Boeken
Schiphol of: hoe ver mag je gaan?
woensdag 11 maart 2009

S.B.L. Leferink en M. Sessink: Publiek bezit tegen wil en dank? Een onderzoek naar berichtgeving over slachtoffers in de media. Uitgebracht door Slachtofferhulp Nederland. www.slachtofferhulp.nl
Familieleden van het verongelukte toestel van Turkish Airlines werden opgevangen in een sporthal in Badhoevedorp. Journalisten mochten er niet binnen. Toch maakte een verslaggever van het tv-programma Dichtbij Nederland er opnamen. Één echtpaar wilde zijn verhaal wel voor de camera kwijt; andere wachtenden kwamen – gewild of ongewild – eveneens in beeld.
De uitzending schond hun privacy, vonden critici. De families hadden het recht met rust gelaten te worden. Onzin, meende hoofdredacteur Ton F. van Dijk; de verslaggever had zich bekend gemaakt, het echtpaar gaf toestemming en het was journalistiek relevant te laten zien hoe de opvang verliep.
Relevantie is een ontzettend rekbaar begrip, schrijven de onderzoeksters in ‘Publiek bezit tegen wil en dank?’, een uitgave van Slachtofferhulp Nederland. Een paar dagen na de presentatie van hun rapport stortte het vliegtuig bij Schiphol neer, waardoor de discussie hoe ver media mogen gaan, een nieuwe impuls kreeg. Hoe relevant zijn beelden van mensen die in angst en onzekerheid verkeren, en van gewonde passagiers die een landweg af strompelen? Kennen journalisten zoiets als empathie?
De macht ligt bij de media, stellen de onderzoeksters vast. Slachtoffers en nabestaanden zijn afhankelijk van het fatsoen van individuele journalisten en redacties. Wat hen bijzonder steekt, is dat zij ongewild met hun naam in de publiciteit komen en minder privacybescherming krijgen dan verdachten en daders.
Zelf vinden journalisten dat zij heel terughoudend omgaan met slachtoffers en nabestaanden, ‘bedrijfsongevallen’ daargelaten. Inderdaad laat ‘Publiek bezit’ goede ervaringen van slachtoffers met media zien: een respectvolle benadering en aandacht voor hun verhaal. Maar het meldt ook legio schrijnende voorbeelden: van de journalist die door een kier van de gordijnen naar binnen gluurt, geruchten en roddel verzamelt of kinderen op het schoolplein aanspreekt tot de fotograaf die vanuit de tuin van de buren opnamen maakt. ‘Het gebeurt allemaal maar’, aldus een vader die een van internet geplukte foto van zijn twee jaar eerder vermoorde zoon in de krant zag staan.
Er zijn media die met een ‘nee’ van de familie geen genoegen nemen. ‘Je moet toch met iets thuis komen’, aldus een misdaadverslaggever.
Niet alleen slachtoffers en nabestaanden, ook journalisten zelf vinden dat ze zich in de positie van slachtoffers zouden moeten verplaatsen voordat ze hun routineuze keuzes maken. Het is de belangrijkste aanbeveling in het onderzoek.
Slachtofferhulp Nederland hoopt de belangen van slachtoffers beter tussen de oren van mediaprofessionals te krijgen. Ik help het ze hopen. Terecht gelooft de organisatie niet in strengere wetten en sancties. Zelfregulering in de journalistiek beschouwt zij als een wassen neus, hoewel zelfregulering het ook door haar gewenste debat kan bevorderen. Een correctie: anders dat het onderzoek beweert, kan Slachtofferhulp in bepaalde gevallen wel degelijk als klager of belangenbehartiger optreden bij de Raad voor de Journalistiek.
Kees Buijs,
oud-journalist en lid Raad voor de Journalistiek
S.B.L. Leferink en M. Sessink: Publiek bezit tegen wil en dank? Een onderzoek naar berichtgeving over slachtoffers in de media. Uitgebracht door Slachtofferhulp Nederland. www.slachtofferhulp.nl
