Turkije zoekt draagvlak art. 301-wijziging
In reactie op vragen van PVV-kamerlid De Roon verklaart het Ministerie van Buitenlandse Zaken dat Turkije wetgeving die een beperking vormt voor de vrijheid van meningsuiting, moet aanpassen. De Roon had vragen gesteld over de traagheid waarmee Turkije het omtstreden wetsartikel 301 behandelt. Het bewuste artikel stelt het beledigen van de Turkse identiteit strafbaar en is voor sommige Turken aanleiding tot eigenrichting. Zo vond de moordenaar van Hrant Dink dat de journalist met zijn artikelen over de Armeense volkerenmoord 'Turksheid' beledigde. Volgens minister van Buitenlandse Zaken Verhagen is Turkije zich "terdege" bewust van de noodzaak tot aanpassing van artikel 301. Een wijzigingsvoorstel zou gereed zijn, maar de Turkse regering moet daarvoor nog voldoende draagvlak vinden. De eis van De Roon dat Turkije moet worden afgeserveerd als kandidaat-lid voor de Europese Unie, werd niet beantwoord. "Voor het overige verwijzen wij u naar de afspraken die zijn gemaakt in de relevante conclusies van de Europese Raad en het mandaat inzake de toetredingsonderhandelingen met Turkije", aldus het ministerie.


Praat mee
Reageren is niet mogelijk op dit bericht.