentaire Estado de Silencio belicht wereld van straffeloos geweld waarbinnen Mexicaanse journalisten werken

Documentaire Estado de Silencio belicht wereld van straffeloos geweld waarbinnen Mexicaanse journalisten werken
Een still uit documentaire Estado de Silencio (regie: Santiago Maza) met Marcos Vizcarra en zijn zoontje. Vizcarra filmde een dodelijke schietpartij tussen politie, militairen en leden van een misdaadkartel en kwam zo in het vizier van het kartel. "Gewoon mijn werk doen was mijn ergste fout."

Hoe bedrijf je journalistiek in een gebied waar overheid, bedrijfsleven en misdaad volledig met elkaar vervlochten zijn en waar straffeloosheid heerst? Waar de rechtstaat nauwelijks of niet functioneert? Hoe blijf je als journalist integer in de Mexicaanse deelstaat Sinaloa, thuishaven van het beruchte Sinaloa Kartel? In de documentaire State of Silence - Estado de Silencio - worden vier Mexicaanse journalisten gevolgd op hun gevaarlijke zoektocht naar de waarheid. Een interview met een van hen, Marcos Vizcarra.

Na Gaza is Mexico de dodelijkste plek op aarde voor journalisten. Volgens cijfers van persvrijheidsorganisatie Committee to Protect Journalists (CPJ) zijn sinds 2000 166 journalisten in Mexico vermoord. De laatste moord vond plaats in maart van dit jaar. Nog eens 32 journalisten worden vermist. 

De Nederlandse Trouw-correspondent en CPJ-vertegenwoordiger in Mexico-Stad, Jan-Albert Hootsen, spreekt in State of Silence over een “astronomisch hoge graad van straffeloosheid”. Hij registreert voor CPJ de treurige reeks van gewelddaden tegen journalisten en probeert bedreigde collega’s praktisch bij te staan. In de documentaire, die in 2024 uitkwam, wordt duidelijk hoe bloedlink het is voor Mexicaanse journalisten om de stilte te doorbreken en te berichten over mensenrechtenschendingen, illegale houtkap, de medeplichtigheid van de autoriteiten met narcocriminaliteit en andere misstanden.

Tuig
In de film, die ik eind maart op het Movies that Matter-festival zag, zit een scene die me bij de keel grijpt: de onlangs afgetreden links-populistische president Andrés Manuel López Obrador suggereert dat journalisten de vijanden van het volk zijn. “De pers is tegen ons”, klaagt de president ten overstaan van een groep aanhangers. “Wie geeft er om het leven van een journalist als de hoogste baas zegt dat we tuig zijn?”, vraagt journalist Marcos Vizcarra zich af. Journalisten als tuig: waar hebben we dat meer gehoord?

In de film worden vier onderzoeksjournalisten gevolgd. Journalist Jesús Medina haalt zich de toorn van lokale politici in de deelstaat Morelos op de hals door te berichten over illegale boomkap en goudzoekers. Nadat hij en zijn echtgenote met de dood zijn bedreigd moeten ze hun huis en woonplaats ontvluchten. 

Ook het journalistenechtpaar Juan de Dios García en María de Jesús Peters, dat bericht over mensensmokkel in het grensgebied met Guatemala, wordt ernstig bedreigd. De dreigementen komen zowel van autoriteiten als criminelen, het onderscheid is soms moeilijk te trekken. Ze worden gedwongen naar de Verenigde Staten te vluchten. Leven in ballingschap en armoede is een hoge prijs die moet worden betaald om je vak uit te oefenen. Uiteindelijk besluit Maria, die doodongelukkig is in de VS, terug te keren naar Mexico met als uiterste consequentie dat ze de kans loopt te worden vermoord.

Marcos Vizcarra filmde een schietpartij tussen politie, militairen en leden van een misdaadkartel. Bij dat vuurgevecht kwamen 29 mensen om het leven. Vizcarra’s auto ging in vlammen op en hij werd bedreigd door met wapens zwaaiende jongens. “Het was een vreselijke dag. Mijn stomste fout was dat ik probeerde verslag te doen over wat er gebeurde. Gewoon mijn werk doen was mijn ergste fout.”

De kartels hebben toegang tot allerlei officiële informatie, tot en met mijn belastinggegevens en mijn verkeersboetes

Een paar uur voor de vertoning van de film, waar hij een hoofdrol in speelt, ontmoet ik Vizcarra in de lobby van zijn hotel in Den Haag. Hij is geboren en getogen in Culiacán, hoofdstad van de noordwestelijke deelstaat Sinaloa. Het is een van de meest gewelddadige gebieden van Mexico waar de narco’s - drugsbendes - enorme invloed hebben. Vizcarra, die werkt voor de plaatselijke nieuwswebsite Espejo, bericht over mensenrechtenschendingen en de macht van de narco’s in Sinaloa.

“Ze bedreigen me voortdurend, vaak via WhatsApp. Ze weten wat ik doe en waar ik woon. Vorig jaar publiceerde ik een artikel over de surveillancecamera’s van de kartels. Ik maakte een interview met een ambtenaar die verantwoordelijk is voor de gemeentelijke bewakingscamera’s. In een WhatsApp-groep verscheen daarna al mijn persoonlijke informatie: waar ik woon, wat ik doe, met wie ik ben getrouwd, de namen van mijn kinderen, mijn foto zoals die verschijnt op mijn rijbewijs. Er is duidelijk medeplichtigheid van mensen die werken voor overheidsinstanties en de misdadigers. De kartels hebben toegang tot allerlei officiële informatie, tot en met mijn belastinggegevens en mijn verkeersboetes.”

Vervlochten boven- en onderwereld
“Meer dan negentig procent van de misdaden in Mexico wordt nooit opgelost. Door de vervlechting van overheid en misdaad heerst er een enorme straffeloosheid. Meer dan honderdduizend mensen in Mexico zijn verdwenen. De madres buscadores, moeders die hun verdwenen familieleden zoeken, worden gezien als lastige activisten. Gevallen van afpersing en ontvoering blijven praktisch altijd onopgelost en zeker niet bestraft.”

Hoe is de situatie in Sinaloa ontstaan? Vizcarra wijst op de geografische ligging: aan de Stille Oceaan en relatief dicht bij de grens met de Verenigde Staten. Sinaloa heeft een perfect klimaat om marihuana en papaver te verbouwen, waar je opium van kunt maken. In de jaren zestig werd Sinaloa een belangrijke exporteur van opium, waar vooral in de VS veel vraag naar was.

“In 1967-68 begon Operatie Condor, een door de Verenigde Staten gesteunde campagne van het Mexicaanse leger om de opium- en marihuanateelt uit te roeien in de ‘gouden driehoek’. Duizenden boeren werden van hun land verjaagd. Er vonden moorden en ‘verdwijningen’ plaats, vrouwen werden verkracht.”

“Die campagne maakte geen einde aan de drugshandel. Integendeel. Er lag een infrastructuur van handel met de VS. De Colombiaanse maffia maakte van het onherbergzame Sinaloa gebruik om drugs naar de VS te sturen. De spullen werden aangevoerd per boot of vliegtuig en vanuit Sinaloa over land naar de VS vervoerd. In deze periode werden tussenpersonen, die zich later zouden ontwikkelen als de capo’s van de drugshandel, steenrijk. Drugsbazen als Perez Gallardo, Caro Quintero, Lamberto Quintero werden in deze periode steeds machtiger.”

“In 2013 werd de marihuana in een aantal staten van de VS gelegaliseerd. De verbouw en handel van marihuana werd minder aantrekkelijk en er werd geëxperimenteerd met nieuwe verdienmodellen, zoals de productie van amfetamine en de doorvoer van cocaïne uit Zuid-Amerika naar de VS.”

“Het drugsgeld werd geïnvesteerd in illegale goudwinning, maar ook witgewassen in legale ijzer- en loodmijnen. Ismail Zambada, de hoogste leider van het Sinaloa Kartel (nu gevangen in de Verenigde Staten), is nog steeds eigenaar van een hele serie bedrijven, zowel in de landbouw en vastgoed als in andere sectoren. Hij is bijvoorbeeld eigenaar van een bekende melkfabriek. Melk van Santa Mónica is overal te koop in Sinaloa en andere delen van Mexico. Het park Cascabeles, een populaire plek met zwembaden in de hoofdstad Culiacán, is ook van de familie Zambada.

Vizcarra wijst erop dat de drugsbazen behalve enorme economische ook veel politieke macht hebben. Ze slagen er in politici om te kopen. Er zijn familiebanden tussen plaatselijke politici en drugsbazen. De vervlechting van bedrijfsleven, lokale politiek en misdaad leidt tot een extreem gewelddadige situatie, waar de ruimte om professionele journalistiek te bedrijven niet groot is.

De kartels hebben de neiging te versplinteren. Zo bestaat het Kartel van Sinaloa nu uit drie organisaties. De fragmentatie leidt weer tot strijd. “Er wordt geweld gebruikt om bepaalde gebieden te controleren. Waar mag geproduceerd worden, wie mag wat exporteren? Het gaat niet alleen om drugshandel. Het gaat ook om het roven van brandstof, om afpersing, om het illegaal kappen van bossen, om de smokkel van menselijke organen enzovoorts. Er zijn uitgebreide gebieden in Mexico waar drugsbendes alle macht hebben. Daar heerst de pax narco, waar de kartels feitelijk de regering vormen.”

Wat betekent dit voor jouw werk als journalist? Kun je je vrij bewegen, kun je overal naar toe?

“Er zijn veel plaatsen in Mexico waar ik niet naar toe kan. Dat geldt ook voor het gebied net buiten Culiacán, de hoofdstad van Sinaloa waar ik woon. Ik hielp laatst een vriend met zijn verhuizing. Ik weet heel goed welke wegen veilig zijn en welke wegen niet. Maar ik vergiste me. We kwamen langs vier controleposten met mannen in burgerkleding die bewapend waren met mitrailleurs en pistolen. Gelukkig gebeurde er niets. We reden in een oude bestelauto en werden vergezeld door onze zusters. Het zag er onschuldig uit. We hadden geluk. De bendeleden hadden duidelijk geen behoefte aan onze trage, rammelbak.”

“Een paar jaar geleden ging ik, samen met een mensenrechtenactivist, geregeld naar een gebied in de bergen van Sinaloa. De narco’s gebruiken daar indianen in de mijnbouw, als een soort lijfeigenen. We gebruikten valse identiteiten als we daar heen gingen. Ik verzweeg uiteraard dat ik journalist was, dat was veel te gevaarlijk. Het verhaal dat ik later schreef stuurde ik naar het Nationaal Instituut voor Inheemse Volken in Mexico. We gaven een tip aan een andere journalist die er een artikel over schreef. Zo kwamen de misstanden daar toch naar buiten. Maar het kon het niet naar mij herleid worden. Dat is nu vijf jaar geleden, maar we kunnen nog steeds niet terug naar dat gebied gaan. Het is nog steeds te gevaarlijk.”

Inlichtingendienst
“De drugsbendes hebben hun eigen inlichtingenapparaat. Bij het oprollen van de Chapitos in Culiacán, een van de bendes ontstaan vanuit het Sinaloa Kartel, bleek deze organisatie over een volledig uitgerust commandocentrum te beschikken. De autoriteiten namen beeldschermen, kabels, modems, routers, een laboratorium, auto’s en wapens in beslag.

De Chapitos bleken overal in de stad camera’s te hebben opgehangen, die niet te onderscheiden zijn van de officiële CCTV van de politie. In een maand tijd zijn 1.300 van die kartel-camera’s ontmanteld. Ze hadden meer camera’s dan de Mexicaanse overheid. De kartels beschikken ook over veel informanten. Vaak zijn het minderjarigen die op deze manier een centje bij verdienen.”

“In de gevangenis van Culiacán hebben ze twee maanden geleden een grote hoeveelheid mobiele telefoons gevonden. Voortdurend zijn er berichten over verboden voorwerpen die naar binnen worden gesmokkeld, bijvoorbeeld een kopieermachine en zelfs wapens. Er is ongelooflijk veel corruptie. Cipiers zijn om te kopen met een handjevol fruit. Vanaf 2016 heeft de gevangenis zestig directeuren versleten. Telkens werd er weer een directeur ontslagen, beschuldigd van corruptie.”

Onlangs was het Mexicaanse narco-geweld even wereldnieuws. De gruwelijke vondsten op de Izaguirre Boerderij, waar het Jalisco Kartel een soort uitroeiingskamp had ingericht, met crematoria en al, schokten de wereld. Volgens Vizcarra gaat het om de top van de ijsberg. In verschillende delen van Mexico zijn soortgelijke kampen ingericht.

Journalisten in Mexico die over de misdaad, de verdwijningen en het machtsmisbruik berichten genieten weinig of geen bescherming. “Een nationale vakbond die opkomt voor onze rechten, onze veiligheid en voor de vrijheid van meningsuiting bestaat jammer genoeg niet. De Mexicaanse arbeidswetgeving maakt het heel moeilijk zo’n bond op te richten.”

Zal er ooit een Mexico bestaan zonder straffeloosheid?

Marcos Vizcarra laat een cynisch lachje horen. “Dat is een utopie. Er moet nog veel gebeuren voor het zover is. Maar ik blijf dromen over een beter Mexico. Al was het alleen maar voor mijn kinderen en kleinkinderen.”

Jan Keulen (1950) was correspondent in Madrid, Beiroet, Caïro, Mexico-Stad en Amman, onder andere voor de Volkskrant, De Standaard en NOS. Van 1998 tot 2005 was Keulen docent journalistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen. Daarna werkte hij in het Midden-Oosten voor Free Voice (nu Free Press Unlimited) en het Doha Center for Media Freedom. Keulen publiceert onder andere in Al Jazeera en Middle East Eye.

In november 2022 verscheen van zijn hand De oorlog van gisteren bij Uitgeverij Jurgen Maas, Amsterdam.

Sinds 2021 is hij lid van de Beleidsgroep Persvrijheid van de Nederlandse Vereniging van Journalisten.

NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee