Rondetafelgesprek over de Woo: ‘Bestuursorganen moeten lessen van de Toeslagenaffaire niet vergeten’
De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken van de Tweede Kamer organiseert op donderdag 13 februari 2025, van 14.00 tot 17.00 uur, een rondetafelgesprek over de uitvoering van de Wet open overheid (Woo). Woo-werkgroep van de Vereniging van Onderzoeksjournalisten (VVOJ) en Expertisecentrum voor Woo-verzoekers SPOON zijn, net als de NVJ, uitgenodigd en bieden volgens Tim Staal onder meer de volgende oplossingsrichtingen.
Hoewel de Woo pas een kleine drie jaar geleden in werking is getreden, is er veel om ons als verzoekers (journalisten, maatschappelijke organisaties en betrokken burgers) zorgen over te maken. Structurele problemen die onder de Wob bestonden zijn onder de Woo (nog) niet opgelost, en veel van de goede voornemens na het rapport Ongekend Onrecht zijn (nog) niet waargemaakt of zelfs teruggedraaid.
De wettelijke termijnen worden slechter nageleefd dan ooit. Zo werd een vrijwel identiek Woo-verzoek bij het ministerie van Landbouw in 2011/2012 in 4 maanden (493 documenten) afgehandeld, in 2020/2023 duurde hetzelfde proces (605 documenten) drie jaar. Dit terwijl het aantal Woo-verzoeken in Nederland vanuit Europees perspectief nog altijd zeer laag is. De stap naar de rechter voor het afdwingen van tijdige openbaarmaking is nauwelijks meer een effectief middel te noemen. Het is zo ernstig gesteld, dat journalisten zelfs geen kleine Woo-verzoeken meer doen (enkele tientallen pagina’s) als de informatie niet over minstens drie maanden nog steeds actueel is.
Lees ook: Rondetafelgesprek over de WOO: ‘Probleem zit niet bij de ambtenaren, maar bij de systemen’
Woo Witboek
Bestuursorganen maken veel te weinig gebruik van de mogelijkheden in de wet en de praktijk om in overleg met verzoekers de werklast te beperken en de snelheid te vergroten. Overleg voorkomt dat een zaak bij de rechter belandt, en als een van beide partijen niet wil overleggen, dan is de rechter daar ook streng op. Als het al gebeurt, komt zulk overleg pas ruim na verstrijken van de wettelijke termijnen tot stand. Als onderzoeksjournalisten hebben we deze en andere ‘best practices’ opgeschreven in een onlangs gepubliceerd Woo Witboek.
Integendeel, ongeveer direct na de inwerkingtreding van de Woo begonnen hoge ambtelijke gremia op Rijks- en decentraal niveau al te lobbyen voor inperking van het recht op openbaarmaking als enige denkbare oplossing voor de vermeende hoge werklast. Het is voorbarig en onjuist om voor een inperking van de wet te pleiten zonder voortvarend aan de slag te gaan met de problemen zoals die onder de Wet openbaarheid van bestuur al bestonden. Zo maken bestuursorganen te weinig gebruik van de handvatten die de Woo (zoals art. 4.2a, prioritering/deelbesluiten en art. 5.7, vertrouwelijke voorinzage) biedt om snel en pragmatisch verzoeken af te handelen.
Toeslagenaffaire
De lessen van de Toeslagenaffaire lijken vergeten. Een bepaling die in de wet werd opgenomen (art 5.2.3 Woo) om te voorkomen dat de samenleving niet zou kunnen controleren welke adviezen bestuurders hebben ontvangen – met als reden: het beruchte Memo Palmen – wordt zo restrictief mogelijk uitgelegd. Volgens ministeries zou alleen de allerlaatste beslisnota ‘in de tas van de minister’ hieronder vallen. Een nieuwe weigergrond art. 5.1.2.i - het goed functioneren van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen, de zogenaamde ‘i-grond’, - wordt juist te pas en te onpas gebruikt als duizenddingendoekje.
Vaak wordt niet eens de moeite genomen om andere, specifiekere weigergronden in te roepen, de i-grond wordt overal als een deken overheen gelegd. Het heilige geloof op ministeries dat ambtenaren slechter adviseren als hun adviezen (geanonimiseerd) openbaar worden is springlevend.
De afgelopen tijd wordt steeds duidelijker dat de vertraging in de afhandeling lang niet alleen in de fase van zoeken en lakken zit. Daarna gaan teamleiders, directiehoofden, communicatieafdelingen, belanghebbenden van buiten de overheid en topambtenaren, doorgaans tot aan de minister toe, nog eindeloos heen- en weren over alle mogelijke (politieke) risico’s. Niet zelden neemt alleen al deze fase vele maanden in beslag. Met dit ‘consensusmodel’ – op geen enkele manier voorgeschreven in de wet - zal het nooit mogelijk worden Woo-verzoeken – hoe klein ook – binnen de wettelijke termijn af te doen.
Dit consensusmodel maakt het Woo-proces bovendien tot een politiek besluitvormingsproces. Dat werkt niet alleen enorm vertragend en daarmee ondermijnend, maar raakt aan het fundament van het recht op overheidsinformatie, waarbij politieke belangen - in de brede zin des woords - geen rol dienen te spelen. Als een Woo-besluit de politieke ‘lijn’ door moet, is er altijd een risico dat politieke afwegingen de beoordeling in sluipen. Zo bleek uit onlangs vrijgegeven documenten dat de senior communicatieadviseur van de gemeente Staphorst zich intensief bemoeide met het lakken van informatie uit Woo-documenten naar de rellen rondom de demonstratie van KOZP daar.9 En minister van LVVN Femke Wiersma draaide medio januari na lobby van boerenbelangenorganisties hoogstpersoonlijk op het allerlaatste moment een besluit van haar ministerie over milieu-emissies van boeren terug.
Naast deze kritiek op passieve openbaarmaking komt ook de actieve openbaarmaking veel te langzaam en te beperkt van de grond. De huidige actieve openbaarmaking is in feite allemaal achterstallig onderhoud. Het betreft informatiecategoriëen die veelal allang openbare informatie waren, zoals beleidsregels, convenanten en vergunningen. Bovendien ziet het er nu naar uit dat A-organen op zijn vroegst eind 2026 en B-organen niet eerder dan 2029 aan deze verplichtingen gaan voldoen.
Oplossingsrichtingen
1. Neem in een AmvB op basis van artikel 8.7 van de Woo op dat Woo-besluiten door een onafhankelijke Woo-afdeling dienen te worden genomen, waarbij beleidsafdelingen en bestuurders alleen geconsulteerd worden en/of een kennisgeving ontvangen, om het Woo-proces te depolitiseren en als bijkomend voordeel te versimpelen en te versnellen.
2. Draag bestuursorganen op om gebruik te maken van alle best practices die mogelijk zijn binnen de huidige wettelijke kaders om in overleg te treden met Woo-verzoekers zodat onduidelijkheden en vertragende elementen meteen benoemd en besproken kunnen worden, in lijn met de door ACOI ontwikkelde richtsnoeren en het Woo Witboek. Dit vraagt ook van de verzoeker dat die zich meewerkend opstelt, zoals de wet ook vereist.
3. Roep bestuursorganen op de lessen van de Toeslagenaffaire niet te vergeten en de Woo in die geest uit te voeren.
4. Bezuinig niet op Woo-ambtenaren. Als er één groep de werklast van Woo-verzoeken kan verminderen dan zijn het ervaren Woo-specialisten en -juristen die waardering krijgen voor hun werk en autonoom mogen opereren.
5. Begin richting de wetsevaluatie weer serieus na te denken over een gedeeltelijk documentenregister voor formele interne documenten en voor externe correspondentie.


Praat mee