’Moet dat nou, dat lijk op de mat?’
Uitstekende kop dinsdag 25 oktober op de mediapagina’s van NRC Handelsblad. Inderdaad: moest dat, die bloederige foto van Khadaffi? Ja, vonden veel kranten. Nee, meenden de titels van HDC Media. Een verhaal uit de praktijk van HDC-journalist Ronald Frisart (plaatsvervangend chef Eerste Katern van de centrale redactie van de HDC-kranten).
Donderdag 20 oktober 2011, 17 uur. Zoals altijd als ik in de avonddienst de knopen mag doorhakken, schuif ik die dag aan bij de collega’s van de dagploeg. De Libische Gids van de Revolutie is die middag gesneefd. Van de coördinerende dagcollega verneem ik dat de nadien beroemd geworden AFP-foto van Khadaffi op onze websites is geplaatst met dien verstande dat hij niet meteen te zien is. Wie de plaat wil bekijken, moet het beeld openklikken. We zijn het er roerend over eens dat deze plaat, hoe symbolisch ook voor de ondergang van het Khadaffi-regime, de volgende ochtend niet naast het ontbijtbordje van onze lezers moet liggen. Te gruwelijk.
We hebben geleerd van voorgaande gelegenheden. Platen die volgens ons de toets der kritiek konden doorstaan, stuitten bij te veel lezers op weerstand. Collega’s die zeiden dat het ’s avonds op de televisie ook te zien was geweest, kregen van onze lezers ongelijk. We leerden dat bewegend beeld heel anders aankomt dan stilstaand beeld. Stilstaand beeld – foto’s in een krant dus – hakt er dieper in. We hebben dat in onze oren geknoopt.
Toen eerder in – alweer – Libië een verkeersvliegtuig neerstortte met veel Nederlandse doden als gevolg maakten we een extra editie. Ik mocht het samenstellen daarvan leiden en ik hakte die avond de fotografische knoop door: hét beeld van die ramp zou dat jochie zijn met een zuurstofkap over zijn mond en neus. Hij immers was het symbool van hoop, hij had het overleefd.
Daarop kregen we weliswaar kritiek, maar vooral omdat we (een deel van) de naam van het kereltje hadden genoemd, niet over die foto. Mijn afweging van die avond bleek stand te houden: het ventje is – zelfs voor zijn naasten – op deze plaat onherkenbaar.
En toen die avond na Khadaffi’s dood. Mijn gedachten schoten eventjes vele jaren terug. Tijdens de gruwelijke oorlog op de Balkan kregen we een foto voor de kiezen van een man die aan een boom was opgehangen met een touw. Een hoogst gewetensvolle collega opperde dat de oorlog daar zo gruwelijk was dat we dat misschien in de krant met deze foto maar eens in beeld moesten brengen. Met zijn redenering was ik het eens, maar uiteindelijk waren we beiden toch tevreden met mijn beslissing om het niet te doen. Te erg, meenden we.
En de foto van de zojuist gedode Khadaffi? NRC-ombudsman Sjoerd de Jong wijdde er dinsdag 25 oktober weliswaar een uitgebreid verhaal aan, maar tot een conclusie kwam hij niet. Voor een ombudsman vind ik dat nogal merkwaardig.
Zelf stond ik donderdagavond 20 oktober wél voor de opgave een knoop door te hakken. Een puike vormgever die ons soms behoedt voor tekstuele blunders bepleitte plaatsing op de voorpagina van een foto van Khadaffi vlak voor zijn dood – bloed aan de paal, maar nog zonder gaatje in zijn slaap. Een collega die een aantal van onze 17 dagelijkse voorpagina’s zou samenstellen meende dat ook die foto – minder gruwelijk dat de plaat van de stervende dictator – voor de voorpagina wat te veel van het goede zou zijn.
Mijn uitweg op dat moment was een laffe: laten we tot half elf vanavond wachten en dan de knoop doorhakken. Helaas werd het onvermijdelijk half elf. Voor de allereerste edities moesten we gaan kiezen. Er zouden trouwens weinig platen meer binnenkomen, want ook in Libië was het al laat in de avond.
Indachtig eerdere reacties van onze lezers heb ik gekozen voor een iets minder gruwelijke Khadaffi-plaat (hij leefde nog, zij het met bloedig hoofd), maar dan wel op pagina 3. Voor de voorpagina koos ik voor een plaat van een zegevierende strijder van het andere kamp met het vergulde pistool van Khadaffi in de hand.
Tot mijn stomme verbazing zag ik de volgende ochtend wat collega’s bij andere kranten hadden gedaan. Zelfs het meestal zo ingetogen Trouw had de volgens mij te erge plaat naast het ontbijtbordje van zijn abonnees laten belanden. Gek genoeg was sensatiekrant de Telegraaf zich wel bewust van de risico’s. Dat dagblad plaatste weliswaar de gruwelfoto, maar klein, en zette er een hoofdplaat van feestende Libiërs naast.
Persoonlijk vond en vind ik dat een beetje laf. Ik ben er eerlijk gezegd nog steeds trots op dat wij van HDC Media (Noordolland Dagblad, Haarlems Dagblad, IJmuider Courant, De Gooi- en Eemlander, Leidsch Dagblad) onszelf hebben kunnen inhouden en voor een decente plaat hebben gekozen naast gedegen tekst die de blik vooruit wierp.


Praat mee
3 reacties
Humphrey Asamoah, 28 oktober 2011, 15:14
De column van Ronald Frisart bewijst dat er toch andere keuzes gemaakt kunnen worden in de journalistiek. Leest mij reactie..
Beelden van het bebloede lijk van de verdreven Libische leider Muammar Kaddafi op de homepage van de Volkskrant. Het levenloze lichaam van een Ivoriaan op de voorpagina van nrc.next, het lijk van Michael Jackson in een mortuarium in het AD. Dit is een kleine greep uit foto’s van doden waar lezers zich onlangs geconfronteerd zagen in de media. Moet je foto’s van dode mensen wel zo publiceren? En vooral: wat is het journalistieke nut hiervan? Hebben dictators geen recht op privacy?
Als lezer wil ik geïnformeerd worden als ik de media (cq.krant, website) raadpleeg. Ik verwacht van de krant dat die mij ouderwets bij de hand neemt en door het nieuws leidt. Verder verwacht ik een zakelijke weergave van het nieuws (vijf W’s en hoe). En waar het iets relevants aan het nieuws toevoegt, een keurig beeld dat prikkelt om verder te lezen. Niets meer en niets minder.
Deze minimale verwachting is me de laatste tijd niet eens gegund. Op zoek naar het laatste nieuws over het overlijden van Kaddafi, kwam ik op de site van de Volkskrant terecht. Daar kreeg ik een shock te verwerken. Ik zag foto’s van het bebloede lijk van Kaddafi. Ik vond ze ronduit shockend en smakkeloos. Ik kon er niet naar kijken. Ik ben een professional die gewend is zulke beelden te zien. Desalniettemin had ik een naar gevoel bij het zien van de afgrijselijke foto’s. Ik kan me daarom voorstellen dat een niestvermoedende lezer zich een hoedje schrikt en de krant keihard dichtslaat bij het zien van de beelden. Volgens mij kan dat niet de bedoeling zijn van het publiceren van zulke vreselijke foto’s. Daarom vraag ik mij ook af wat het journalistieke nut ervan is.
Gruwelijke beelden vertegenwoordigen nieuwswaarde. Ik begrijp ook dat het publiek steeds om bewijs vraagt als het om figuren als Kaddafi gaat. Als je zulke beelden publiceert, sla je twee vliegen in een klap. Je brengt de belangrijkste nieuwsfeiten en levert tevens het bewijs dat hij inderdaad dood is. Toch vraag ik me af of het nodig is geweest om de foto’s in deze vorm te publiceren; om Kaddafi zo herkenbaar in beeld te brengen. Het is ook een optie geweest om de foto’s niet te publiceren, maar gewoon in een aantal kolommen te vertellen dat hij dood is. Door voor deze benadering te kiezen, hou je netjes rekening met het deel van het lezerspubliek dat niet zit te wachten op zulke smakeloze beelden. Het publiceren van deze foto’s is gewoon onfatsoenlijk.
Het lijkt overigens een trend om beelden van doden te publiceren. Onlangs zette nrc.next het beeld van een vermoorde Ivoriaan op de cover. Volgens de hoofdredacteur van nrc.next, was het beeld nodig om aan te tonen dat het leven in Abidjan banaal is geworden. Ik vind het onnodig om een dode op de cover van een krant te plaatsen. Het drama dat zich daar afspeelt had ook verteld kunnen worden zonder het beeld. Ik kan geen andere verklaring voor de publicatie bedenken dan te willen shockeren. En dat vind ik stijlloos.
Kaddafi was een vreselijke dictator die het niet nauw nam met de privacy en de mensenrechten van anderen. Maar is het daarom geoorloofd om zijn lijk aan de hele wereld tentoon te stellen? Mogen wij de privacy (en mensenrechten) van een dictator schenden omdat hij dat ook deed? Mogen wij ons tot dat niveau verlagen en ons onfatsoenlijk gedragen? Ik vind van niet. In zo’n geval is het aan ons om klasse te tonen, ons fatsoenlijk te gedragen en de verleiding weerstaan om zulke gruwelijke foto’s de wereld in te slingeren. Daarom resepcteren wij wel de privacy en mensenrechten van dictators.
Foto’s van overledenen in de media; ik vind ze verontrustend. Daarom pleit ik er voor om ze niet te publiceren. Ik ben ervan overtuigd dat het nieuws ook gebracht kan worden zonder de shockende beelden. Bovendien, als je ervoor kiest om geen foto’s van doden te publiceren, bereik je hetzelfde effect. Namelijk je hebt het nieuws gebracht op een chique, stijvolle manier en de mensenrechten (en mensenrechten) van de overledene gerespecteerd. Oh ja, als de media toch nog besluiten om zulke afgrijselijke foto’s te publiceren, graag niet pontificaal op de voorpagina van een website te plaatsen, zoals de Volkskrant dat deed, maar wat dieper in de site ‘begraven’. Op die manier kunnen lezers die zulke beelden perse willen zien dat zelf beslissen.
Peter de Journalist, 28 oktober 2011, 20:59
Jaren geleden al weer maakte de krant De Limburger precies dezelfde fout, maar dan bij een aanslag c.q. bomexplosie op een markt ergens in het voormalige Joegoslavië. Mensen die in stukken gereten vlak voor de cameralens lagen met veel bloed natuurlijk. Het resultaat? Honderden boze reacties van de abonnees die dreigden hun abonnement bij de krant op te zeggen als er nog eens zo’n foto in de ochtendkrant (en bij het ontbijt) zou verschijnen. De hoofdredactie deed boete in zak en as. Er werd plechtig beloofd dat het nooit meer zou gebeuren.
We zijn weer wat jaartjes verder en wat zien we? Precies dezelfde fout, maar nu een soort afrekening in het bekende milieu ergens in Libië. Bij andere kranten die het kennelijk nog niet goed geleerd hebben wordt dan dezelfde domme fout gemaakt.
Olivier, 31 oktober 2011, 15:57
Met stijgende verbazing heb ik het betoog van dhr Frisart en de daardop volgende reacties gezien. Eerlijk gezegd vind ik namelijk het journalistieke gehalte van het geheel onwaarschijnlijk laag.
Dat je over foto’s kan discussiëren; absoluut. Dat je over smaak van foto’s van mening kan verschillen. Zeker. Maar over nieuwswaarde? Ik moet echt de persoon nog ontmoeten die me ervan kan overtuigen dat het beeld van een dode beroemde dictator geen nieuws is. Wie dat echt vindt, ontkent grotendeels de historie van ons vak, de persfotografie en de wereldgeschiedenis in het algemeen.
Want wie herinnert zich ze niet? De beelden van een dode Ceaușescu, het beeld van het Noord- Vietnamese meisje Kim Phuc dat uit een genapalmde dorpje komt rennen of de ontploffende Space Shuttle. Gruwelijk? Zonder meer, maar allemaal wel historisch essentiële momenten.
Had Frisart met het oog op de ontbijtende lezer Kim Phuc van de voorpagina gehouden? Als ik zijn redenering volg, was dat het geval geweest. En dan ben je als journalist toch geen knip voor de neus waard? En verdien je het al helemaal niet om collega’s berispend toe te gaan spreken.
Dat je uit commercieel oogpunt de foto niet afdrukt; snap ik. Maar journalistiek valt dit besluit niet te verdedigen. Ik vind het vergelijk met Michael Jackson overigens totaal niet op gaan. Dat is een in privé setting genomen foto. Die naar buiten komt op een moment dat we wel zo’n beetje weten dat hij dood is. Het is niks meer dan voyeurisme.