Rubrieken – OSM
Altijd commentaar
donderdag 9 april 2009

Het leven van sportjournalisten gaat niet over rozen. Bij succes willen topsporters best praten; als het tegenzit, rennen ze weg. Maar er zijn uitzonderingen. En die krijgen een prijs van de NSP (sportjournalisten). ‘Ik kende de prijs niet eens’, zegt oud-judoka Mark Huizinga, kapitein bij de luchtmacht. ‘Na enig onderzoek wat de uitverkiezing inhoudt, voel ik me wel vereerd dat ik hem heb gekregen’.
Bovendien ontving hij de versierselen (een kunstwerk en het juryrapport) uit handen van zijn politieke baas, staatssecretaris van Defensie Jack de Vries (de man die weer in aanmerking komt voor de prijs voor de beste spindoctor).
Volgens Huizinga heeft hij altijd wel een goede relatie met de pers gehad. ‘Het ging eigenlijk vanzelf, ik deed gewoon normaal en vertelde mijn verhaal. De media hoef je niet te zien als een obstakel of een bedreiging. Mediacontacten horen bij een kampioenschap, die mensen doen ook hun werk en waarom zou ik niet vertellen hoe het met me gaat?’
Waarom niet inderdaad? De jury bracht het WK 2001 in herinnering. Daar was Huizinga de grote favoriet en zou na zijn Olympisch goud van een jaar eerder ook de wereldtitel gaan winnen. Het pakte anders uit: in de tweede ronde liet hij zich verrassen door een onbekende Algerijn. Desondanks stond hij de journalisten na afloop te woord.
De NSP-prijs wordt elk jaar uitgereikt, tenzij er geen geschikte kandidaten worden gevonden. Tot de voorgangers van Huizinga behoren de voetballende tweeling Frank en Ronald de Boer en wielrenner Michael Boogerd.
