Dossiers
Uitgangspunten
De Wet openbaarheid van bestuur dateert van 1980 en geeft de burger, en dus
de journalist, iets heel moois. De burger krijgt de gelegenheid
bestuurlijke besluitvormingsprocessen te doorzien. Populair gezegd: je mag
bij de overheid in de keuken kijken. Alle overheidsdocumentatie is in
principe openbaar. Niet alleen schriftelijke stukken, maar ook foto’s,
bandjes of computerbestanden.
Grote voordeel van de WOB is dat je een breekijzer in handen hebt. Je kunt
het vrijgeven van informatie afdwingen. Nadelen zijn er ook. De WOB vergt
tijd, de overheid heeft tal van mogelijkheden tot rekken. De praktijk leert
bovendien dat de overheid niet van pottenkijkers houdt. De WOB kent verder
heel veel uitzonderingsgronden. Het zijn er de laatste jaren zelfs meer
geworden. De openbaarheid staat steeds meer onder druk.
Overheidsorganen
Niet alle overheidsinstellingen vallen onder de WOB. Het gaat volgens de wet zelf
om ministers, en om de bestuursorganen van provincies, gemeenten, waterschappen
en publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie (bijv. een produktschap) En: het gaat ook
om bestuursorganen die onder verantwoordelijkheid van de eerder
de genoemde organen werkzaam zijn. Voorbeeld: het openbaar ministerie (OM)
dat onder de minister van justitie valt. Maar niet de rechterlijke macht, die is
onafhankelijk en geen bestuur.
Tot slot vallen ook alle andere bestuursorganen onder de WOB. Ooit was er
een lijst met instellingen die wel of niet onder de wet vielen, maar die
lijst is er niet meer. Het gaat nu louter om de vraag of je te maken hebt
met een bestuursorgaan en dus om bestuur. In een tijd van privatisering
is dit overigens een lastige. Valt een stichting waarin de overheid
deelneemt onder de WOB? Je moet dan kijken naar de statuten
en naar taken en bevoegdheden. Centrale vraag is daarbij of de
betrokken instelling met enig openbaar gezag is belast.
Actief/passief
De wet regelt twee soorten openbaarheid. Actieve en passieve. Bij de eerste
gaat het om informatieverschaffing uit eigen beweging. De overheid heeft de
plicht eigener beweging informatie over beleid te verschaffen, ‘zodra dat
in het belang is van een goede en democratische bestuursvoering’ (artikel 8
WOB). De praktische betekenis hiervan is zeer beperkt, omdat je als burger,
en dus als journalist, naleving van de bepaling over actieve openbaarheid
niet kunt afdwingen.
Wel dient in het oog te worden gehouden dat artikel 8 van de WOB het
werk van iedere overheidsvoorlichter in Nederland een wettelijke basis geeft.
Actieve openbaarheid is dus niet af te dwingen, maar passieve wel. Bij passieve
informatieverstrekking gaat het om informatie op verzoek. En daar hebben
journalisten het altijd over als ze het over de WOB hebben.
Hergebruik
Als gevolg van Europese regelgeving is in de WOB een ingewikkeld
hoofdstuk beland over hergebruik van overheidsinformatie. Dat is voor de
gemiddelde burger die over een bepaald onderwerp informatie van de overheid
wil, totaal niet interessant. Snel overslaan dus.
