Deze site wordt sinds 25-9-2009 niet meer bijgehouden. Voor actuele informatie kunt u terecht op www.villamedia.nl

Dossiers

Zweden: Heil uit Zweden

Petra Sjouwerman

Het kantoor van de Zweedse Pers-ombudsman en de Zweedse Persraad ligt op de vierde verdieping van een statig gebouw, Stockholm-centrum. In ditzelfde gebouw huist de Zweedse organisatie van krantenuitgevers en tot voor kort het nationale persbureau (TT). De ouderwetse kooilift schommelt naar boven. Die lift doet denken aan de tijd waarin de Persraad werd opgericht, in 1916, als eerste persraad ter wereld. Ook het bordje bij de ingang past hierbij: ’Gesloten tussen 12.00 en 13.00 uur’. De kamer van Persombudman Olle Stenholm (64) is echter licht en modern. ‘Ons systeem is inderdaad stokoud en daardoor uitgekristalliseerd en stabiel. Onze oprichters, de organisatie van krantenuitgevers, de organisatie van tijdschriftuitgevers, de Zweedse Vereniging van Journalisten en de Nationale Persclub, bemoeien zich niet met onze zaken. Het zou ongeloofwaardig zijn als ze dat wel deden. Dan valt het systeem uit elkaar en ontstaat er een vacuüm. Een vacuüm dat opgevuld zou worden door de overheid. Dat willen media niet’, aldus Stenholm.

Zweden kent een liberale perswetgeving. Daar staat tegenover dat de pers in 1916 zelf een ethische gedragscode opstelde om de burger te beschermen tegen fouten en misbruik: een vrijwillig systeem zonder wetgeving.
De Persraad, waarin ook burgers zitting hebben, behandelde aanvankelijk alle klachten zelf. In 1969 werd een Persombudsman in het leven geroepen, die snel bemiddelend kan optreden bij een conflict. Als het toch tot een klacht komt kan Stenholm twee dingen doen: hij wijst de zaak af of hij verwijst de zaak door naar de Persraad, in beide gevallen begeleid van een schriftelijk oordeel. In geval de Persombudsman een zaak afwijst, kan de klager zich rechtstreeks tot de Persraad wenden, als een soort beroepsinstantie.

De Persombudsman behandelt jaarlijks tussen de driehonderd en vierhonderd klachten. Ongeveer 10 tot 15 procent hiervan leidt tot een veroordeling van de Persraad. Die uitspraak staat soms regelrecht tegenover het oordeel van de Persombudsman.

Een voorbeeld hiervan is de foto van een beruchte Zweedse bankrover die werd opgepakt na zijn ontsnapping uit de gevangenis in de zomer van 2004. Het dagblad Expressen bracht een foto van die arrestatie bij een hooischuur. ‘De arrestant stond in zijn onderbroek en zag er uitgeput uit, bang, totaal verward en vol haat. Mijn oordeel was dat deze foto zijn integriteit schaadde en niet in het belang was van het algemeen publiek. Maar de Persraad meende precies het tegenovergestelde.’ ‘Dat was een historische foto’, herinnert de hoofdredacteur van Expressen, Otto Sjöberg, zich desgevraagd. ‘De foto was uniek en had grote nieuwswaarde. Het ging om de zwaarste Zweedse crimineel in jaren, een beruchte neonazi die twee politieagenten had vermoord. Daarom was het goed dat de Persraad tot een andere uitspraak kwam.’

‘Ik heb daar geen moeite mee. Het is juist de sterke kant van ons systeem’, legt Stenholm uit. ‘Die tweetrapsraket garandeert een grondige aanpak en een hoge kwaliteit van het eindresultaat.’

Het oordeel is echter in meer dan 80 procent van de gevallen gelijkluidend. In een andere opzienbarende zaak in 2004 waren de Persombudsman en de Persraad het met elkaar eens. Dat was een klacht ingediend door de echtgenoot en de twee zonen van de vermoorde minister van Buitenlandse Zaken Anna Lindh. Expressen had een serie van zeven foto’s gepubliceerd van een stervende Lindh, op een draagbaar naar de ambulance gereden. ‘Het ging de klagers om de grote hoeveelheid foto’s. Mijn oordeel was dat juist die grote hoeveelheid schadelijk was voor de naaste familie van Lindh. Een schade die groter was dan het algemene belang. De Persraad dacht er hetzelfde over.’ Als een krant de regels van goede journalistiek heeft overtreden, is het de bedoeling dat de betrokken krant de uitspraak van de raad publiceert. ‘Niemand probeert zich daaraan te ontrekken, iedereen doet dat’, verzekert Stenholm, die zich na lang nadenken één geval kan herinneren van een chef-redacteur die weigerde. ‘Ik pakte de telefoon en legde hem uit dat de regels voor de hele pers gelden en dus ook voor hem. Het duurde even maar een paar maanden later publiceerde hij de uitspraak toch’, zegt Stenholm.Hoofdredacteur Sjöberg van Expressen (de krant werd in 2005 vier keer ‘veroordeeld’) beaamt dat er in Zweden een groot respect bestaat voor de Persraad en de Persombudsman. Ook Lena K. Samuels- son, hoofdredacteur van Svenska Dagbladet (in 2005 één keer ‘veroordeeld’) spreekt over een diep respect. ‘Ze hebben uitstekend werk gedaan. Ook al ben ik het niet altijd eens met de beslissingen, dit is ons systeem. En het is beter om een zelfregulerend systeem te hebben dan dat de politiek er zich mee gaat bemoeien. En dat gevaar loert altijd.’ Vorig jaar bijvoorbeeld viel premier Göran Persson uit tegen Zweedse tabloids die naar zijn mening te veel bloot op hun pagina’s hebben. Hij pleitte voor een nieuwe wet tegen de pornoficering van de samenleving. In de mediawereld werd dat opgevat als een bedreiging van de persvrijheid. ‘Het is een gevaarlijke ontwikkeling als de regering gaat bepalen wat goede en slechte journalistiek is’, aldus Samuelsson.

De zittingen van de persraad zijn niet openbaar, maar daar staat een zeer uitvoerige uitspraak tegenover van soms wel meer dan een halve krantenpagina, met een samenvatting van het artikel, de klacht, de reactie van het blad, de reactie van de klager daar weer op, het oordeel van de Persombudsman, de reactie van het blad daarop en tenslotte de uitspraak van de Persraad. Namen worden daarin niet genoemd. Daarnaast moet het betrokken medium administratiekosten betalen: ‘geen boete’, onderstreept Stenholm. Bladen met een oplage minder dan 10.000 betalen 1000 euro, bladen met een hogere ongeveer 2500 euro. Dit geld vloeit naar de kas van de raad en de ombudsman. ‘In 2005 hebben we ongeveer 106.000 euro ontvangen, 20 procent van ons budget.’ Onder bladen worden overigens ook websites gerekend. (Voor radio en tv, niet ter beoordeling van de Persraad, is er een
eigen onderzoeksraad die kwesties voor de rechter kan brengen.)

De Persraad wordt voorgezeten door een rechter. Daarnaast zijn er drie burgers en vier vertegenwoordigers van de vier persorganisaties die de raad financieren. Die burgers, zonder banden met persorganisaties, worden aangewezen door de Nationale Ombudsman en de voorzitter van de Zweedse organisatie van advocaten. ‘Op dit moment hebben we bijvoorbeeld een universiteitsdocent, een dominee, een arts en een medewerker van een hulporganisatie.’ De raad bestaat uit twee maal acht personen, die elkaar aflossen en daarnaast zijn er invallers, wat het totaal op tweeëndertig personen brengt. De raad is zo samengesteld dat de drie burgers, samen met de voorzitter, net zoveel stemmen hebben als de vertegenwoordigers van de pers. Bij gelijke stemmen, heeft de voorzitter de beslissende stem.

Waar aanvankelijk de Persombudsman afkomstig was uit de juridische wereld, heeft Stenholm een journalistieke achtergrond. ‘Die switch kwam ook ten goede aan de begrijpelijkheid van de uitspraken’, constateert Stenholm. Stenholm was eerder tv-correspondent in Moskou en Washington DC, anchorman en verzorgde een goed beluisterd radioprogramma. Hij vindt zijn journalistieke achtergrond een voordeel. ‘Ik kan begrijpen waarom een krant een bepaalde beslissing neemt. Ook is het soms handig bij mijn bemiddelingspogingen. Hoofdredacteuren kennen me en weten dat ik zelf ook fouten heb gemaakt.’