De Mores: Een klager een klager, een woord een woord
De Raad voor de Journalistiek behandelt sinds 1 januari geen klachten meer van partijen, die ook juridische stappen tegen redacties overwegen. Maar werkt dat wel zonder sancties?
Een vastgoedbedrijf heeft een klacht ingediend tegen het Dagblad van het Noorden. De krant heeft bericht dat uit onderzoek blijkt dat de huurders van meer dan honderd woningen in Groningen te veel betalen omdat hun energielabel niet klopt; zo zou er in spouwmuren geen of veel dunnere isolatie zijn aangetroffen. Het vastgoedbedrijf, dat de labels heeft afgegeven, noemt de publicatie onjuist en onzorgvuldig. Als de redactie geen gehoor geeft aan de eis tot rectificatie wendt het zich tot de Raad voor de Journalistiek.
Beide partijen laten zich bijstaan door juristen. De vertegenwoordiger van de krant meent dat de Raad de klacht niet in behandeling moet nemen op grond van de nieuwe regels: wie kiest voor de Raad, kiest niet voor de rechter. De advocaat van klager zou immers gedreigd hebben met juridische stappen. Zo schreef hij: ‘Cliënten gaan ervan uit dat ze u er niet op hoeven te wijzen welke mogelijke gevolgen het publiceren van dergelijke informatie kan hebben.’
Dreigen mag in advocatenland gebruikelijk zijn, maar de Raad ziet daar een oneigenlijk drukmiddel in. ‘Dat is strijdig met aard en opzet van de klachtbehandeling, waarbij het juist gaat om zelfregulering en laagdrempeligheid.’ Vandaar dat hij niet alleen klagers de deur wijst, die in dezelfde zaak ook juridische procedures voeren, maar ook die dat overwegen of niet uitsluiten.
De maatregelen zijn mede het gevolg van discussies met vertegenwoordigers van de journalistieke beroepsgroep over de ‘juridisering’ van ons werk. Een aanleiding was het besluit van BNNVARA in 2020 om de samenwerking met de Raad op te schorten uit ongenoegen over de beoordeling van een klacht tegen het programma Zembla. Dezelfde klager had ook juridische stappen ondernomen.
Het gerechtshof in Den Haag concludeerde vorige maand dat de gewraakte uitzendingen en publicaties niet onrechtmatig waren en wees alle vorderingen van de eiser af. Vorig jaar besloot BNNVARA terug te keren naar de Raad, zij het nog zonder Zembla.
Een half jaar is te vroeg om een balans op te maken. Wij weten ook niet hoeveel potentiële klagers om deze regel afzien van een gang naar de Raad. Tot nog toe hebben wij op grond daarvan twee klachten niet in behandeling genomen: in de eerste zaak heeft de advocaat gedreigd met een kort geding als geen gehoor zou worden gegeven aan de sommaties van zijn cliënt; in de tweede heeft de klager gezegd dat hij schadevergoeding juridisch wil afdwingen als de redactie hem niet tegemoetkomt. De eerste klager heeft beroep aangetekend tegen het besluit van vice-voorzitter en secretaris. De Raad heeft dat afgewezen.
In de zaak tegen het Groningse vastgoedbedrijf is volgens de Raad geen sprake van duidelijke ‘voorbereidingshandelingen ten behoeve van een juridische procedure’. Maar tijdens de zitting wil de voorzitter van de Raadkamer meer zekerheid en in de schriftelijke conclusie wordt daar ruim aandacht aan besteed: ‘Wel heeft de Raad op de zitting uitdrukkelijk aan klagers gevraagd of zij inmiddels een juridische procedure in gang hebben gezet dan wel van plan zijn juridische maatregelen te nemen. De advocaat van klagers heeft hierop ontkennend geantwoord en meegedeeld dat klagers met het indienen van de klacht bij de Raad hebben geaccepteerd dat zij afzien van het nemen van rechtsmaatregelen omtrent dezelfde publicaties en/of journalistieke gedragingen.’
Het zal in de toekomst misschien vaker voorkomen dat twijfels hierover moeten worden weggenomen. Omdat de Raad geen sancties kan opleggen, moet hij het hebben van het gegeven woord. Dat kun je dan ook maar beter boekstaven.
Frits van Exter is voorzitter van de Raad voor de Journalistiek. Hij heeft geen stem bij de beoordeling van klachten. Hij verwoordt slechts zijn eigen mening.


Praat mee