De angst om je in China uit te spreken wordt steeds sterker. Maar Garrie van Pinxteren treft nog steeds dappere mensen aan
In de rubriek De Schepping schrijven journalisten zelf over de totstandkoming van hun werk. Dit keer vertelt Garrie van Pinxteren over het schrijven van haar boek 'Verplicht gelukkig. Dagelijks leven in een Communistische heilstaat'. De angst om je uit te spreken wordt volgens haar in heel China steeds sterker en veelomvattender.
Als ik in Xinjiang ben, durft er geen Oeigoer met me te praten. Logisch, want er kruipen ‘s nachts arrestatiewagens door de straten. Om de 500 meter zit er een politiepost, in elke taxi, elk restaurant en elke winkel hangt minstens één camera die ook het geluid van alle gesprekken opneemt.
Toch wil ik er graag een verhaal maken. Ik kan daarvoor eigenlijk niet meer doen dan goed om mij heen kijken op zoveel mogelijk plekken. In Yarkand sluip ik een moskee binnen. Een groep mussen vliegt verschrikt op, ik zie grote propagandaleuzen maar geen enkele gelovige. In de hoek bij de ingang staan wapenschilden en stokken. De traditionele toegangspoort blijkt voorzien van een metaaldetector. De mensen die bij de moskee wonen, durven niet te zeggen of die nog in gebruik is.
Op de markt liggen slagersmessen waarmee schapenvlees wordt ontbeend. Ze zijn allemaal met een korte, dikke ketting vastgemaakt aan een hakblok. Ze zijn ook genummerd. De overheid is als de dood voor aanslagen met messen, dat is niet zo moeilijk te concluderen. Maar hoe voelt het voor de slagers om gezien te worden als potentiële moordenaars? Dat blijft vooral raden: niemand doet zijn mond open.
De angst om je uit te spreken wordt in heel China steeds sterker en veelomvattender. Een hoogleraar internationale betrekkingen die het vroeger nog goed vond dat ik hem citeerde, wilde later alleen nog spreken in een hotel ver van de universiteit. Ik mocht hem ook niet meer citeren. Nu kan ik hem helemaal niet meer bereiken: hij reageert niet meer op mijn appjes, en ik wil hem niet in gevaar brengen door contact te blijven zoeken.
De journalist Dong Yuyu, die kritische columns schreef voor een staatskrant, ken ik al ruim tien jaar. In 2022 werd hij opgepakt en in 2023 beschuldigd van spionage. Hij sprak al decennia met diplomaten en buitenlandse journalisten, maar dat wordt nu niet meer getolereerd. Ik weet niet of ik hem nog terugzie: zijn straf is nog niet bekend.
Toch zijn er gelukkig nog steeds mensen die wel met me willen spreken, al is dat vaak over meer persoonlijke en niet al te politiek gevoelige zaken. Dat is voor een boek als ‘Verplicht gelukkig’ wel een zegen: daardoor zie je ook een menselijker, intiemer en meer genuanceerd beeld, en niet alleen de gevolgen van een steeds strakkere overheidsrepressie.
Wat ik hoorde in die gesprekken, verraste me vaak. Zo vertelt een seksuologe dat transgenders in China makkelijker geaccepteerd worden dan homoseksuelen. Een jongen van zestien zegt dat hij de overheid dankbaar is omdat die hem verbood te gamen. Anders zou hij nooit van zijn verslaving zijn afgekomen, denkt hij. Een vrouw die haar gezicht moet scannen, heeft daar geen enkele moeite mee. Ze kan zich gewoon niet voorstellen dat de overheid ooit misbruik zou maken van dat soort persoonlijke informatie.
In Taiwan praten de mensen veel vrijer, ook over politiek. In Hongkong was dat vroeger ook zo, nu is dat veel moeilijker. Maar overal tref ik nog steeds mensen aan die ondanks alles blijven weigeren om een blad voor de mond nemen. Dapper: ik geloof niet dat ik dat zelf ook zou durven.
Garrie van Pinxteren is sinoloog, journalist, onderzoeker en universitair docent en al meer dan dertig jaar professioneel betrokken bij China. Ze woont al meer dan tien jaar in China. Op 11 augustus is ze te gast bij Janine Abbring in VPRO’s Zomergasten.
Verplicht gelukkig. Dagelijks leven in een communistische heilstaat verschijnt op 1 augustus bij Uitgeverij Pluim | 200 pagina’s| € 20,00 | ISBN 9789493339835 |



Praat mee