Bij verschoningsrecht hoort ook tuchtrecht
De tijd dat een rechtbankverslaggever als Jacq. van Veen slechts braaf noteerde wat magistraten zeiden, ligt achter ons. Peter R de Vries staat symbool voor de tv-journalistiek die zelf op onderzoek uitgaat en rechterlijke dwalingen aan het licht brengt. De NVJ is enthousiast over een journalistiek verschoningsrecht dat in aantocht is als vervolg op de Voskuil zaak. Maar: verschoningsrecht en tuchtrecht zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, vindt hoogleraar rechtssociologie aan de Erasmus Universiteit Nick Huls.
Door tv is de dramatisch kracht van stafrechtelijke procedures zichtbaar gemaakt voor een breed publiek. Juridische onderzoeksjournalistiek is een tot de verbeelding sprekend genre geworden. De opinieonderzoeker en –maker Maurice de Hond, die toegang had tot alle media, verenigde in de Ernst Louwes-zaak de rol van advocaat, opspoorder, Officier van Justitie en rechter in zich en wees ‘de klusjesman’ als alternatieve dader aan. Terecht heeft hij deze misstap met een forse schadevergoeding moeten bekopen.
Micha Kat heeft zich na het ontslag van rechter Westenberg laten inspireren tot een kruistocht tegen porno- en pedofielennetwerken binnen de rechterlijke macht, waaraan op tv aandacht werd geschonken. NOVA verdiepte zich in de vergoeding van de juridische kosten van mr. Westenberg door de Raad voor de Rechtspraak en de Kat bereidt op zijn beurt een schadeclaim voor vanwege zijn kosten.
De laatste uiting van de ongemakkelijke verhouding tussen rechterlijke macht en journalistiek was het uitzenden op door Peter R de Vries van een filmpje over Koos H., ondanks een rechterlijke verbod. De dwangsom van 15.000 euro wordt glimlachend door de producenten voldaan. De adverteerders verdringen zich rond dit soort uitzendingen en het Commissariaat voor de Media is niet bevoegd om toezicht uit te oefenen op de commerciële omroepen.
Journalisten profileren zich als verdedigers van het vrije woord en als waarheidszoekers in het algemeen belang. De NVJ is enthousiast over een journalistiek verschoningsrecht dat in aantocht is als vervolg op de Voskuil zaak. Maar de hierboven genoemde affaires laten zien dat journalisten ontstellend veel schade kunnen toebrengen aan de reputatie van medeburgers.
Wat mij opvalt is dat de sector zelf geen algemeen gedeelde normen en waarden van fatsoenlijke journalistiek heeft. Iedere journalist bedient zijn eigen doelgroep, die zelf wel uitmaakt wat gepast is en wat niet. De Telegraaf-lezers zijn trots op hun politieverslaggevers die hebben ontdekt in welke Turkse discotheek de gevluchte mensenhandelaar Saban B. zich ophield. Maar in Frankrijk wordt op dit moment gedebatteerd over de acties van de journalist Laurent Richard die een pedofielennetwerk heeft gefilmd en de verdachten heeft gemeld bij de politie. De Franse journalistenvakbond SNJ kent een handvest dat verbiedt dat de media voor politieagent spelen.
In Nederland kan bij de Raad voor de Journalistiek geklaagd worden over onheus journalistengedrag. Echter, niet alle media zijn aangesloten, met als gevolg dat slachtoffers vaker direct naar de rechter gaan. Dit geldt zowel voor straf- als voor civiele zaken (tegen Tros Radar en andere consumentenprogramma’s). Dit is een ongewenste vorm van escalatie en van juridisering van de journalistiek.
Er bestaat behoefte aan een gezaghebbende set van normen en waarden waarin de beroepsgroep zelf aangeeft hoe journalisten zich moeten gedragen in relatie tot de organen van de rechtsstaat, de politie, de advocatuur, het OM en de Rechterlijke Macht. Een effectief functionerend tuchtrecht zou een uitdrukking zijn van het zelfreinigend vermogen van de professionele journalistiek. Het taalgebruik van Kat, het gedrag van De Hond en de minachting van de commerciële omroepen voor de rechtsstaat, het zijn alle drie kenmerken van de verloedering van de journalistiek, die ook door de vakbroeders en -zusters moeten worden bestreden. Verschoningsrecht en tuchtrecht zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Nick Huls is hoogleraar rechtssociologie aan de Erasmus Universiteit en de Universiteit Leiden. Hij was dagvoorzitter bij een door Rotterdamse juridische studenten georganiseerd congres op 8 april jl. over de ongemakkelijke verhouding tussen rechterlijke macht en media. Deelnemers waren verder Mr F. van den Emster (Voorzitter Raad voor de rechtspraak), Thomas Bruining (algemeen secretaris NVJ) en Prof. Henri Beunders, hoogleraar geschiedenis, media en cultuur, EUR en oud-journalist. Mevrouw T. Bahlman, Voorzitter van het Commissariaat van de Media, had zich ‘vanwege het gevoelige karakter van het onderwerp’ op het laatste moment teruggetrokken.


Praat mee
14 reacties
Wim Teeuwen, 15 april 2010, 14:15
Naar mijn mening heeft de zaak De Vries en Koos H. niets te maken met het verschoningsrecht voor journalisten. Dat is het recht om bij de rechter niet te hoeven getuigen hoe en van wie je als journalist aan je gegevens komt. Daar heeft De Vries luidruchtig nooit een geheim van gemaakt.
Dit verschoningsrecht, ook voor journalisten, is in beginsel in Nederland jaren geleden al erkend door de Hoge Raad (Van den Biggelaar/Dohmen/Langenberg; HR 10 mei 1996, NJ 1996, 578) kort na een uitspraak van het EHRM in Straatsburg (Goodwin-arrest van 27 maart van hetzelfde jaar).
Overigens was Jacq. van Veen geen brave overschrijver van wat magistraten zeiden, zoals Nick Huls beweert. Van Veen was zelf ook jurist en zijn artikelen waren vaak bijzonder kritisch over “de magistraten”.
Wim Teeuwen, v/h docent Mediarecht in Tilburg
Sent Wierda, freelancejournalist, 15 april 2010, 14:40
Nick Huls slaat de plank behoorlijk mis wat betreft Jacques van Veen. Wellicht is dit misslaan veroorzaakt door de lange periode die is verstreken sinds het afscheid van Jacques van Veen van Het Parool, in 1982. Sindsdien wordt om de drie jaar de prestigieuze Jacques van Veen persprijs uitgereikt, juist om de kwaliteit van de juridische c.q. rechtbankjournalistiek te bevorderen.
AlexanderPleijter, 16 april 2010, 09:41
Bizar dat in dit stuk Maurice de Hond wordt gezien als een journalist.
Ook merkwaardig is de opmerking: “Wat mij opvalt is dat de sector zelf geen algemeen gedeelde normen en waarden van fatsoenlijke journalistiek heeft.” Die zijn er wel, zie de Code van de Journalistiek van het Genootschap van hoofdredacteuren en de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek.
Maar bovenal ben ik benieuwd hoe professor Huls dat tuchtrecht in de praktijk voor zich ziet. Zoiets roepen is nogal makkelijk, maar hoe gaat je dat uitvoeren? Journalisten een beroepsverbod opleggen? Een publicatieverbod opleggen?
Thomas Bruning, 16 april 2010, 10:12
De NVJ is voor een verschoningsrecht, zodat (anonieme) bronnen zich beschermd weten en hun weg naar de media kunnen blijven vinden. Een wettelijke regeling inzake dit verschoningsrecht ontslaat journalisten niet van hun plicht om correct verslag te doen. En daar kunnen ze, zonder tuchtrecht, gewoon voor de rechter op worden aangesproken. Het gaat ons erom dat journalisten niet gebruikt worden (via telefoontaps, inbeslagname van materiaal of gijzeling) om bronnen te achterhalen. Journalistiek is een vrij beroep, tuchtrecht zou een onmogelijke inbreuk op dat uitgangspunt inhouden. Thomas Bruning, NVJ
Raad voor de Journalistiek, 19 april 2010, 12:54
Naar aanleiding van de ongemakkelijke verhouding tussen de rechterlijke macht en de journalistiek houdt prof. Nick Huls een pleidooi voor een tuchtrecht voor journalisten, mede omdat de sector geen algemeen gedeelde normen en waarden betreffende journalistiek fatsoen zou hebben èn sommige media de Raad voor de Journalistiek niet meer erkennen met als gevolg, dat slachtoffers vaker naar de (civiele) rechter gaan.
De Nederlandse journalistiek heeft wel degelijk een algemeen aanvaard normen- en waardenstelsel. Naast de Code van het Genootschap van Hoofdredacteuren en diverse redactiestatuten van individuele media is er de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek, waarin de uitspraken van de Raad van de laatste vijf decennia verkort zijn weergegeven.
Huls heeft wel een punt als hij met de koppeling van verschoningsrecht en tuchtrecht bedoelt, dat alleen journalisten die zich ethisch goed gedragen, een beroep op verschoning in gerechtelijke procedures mogen doen. Maar dat rechtvaardigt nog geen pleidooi voor een journalistiek tuchtrecht.
Er zijn media die de Raad voor de Journalistiek (voorlopig) niet langer erkennen, maar de Raad wordt als zelfreguleringsinstituut bij uitstek nog steeds door de gehele journalistiek gedragen via de hem faciliterende stichting.
Tuchtrecht heeft de Nederlandse journalistiek sinds het midden van de vorige eeuw categorisch afgewezen als een onjuiste regeling voor de borging van de journalistieke moraal. Tuchtrecht impliceert tucht, dat wil zeggen straf en/of beroepsuitsluiting, hetgeen op gespannen voet staat met de vrijheid van meningsuiting en/of nieuwsgaring.
De Raad voor de Journalistiek is dé instantie voor de behandeling van klachten over journalistiek gedrag. Daarover bestaat in brede kring geen misverstand.
Het pleidooi van Huls is een verkeerd signaal.
Ton Herstel,
voorzitter Raad voor de Journalistiek
AlexanderPleijter, 19 april 2010, 20:26
Waarom zet iemand een discussiestuk hier op Villamedia zonder verder de discussie aan te gaan?
Dolf Rogmans, 20 april 2010, 14:23
@ Alexander Pleijter: De heer Huls reageert binnenkort.
AlexanderPleijter, 20 april 2010, 15:46
@Dolf Rogmans: Dank, ben benieuwd! Mijn nederige excuses voor het ongeduld.
Nick Huls, 21 april 2010, 21:38
Vrij beroep en vrijblijvende normhandhaving
Journalisten zien zich zelf als een vrij beroep. Iedereen kan zich journalist noemen en door de moderne communicatiemiddelen is het aantal soorten journalist exponentieel vermenigvuldigd.
Het aantal beroepsmatig gekwalificeerde journalisten dat met zijn vak zijn brood verdient, neemt omgekeerd evenredig af, omdat gratis alternatieven alom verkrijgbaar zijn.
“De” Media bestaan niet meer, elk medium bedient zijn eigen doelgroep en hanteert zijn eigen normen en waarden en de rechter moet achteraf maar bepalen wanneer een journalist (!?) de journalistieke betamelijkheidsgrens heeft overschreden. Dat is de situatie nu en dat leidt tot een ongewenste vorm van juridisering van de media.
Dit komt bijzonder duidelijk naar voren bij de journalistiek die zich op de rechtspraak richt. Dossiers komen op straat te liggen, lekkende advocaten en publiciteitsbeluste officieren van justitie (of omgekeerd) proberen elkaar af te troeven om als eerste de bevriende journalist een primeur te gunnen. Dit leidt tot de mediatisering van het strafrecht.
Andere journalisten gaan zelf op strafrechtelijk onderzoek uit zonder gebonden te zijn aan de bepalingen van het wetboek van strafvordering die de verdachte beschermen. Sommige media verzorgen aldus een alternatieve vervolging, die niet zelden gepaard gaat met een impliciete veroordeling, een soort wederinvoering van de Inquisitie.
Commerciele media leggen rechterlijke uitspraken naast zich neer, als de kosten baten afweging voor hen positief uitvalt en daar wordt uiteraard weer op gereageerd door rechtelijke instanties.
Journalisten worden zo medespelers in het rechtsbedrijf met een onduidelijke status. Thans klampt de NVJ zich vast aan de grondwettelijke vrijheid van meningsuiting en het verschoningsrecht.
Maar dat is maar een kant van het verhaal. Als de professionele journalist een herkenbare positie wil innemen in de wereld van het recht, moeten de betamelijkheidsnormen van zijn handelen duidelijk omschreven en gehandhaafd worden. Wat mij betreft primair door de betreffende groep zelf. Mijn pleidooi voor heldere normstelling met de Raad voor de Journalistiek als gezaghebbend tuchtrechterlijk sluitstuk, is bedoeld om de integere kern van het beroep te versterken.
Lewinsky, 25 april 2010, 01:12
Buitengewoon vreemde zin in het stuk is deze: *Micha Kat heeft zich na het ontslag van rechter Westenberg laten inspireren tot een kruistocht tegen porno- en pedofielennetwerken binnen de rechterlijke macht*.
Door de woordkeus (kruistocht) en doordat dit als een voorbeeld van verloedering wordt gepresenteerd, lijkt het wel alsof Nick Huls het bestrijden van pedonetwerken binnen de rechterlijke macht iets verwerpelijks vindt in plaats van iets goeds.
Hoe zit dat?
Olof van Joolen, 25 april 2010, 09:50
Huls vergeet in zijn betoog een belangrijk element als het gaat om de Raad. Namelijk dat verschillende media niet meer zijn aangesloten omdat zij de deskundigheid van de raad in twijfel trekken. Ik ben persoonlijk niet per definitie tegen tuchtrecht, maar je zou de discussie over de kwaliteit van de Raad echt eerst moeten oplossen voor je hen dat tuchtrecht zou kunnen laten uitvoeren. Als je dat al zou willen.
Overigens ben ik erg benieuwd hoe Huls een journalist definieert en wie er met andere woorden onder het tuchtrecht gaat vallen en wie niet? Ben je alleen journalist als je voor een ‘erkend journalistiek medium werkt? Dan vallen heel veel mensen af die wel journalistiek werk doen af en zij kunnen dan onder het tuchtrecht vandaan. Het probleem van de journalistiek in deze is dat het een open beroep is en dus iedereen zich journalist mag noemen. Een heel ander verhaal dan bij advocaten of artsen.
Bovendien zou je bij het instellen van tuchtrecht moeten bedenken dat er op het tuchtrecht van die andere beroepsgroepen nu juist veel kritiek is. Dat de collega’s in tuchtorganen elkaar vooral de hand boven het hoofd houden en alleen voor de vorm straffen. Misschien is de toetsende rol van de rechter dus zo gek nog niet…
Nick Huls, 27 april 2010, 16:28
Tuchtrecht impliceert dat er gedeelde fatsoens- en professionaliteitsnormen zijn die door de beroepsgroep zelf worden geformuleerd,nageleefd en gehandhaafd door een tuchtcollege met gezag.
De definitie van journalist als een vertrouwensberoep met bepaalde privileges, dat fungeert als ‘waakhond van de democratie’ zou ik in eerste instantie aan de beroepgroep zelf willen overlaten, in de hoop dat zij de bloedhonden en de pitbulls onder het journaille in het gareel houden. Als zij dat niet kunnen, zal het rechtssysteem journalisten als gewone burgers behandelen.
Journalisten zouden in de leer kunnen gaan bij gezinsvoogden, die na de Savanna-zaak, waarbij een gezinsvoogd door het OM werd vervolgd, een eigen tuchtrecht aan het ontwikkelen zijn om zo hun eigen professionaliteit te markeren.
Er is veel terechte kritiek op het functioneren van het tuchtrecht, maar een stevige ‘morale professionelle’ is onontbeerlijk voor een vrije samenleving.
Lewinsky, 29 april 2010, 19:48
@13. Hoe zit het nu, Nick Huls, ben je nu vóór of tegen het bestrijden van pedonetwerken? Graag een duidelijk antwoord.
Lees eerst even reactie nr. 11.
Lewinsky, 13 mei 2010, 12:43
Twee keer een vraag gesteld aan Nick Huls, nul keer antwoord gehad. Dan niet.
Nick Huls is de samensteller van één van de idiootste zinnen die ooit op Villamedia.nl hebben gestaan. Ik citeer hem nog een keer: *Micha Kat heeft zich na het ontslag van rechter Westenberg laten inspireren tot een kruistocht tegen porno- en pedofielennetwerken binnen de rechterlijke macht, waaraan op tv aandacht werd geschonken*. Een feitelijke onjuistheid, diverse vreemde insinuaties en krom Nederlands in één zin, plus de suggestie dat Nick Huls voorstander is van het in stand houden van pedonetwerken binnen de rechterlijke macht en dat de tv geen aandacht zou moeten besteden aan dergelijke pedonetwerken.