Opinie
Sportjournalisten gaan voor sport naar Spelen
donderdag 29 mei 2008
Van sportverslaggevers kan niet verlangd worden dat zij de situatie rond de mensenrechten in China goed kunnen duiden. Ingewerkte correspondenten kunnen dat beter doen. Tot die conclusie komt Gijs van Oosten, chef sport bij de GPD, na een bezoek aan de conferentie ‘Beijing Olympics 2008: Winning Press Freedom’.
Op 18 en 19 april werd in Parijs de conferentie ‘Beijing Olympics 2008: Winning Press Freedom’ gehouden. Het leek de World Association of Newspapers, The World Press Freedom Committee, Reporters Without Borders, the Committee to Protect Journalists, Human Rights in China en Asia Presse een goed idee om de journalistieke gemeenschap, in het bijzonder de sportjournalisten, te informeren over de werkomstandigheden die ze zullen aantreffen in China ten tijde van de Olympische Spelen.
Een goed idee was het zeker, maar voor de organisatoren moet het toch teleurstellend zijn geweest om vast te stellen dat ik de enige sportjournalist in de zaal bleek te zijn. Mij bekroop ook een vreemd gevoel toen mij duidelijk werd dat van de ongeveer 50 toehoorders meer dan de helft op enig moment zelf spreker bleek te zijn. Maar het niveau van de sprekers was hoog! In anderhalve dag ben ik tot in detail bijgepraat door een heel scala van (ervarings)deskundigen over de Chinese methodes van persbreidel en propaganda.
Wij weten dat er veel loos is in China. Maar sportjournalisten weten niet zo goed wat ze moeten met opmerkingen als die van organisaties als Amnesty, die ons voorhouden dat er een taak ligt voor alle mediavertegenwoordigers die in augustus naar China worden afgeschoten. Wat kunnen wij meer doen dan sportverslaggeving? Een sportverslaggever doet toch verslag van sport?
Het antwoord kreeg ik al gauw: Niet zo veel. Zeker niet als ik me zou ophouden in het zwembad of het atletiekstadion. En al helemaal niet als ik onvoorbereid naar China zou gaan, aldus de vooraanstaande Franse sinoloog Jean-Philippe Beja. ‘We mogen niet al te veel verwachten van sportverslaggevers die zonder enige voorbereiding naar China gaan. Zij spreken de taal niet, ze kennen de cultuur niet. Ze worden in Peking met een kluitje in het riet gestuurd. Het zijn de correspondenten in China die wel iets kunnen betekenen. Zij kennen de weg in China.’
Ik denk dat Beja gelijk heeft. De correspondent heeft de kennis en ervaring maar het minste wat een sportverslaggever kan doen is goed voorbereid zijn op zijn registrerende taak in Peking, in en buiten de sportarena.
Het spreekt voor zich dat een sportjournalist zich voorbereidt op uitzonderlijke, historische of dramatische sportprestaties. We pretenderen ook iets van doping te weten. Maar het zou raar zijn de achtergrond van de komende Spelen – die van een totalitaire staat - weg te laten in de verslaggeving. Alsof de Spelen niet in China worden gehouden.
Het is dus zinvol om in de hele discussie over mensenrechten en persvrijheid de Chinezen te proberen begrijpen zonder meteen de Dr. R. Clavan uit te hangen. Op de Parijse conferentie werd bij herhaling benadrukt dat de Chinezen een compleet ander beeld van de wereld hebben dan wij, en dat westerlingen steeds denken de Chinezen te kunnen bekeren door ze de ‘waarheid’ te laten zien. Want als ze de waarheid zien, dan zijn ze wel genezen.
Wellicht dat de Spelen de openheid van China zal bevorderen, maar het eeuwenoude wereldbeeld van de Chinezen laat zich echter niet in een paar weken veranderen. Dat heeft uiteraard te maken met hun taal, cultuur en historie, maar vooral ook met de boodschap die zij dagelijks krijgen voorgeschoteld als gevolg van staatspropaganda en censuur.
Er zijn voorbeelden te over van de propagandamachine en de censuur. Chinese journalisten moeten de richtlijnen volgen van het centraal propagandabureau. Zij die uit de pas lopen, lopen het risico geïntimideerd, opgepakt en mishandeld te worden voor het schenden van één of ander vaag staatsgeheim. Zelfcensuur wordt in de hand gewerkt door journalisten een laag basisloon te geven en ze per geplaatst artikel te betalen.
Buitenlandse nieuwszenders, voornamelijk te zien in de duurdere hotels, kunnen zomaar op zwart gaan. De gangen van internetgebruikers worden zoveel mogelijk gevolgd door de 50.000 man van de internetpolitie. Websites over gevoelige onderwerpen als Tibet, Taiwan en de Falun Gong worden geblokkeerd. Interessant is om te zien of de internetblokkade straks ook nog van kracht is in de olympische perscentra en de mediahotels.
(De blokkade is overigens met behulp van psiphon-software - www.psiphon.civisec.org - te omzeilen, vertelde spreker Ronald Deibert, directeur van The Citizen Lab van de Universiteit van Toronto.)
Nieuwssites over China worden regelmatig via het net aangevallen. De frequenties van radiostations die van buiten China opereren, zoals vertegenwoordigers van Radio Free Asia, Voice of Tibet en Voice of America vertelden, worden zoveel mogelijk gestoord.
Telefoongesprekken van journalisten worden afgeluisterd en e-mailverkeer wordt onderschept. Het vereist dus veel moed van een Chinese journalist om het ware verhaal te vertellen. Ook krijgt de Chinese journalist tijdens de Spelen niet de vrijheid die het IOC wel voor ons, de buitenlandse media, heeft afgedwongen. (De Franse schrijfster en journaliste Agnes Gaude stelde in haar lezing op de conferentie in Parijs de ongemakkelijke vraag in hoeverre westerse sportjournalisten solidair zijn met hun Chinese collega’s. - Tja, wat doen we er aan?).
De beperkte en gestuurde informatievoorziening heeft tot doel de meer dan een miljard Chinezen bij elkaar te houden. Het sterk gewortelde gevoel van nationalisme, zie de reacties op de tumultueuze rondreis van de olympische vlam, kan daardoor nog jaren bestaan. Deze vorm van nationalisme kan heel lelijk worden gedurende Olympische Spelen. China wil met de wereld afrekenen door zoveel mogelijk medailles te winnen op een manier die wij in het Westen iets te ver vinden gaan.
Het gegeven dat de Chinezen als gevolg van perscensuur en propaganda een heel andere boodschap krijgen dan de mensen in het Westen, is in mijn optiek net zo goed het verhaal van deze Olympische Spelen als het verhaal over de zeven gouden medailles van Michael Phelps of het succes van Anky van Grunsven.
Waarom? Omdat ergens die tegengestelde waarheden tijdens de Olympische Spelen gaan schuren. Hoe gaan Chinezen, burgers en politie, reageren op Westerse protestgroepen - of mogelijk sporters- in en buiten het stadion? Mogen ze hun gang gaan? Ik denk het niet. Worden ze bespuugd en uiteengeslagen? Zou kunnen, maar ik weet het niet. Het lijkt me een spannende en broeierige situatie, die zeker niet voor onwaarschijnlijk gehouden kan worden en die van grote invloed zal zijn op de sfeer van de Olympische Spelen in Peking.
Dit artikel is eerder gepubliceerd in de nieuwsbrief van de NSP en met toestemming van de auteur, chef sport bij de GPD, overgenomen.
