‘Een kleine dosis idealisme is noodzakelijk’
Brazilië werkt als een magneet op jonge avontuurlijke en ondernemende journalisten. Met twee grote sportevenementen in aantocht is er veel te halen. Wat drijft de correspondenten Marjolein van de Water en Floor Boon?
Op het plein voor de schouwburg van Rio de Janeiro hebben zich enkele tienduizenden demonstranten verzameld. Het is een indrukwekkende mensenmassa. Er worden liederen gezongen en leuzen gescandeerd. Rio bruist, want voor het eerst in twintig jaar staan de Brazilianen op tegen corruptie en de slechte staat van de publieke voorzieningen. Marjolein van de Water (34) en Floor Boon (30) komen aangelopen. Boon, vaste freelancer van de NRC in Brazilië, is klein en klimt in een lantaarnpaal om de demonstratie te kunnen overzien. ‘Hoeveel demonstranten schat jij dat er zijn?’, vraagt Van de Water, correspondent van de Volkskrant. En weg zijn ze, richting het hart van de demonstratie.
Boon en Van de Water zijn twee nieuwe gezichten in Brazilië, waar het afgelopen jaar een ware correspondenten-reshuffle plaatsvond. Vertrouwde tv-gezichten als Marjon van Royen (NOS) en Nina Jurna (RTL) maakten plaats voor het journalistenstel Marc Bessems en Sandra Korstjens. Daarnaast doken er meerdere jonge freelancers op, zoals Jan Willem Zeldenrust van de Persdienst en Daan Dekker, die een boek over het Braziliaanse voetbal schrijft. Brazilië werkt als een magneet op avontuurlijke journalisten die kansen ruiken nu het land de komende jaren in het middelpunt van de belangstelling staat. Brazilië, dat de afgelopen jaren een economische reus geworden is, organiseert volgend jaar het WK Voetbal en twee jaar later de Olympische Spelen.
Floor Boon heeft een bijzondere band met Brazilië omdat ze er na haar middelbare schooltijd vier maanden woonde. Terug in Nederland studeerde ze politicologie en journalistiek. In november 2011 ging ze via het Beyond Your World programma van Lokaalmondiaal, dat bedoeld is om jonge journalisten te interesseren voor buitenlandjournalistiek, terug naar het land. ‘Toen dacht ik: wauw, hier liggen de verhalen voor het oprapen.’ Ze zegde haar baan bij Folia op en deed de masterclass onderzoeksjournalistiek van De Groene Amsterdammer. Het idee om naar het buitenland te gaan kreeg steeds meer vorm. In november 2012 vertrok ze en al snel kon ze aan de slag bij NRC. ‘Al mijn verwachtingen zijn uitgekomen. Als opkomende economie is Brazilië van toenemend belang en in het licht van het WK en de Olympische Spelen krijgen veel gebeurtenissen een nieuwsglans. Daarom is het precies de goede tijd geweest om deze stap te maken.’
Zou ze zichzelf als een journalistieke gelukszoeker willen omschrijven? Ze schudt haar hoofd. ‘Het woord gelukszoeker heeft iets opportunistisch. Het is een weloverwogen keuze geweest, ook journalistiek, omdat er veel te doen is. Ik wil hier graag wonen en dit is het journalistieke leven dat ik wil hebben.’
In hoeverre speelt idealisme mee in de keuze die ze heeft gemaakt? Ze lacht: ‘Een idealist zou ik mezelf niet noemen, maar ik ben niet zonder idealen. Misschien dat die idealen wel steeds meer op de voorgrond treden naarmate ik langer in Brazilië ben. Juist omdat hier het belang van onafhankelijke berichtgeving zo duidelijk is. In dit land, waar burgerrechten lang niet vanzelfsprekend zijn en gemarginaliseerde groepen keihard moeten vechten voor zelfbehoud en zaken waar ze wettelijk recht op hebben, hebben journalisten echt de taak om daar aandacht aan te besteden.’ Voordat ze naar Brazilië kwam, zag Boon de journalistiek vooral als tegenkracht om de macht te controleren. ‘Dat vind ik nog steeds een heel belangrijk aspect, maar ik heb niet de illusie dat ik hier als journalist de macht kan controleren. Voor mij ligt de nadruk veel meer op verslaggeving en wel op een manier die recht doet aan hen die zelf niet goed in staat zijn om voor hun belangen op te komen. In een staat die regelmatig repressief optreedt en de rechten van individuen ondergeschikt maakt aan economische belangen, is dat van groot belang. Ja dus, volgens mij kan dat heel goed: idealisme in de journalistiek. Een kleine dosis is, denk ik, zelfs noodzakelijk.’
Als bij iemand idealisme een grote rol speelt, dan is dat wel bij Marjolein van de Water. Het activistische wereldje is haar niet vreemd. Na haar studie antropologie werkte Van de Water voor Peace Brigades International in Mexico en keerde terug naar Nederland als woordvoerder van X-Y, een solidariteitsfonds voor met name ‘linkse’ projecten in ontwikkelingslanden. In diezelfde periode begon ze met schrijven voor de Latijns-Amerika website Noticias. Ze meldde zich aan voor de master journalistiek in Amsterdam, maar kreeg in eerste instantie een afwijzing. ‘Ze vonden dat ik met mijn activistische achtergrond niet in staat zou zijn om objectief te berichten.’ Twee maanden later werd ze alsnog gebeld omdat er iemand was afgevallen.
Na haar opleiding ging ze met een tijdelijk contract aan de slag op de buitenlandredactie van de Volkskrant. Toen er een vacature als Italië-correspondent vrij kwam solliciteerde ze en werd aangenomen. Ze was al Italiaans aan het leren toen ook de post Latijns-Amerika vrijkwam. ‘Gelukkig kwam de hoofdredactie zelf met de vraag of ik niet liever daar naartoe wilde. Zo kwam ik hier in juni 2012 terecht.’
De vraag over objectiviteit blijft haar achtervolgen. Zelf is ze duidelijk: ‘Een van de dingen die ik heb geleerd is dat je meer kunt bereiken als je mensen van eerlijke informatie voorziet, zodat ze zelf een oordeel kunnen vellen.’ Het valt haar op dat de Nederlandse journalistiek geobsedeerd is door objectiviteit en dat alles zo neutraal mogelijk moet. ‘In andere landen kies je bewust voor een krant van een bepaalde politieke signatuur.’
Ziet ze de journalistiek als middel voor een hoger idealistisch doel en de pen als wapen? ‘Nee, dat zie ik los van elkaar. Ik zie de journalistiek wel als middel om een groter publiek bekend te maken met onderwerpen waar ze geen weet van hebben.’ Het idealisme komt duidelijk terug in haar onderwerpkeuze. Van de Water schrijft veel over zaken die met mensenrechten, sociale ongelijkheid en milieu te maken hebben. ‘Ik wil schrijven over de grote onderwerpen hier. Mijnbouw, olie, natuurlijke hulpbronnen. Het levert veel op maar zorgt ook voor problemen.’ Ook wil ze mensen aan het woord laten die normaal gesproken geen stem hebben. ‘Grote bedrijven hebben vaak een heel media-apparaat en een communicatie-afdeling. Natuurlijk moet je die aan het woord laten, maar je moet je niet zomaar kritiekloos laten leiden door bijvoorbeeld “groene” Heineken programma’s, waarmee in Mexico windparken worden aangelegd. Als je dan zelf gaat kijken, blijkt de bevolking er helemaal niet zo positief over.’ Maar partij kiezen doet ze heel bewust niet. ‘Hoe meer ik geraakt word door een onderwerp, hoe meer ik me ervan bewust ben dat ik niet gekleurd moet berichten. Bijna krampachtig zelfs.’


Praat mee