Reuters trendsrapport: negatieve vooruitzichten, kansen voor journalistieke producties
Een meerderheid van de door het Reuters Institute for the Study of Journalism ondervraagde leidinggevenden is pessimistisch over de vooruitzichten voor de journalistiek in 2026. Politieke aanvallen op de journalistiek, het verlies van fondsen vanuit USAID en een significante afname in bezoekersaantallen voor websites zijn voor hen de redenen. Er is ook goed nieuws, het instituut verwacht dat uitgevers met veel direct verkeer winstgevend kunnen blijven met abonnementen.
De helft van de deelnemers is wel positief over de vooruitzichten van hun eigen medium. Zo blijkt uit een onderzoek naar trends binnen de journalistiek onder 280 hoofdredacteuren, CEO’s en andere leidinggevenden uit 51 landen. Het hele rapport is maandag gepubliceerd op de website van het instituut.
Originaliteit en menselijkheid
Uitgevers reageren op de negatieve verwachtingen met meer originele producties en verslagen uit het veld, analyses en menselijke verhalen. Ook blijven video en podcasts belangrijk. Het ondervraagde panel verwacht dat de algemene nieuwsverhalen en diensten zullen worden overgenomen door AI-diensten.
Een voorbeeld is uitgever Newsquest, uit het Verenigd Koninkrijk, dat AI omarmt. Meer dan dertig ‘AI-assisted’ journalisten schrijven met de tool News Creator tot dertig verhalen per dag. Hiermee wil het bedrijf ruimte maken voor andere journalisten om te werken aan hun eigen producties. Ook kleinere en gespecialiseerde media zullen naar verwachting gebruik maken van dit soort tools voor hun content.
Daardoor verwacht het Reuters Institute dat er een ‘barbell effect’ zal optreden in de nieuwsconsumptie. Dat wil zeggen: met aan de ene kant journalistieke content gevormd door menselijke journalisten en aan de andere kant content die is gevormd door geautomatiseerde productie.
In de achtergrond speelt AI een steeds grotere rol in het redactiewerk. AI-tools voor het transcriberen en andere taken worden algemeen gebruikt. Maar ook in coderen, de weergave van gepersonaliseerde pagina’s, het vergaren van nieuws en commerciële toepassingen maken in toenemende mate gebruik van AI.
Ook in de productie van journalistieke verhalen speelt AI een groeiende rol. Als voorbeeld noemt het Reuters Institute het onderzoek van de New York Times naar de conservatieve podcastcultuur rond Charlie Kirk. Door het gebruik van AI wist de redactie een onderzoek te doen binnen twee weken, waar eerdere soortgelijke onderzoeken een jaar duurden.
Wat betreft werkgelegenheid lijkt AI nog geen groot effect te hebben gehad op redacties. In het onderzoek geeft een grote groep juist aan dat er geen banen verloren zijn gegaan. Sommige media hebben zelfs banen gecreëerd.
Verdienmodellen en websiteverkeer
Er is een groei in het aantal verwijzingen naar nieuwswebsites vanuit AI-agents als ChatGPT, hoewel dat een zeer klein aantal blijft in vergelijking met reguliere zoekmachines.
Uit een data-analyse van Chartbeat blijkt dat het verkeer naar websites daardoor met 40 procent zal afnemen. Eerder werden nieuwswebsites al hard geraakt door veranderingen in het gebruik van sociale media, verkeer via Facebook (43 procent afname) en X (46 procent afname) nam al flink af.
De opkomst van nieuwe internetbrowsers met AI-toepassingen kan er toe leiden dat content steeds meer fluïde wordt. Verschillende AI-diensten verzamelen en personaliseren informatie van nieuwssites voor de gebruiker. Het rapport waarschuwt dat dit gevolgen kan hebben voor de weergave van journalistieke content aan de lezer. Ook roept het de vraag op of een bezoek van een AI-dienst aan een website wel telt als een menselijk bezoek. Driekwart van de respondenten in het onderzoek denkt dat deze ontwikkelingen een groot of zeer groot effect zullen hebben op media in de komende jaren.
Uitgevers twijfelen ondertussen over het aanklagen van AI-diensten voor inbreuk op auteursrechten of het sluiten van zakelijke deals met de bedrijven. Zo sloot OpenAI deals met The Guardian, Schibsted Media Group en Axios, Amazon met de New York Times, Conde Nast en Hearst en werkt Google met licenties via het programma voor partnerschappen.
Het is nog de vraag of naast de deals met grote mediabedrijven ook kleinere, lokale en onafhankelijke platformen zullen worden gecompenseerd. Daarom zijn er uitgevers die pleiten voor collectieve afspraken om elkaars belangen te vertegenwoordigen. De samenwerking en compensatie door AI-bedrijven bieden voor sommige uitgevers kansen voor verdienmodellen. Dit zou dan naast de bestaande verdienmodellen als abonnementen en advertenties zijn. In Nederland werkt auteursrechtenorganisatie Lira hier aan. Ook groeien de inkomsten door het organiseren van events.
Opkomst van de makers
Nieuwsmedia krijgen meer te maken met makers die hun eigen content vanuit huis of studio maken. Deze makers zullen ervoor zorgen dat de grens tussen hen en journalisten vervaagt. Hun content mengt zich in de strijd om de kijker, luisteraar en lezer en zorgt voor een talentenprobleem bij mediabedrijven.
Uit het onderzoek blijkt dat veel van deze makers een gekleurde mening verkondigen in hun content, zonder journalistieke verantwoording of waarden. In respons kiezen veel media ervoor om hun journalisten meer te profileren als makers. Als voorbeeld van een van de initiatieven noemt het rapport het Nederlandse Spil, het jongerenplatform dat in 2025 werd gelanceerd door Mediahuis.
Socials in negatieve spiraal
Sociale media zullen volgens het rapport blijven transformeren. In plaats van het volgen van vrienden draait het gebruik van Facebook, X, Tiktok en Instagram om het vrijwel eindeloos consumeren van content voor vermaak en het doden van de tijd. Hierin is weinig ruimte voor deprimerende journalistieke content. Uitgevers passen hier hun strategieën voor sociale media op aan.
Verschillende media kiezen hierbij voor een uitstap naar het platform Substack. Het platform wil de concurrentie aangaan met onder andere YouTube en LinkedIn.
Tegelijk groeit de groep van consumenten die ervoor kiest om minder technologie te gebruiken en te consumeren. De verkoop van simpelere telefoons groeit, net als die van smartphones die ontworpen zijn om doomscrollen tegen te gaan. In het uitgaansleven plakken horeca telefooncamera’s af of bergen de telefoons zelfs op. De publieke weerstand tegenover sociale media en technologie groeit, met steun voor smartphone restricties in scholen en minimumleeftijden voor sociale media zoals in Australië. Ook het Europees Parlement is voorstander van een soortgelijke maatregel.
Er komt een blijvende groei in de productie van AI-content, volgens sommige verwachtingen is het merendeel op het internet zelfs al door AI geproduceerd. Zo heeft TikTok al meer dan een miljard door AI-gegenereerde video’s op het platform. Tegelijk stoppen platformen met menselijke moderatoren en factcheckers, onder druk van criticasters die hun werk zien als censuur.
Democratische bedreiging
Reuters waarschuwt voor de gevolgen van deze ontwikkelingen voor de democratie. Bij verkiezingen in Nederland, Duitsland, Ierland, Moldavië, Latijns-Amerika en Azië speelde AI-content al een rol. Daarom zullen er nieuwe en extra regels nodig zijn om misleiding en manipulatie te voorkomen.
Het rapport ziet kansen voor de journalistiek door een groeiende behoefte aan door mensen geverifieerde journalistieke producties van hoge kwaliteit. Maar, een groot aandeel van het publiek wantrouwt nieuwsmedia. Zij hebben de neiging de reacties of een AI-bot te gebruiken om het nieuws te controleren.
Om de misleiding en manipulatie te voorkomen zou de AI-industrie moeten focussen op twee initiatieven, zegt het rapport. Er zou metadata moeten worden toegevoegd aan AI-producties en platformen moeten zich meer inspannen om AI-content te kunnen herkennen. Bijvoorbeeld door het toevoegen van watermerken. In een concepttekst voor de AI Act kwam de Europese Commissie kwam enkele weken geleden met soortgelijke voorstellen.
De software en diensten om AI te herkennen moeten worden verbeterd om de negatieve bedoelingen achter het gebruik van AI te herkennen. Zo wordt bijvoorbeeld AI gebruikt voor het genereren van materiaal van (kinder)misbruik.


Praat mee