— vrijdag 16 januari 2026 07:00 | 0 reacties , praat mee

‘Laat journalisten geen doelwit worden van dit wetsvoorstel’

‘Laat journalisten geen doelwit worden van dit wetsvoorstel’
Freelance journalist Ariane Lavrilleux werd vervolgd nadat zij onderzoek deed naar Egyptische autoriteiten die Franse inlichtingen hadden gebruikt om smokkelaars op de Egyptisch-Libische grens willekeurig te bombarderen en doden. Omdat ze weigerde haar bronnen te onthullen werd ze voorgeleid in een gespecialiseerde antiterreur rechtbank en riskeerde ze tot vijf jaar gevangenisstraf. - © AFP / Anna Kurth

Afgelopen woensdag organiseerde de Coalitie van het Vrije Woord in Nieuwspoort de paneldiscussie 'Vrije pers gecriminaliseerd?' Onderwerp was een wetsvoorstel dat verheerlijking van terrorisme strafbaar stelt, maar potentieel grote gevolgen kan hebben voor journalisten en publicisten. Het wetsvoorstel wordt op dit moment door de Raad van State bekeken en moet nog door de Eerste en Tweede Kamer. Maar de journalistiek is gewaarschuwd, betoogde Benthe Priester van Free Press Unlimited in haar voordracht die Villamedia mag publiceren. Laatste wijziging: 17 januari 2026, 10:09

Stel je het volgende voor.

Je bent een van de bekendste schrijvers van Europa. Je boeken worden wereldwijd gelezen, verfilmd en bekroond. Je meest populaire boek is meer dan 6 miljoen keer verkocht en vertaald in meer dan 47 talen. Door het tijdschrift Time werd je een van de 100 meest invloedrijke mensen ter wereld genoemd. De BBC maakt succesvolle televisieseries van je werk en betaalt je daar royalty’s voor.

En dan kun je niet meer het Verenigd Koninkrijk binnenkomen om een van die awards op te halen, omdat er een reëel risico is dat je wordt opgepakt vanwege het steunen van een terroristische organisatie.

Niet omdat je daadwerkelijk geweld hebt gebruikt. Of omdat je hebt opgeroepen tot aanslagen. Maar omdat je publiekelijk hebt gezegd dat je de opbrengsten van je werk wilt gebruiken om een pro-Palestijnse actiegroep te steunen, Palestine-Action.

Omdat de BBC je werk heeft verfilmd en je royalty’s betaalt, zou misschien ook de Britse publieke omroep strafrechtelijk aansprakelijk kunnen zijn. Met andere woorden: een nationale omroep die literaire adaptaties uitzendt, kan juridisch in de problemen komen vanwege wat jij als auteur met je inkomsten zegt te willen doen.

Dit is niet een fictief verhaal. Dit is het verhaal van prijswinnend auteur Sally Rooney.

En dit verhaal staat niet op zichzelf. Dit is namelijk niet de enige keer dat mensen die zich in het publieke debat mengen, zoals ook journalisten, last hebben van wetgeving om terrorisme tegen te gaan.

Wereldwijd zien we dat journalisten steeds vaker onder druk staan door hun werk. Niet alleen met fysiek geweld of bedreigingen. Maar steeds vaker worden wetten gebruikt om journalisten het werk moeilijk te maken, om kritische stemmen te intimideren of hen te vervolgen.

Bij Free Press Unlimited zien wij dit ook heel concreet terug in ons eigen werk. Via ons noodfonds, Reporters Respond, bieden wij noodhulp aan journalisten wereldwijd die vanwege hun werk in gevaar komen.

Vaak gaat het om fysieke bescherming - denk aan persvesten voor journalisten die in Oekraïne verslag doen van de oorlog. Maar vaak gaat het ook om juridische hulp.

Sinds 2021 hebben we al meer dan 700 journalisten gesteund met juridische hulp. Journalisten die worden aangeklaagd, verhoord, vastgezet. Niet omdat ze geweld gebruiken, maar omdat ze verslag doen. En opvallend vaak wordt daarbij gebruikgemaakt van wetgeving die bedoeld is om bij te dragen aan nationale veiligheid of om terrorisme tegen te gaan.

Dit soort wetgeving klinkt op het eerste gezicht helemaal niet problematisch. Terrorisme - daar is toch iedereen op tegen? Nationale veiligheid - dat willen we toch allemaal?

Maar juist daarin schuilt het gevaar.

Dit soort begrippen zijn uiterst gevoelig voor politieke willekeur en discriminatie. De Verenigde Naties en andere vooraanstaande mensenrechten instanties wijzen daarbij nadrukkelijk op de risico’s voor persvrijheid.

Omdat juist journalisten vaak als eersten het doelwit worden van dit soort wetten. Wetgeving die vaag is, of heel breed geformuleerd, wordt keer op keer misbruikt om kritische stemmen de mond te snoeren. Onder het mom “tegengaan terrorisme” kan je van alles verbieden.

Vandaag spreken we onder andere over een wetsvoorstel dat het verheerlijken van terrorisme strafbaar wil stellen. Hier, in Nederland.

Na twee mislukte pogingen, in 2005 door toenmalig minister van Justitie Piet-Hein Donner en in 2016 door Mona Keijzer, is nu het demissionaire kabinet met een nieuw voorstel gekomen.

En tot onze grote verbazing rept dit wetsvoorstel met geen woord over de bescherming van journalisten en persvrijheid. Terwijl er dus juist internationale consensus is dat die vaak onder druk komt te staan bij dit soort wetgeving.

Nu hoor ik sommigen van u misschien denken: Maar zo’n vaart zal het hier toch niet lopen? Nederland is een democratische rechtsstaat. Deze rechten zijn hier goed verankerd.

Misschien denkt u aan een land zoals Turkije, waar veel journalisten worden vervolgd en opgesloten, ook met dit soort wetgeving.

Maar dit is geen hypothetisch scenario.

Dit gebeurt ook in landen die in veel opzichten op Nederland lijken.

Laat me twee voorbeelden noemen.

Neem Frankrijk. Daar werd freelance journalist Ariane Lavrilleux vervolgd nadat zij onderzoek deed naar Egyptische autoriteiten die Franse inlichtingen hadden gebruikt om smokkelaars op de Egyptisch-Libische grens willekeurig te bombarderen en doden. Omdat ze weigerde haar bronnen te onthullen werd ze voorgeleid in een gespecialiseerde antiterreur rechtbank en riskeerde ze tot vijf jaar gevangenisstraf.

Of Spanje. In 2015 verruimde Spanje het artikel van het strafrecht waarin de verheerlijking van terrorisme strafbaar wordt gesteld. De nieuwe definitie is zo breed dat de wet inmiddels is gebruikt tegen journalisten, advocaten, muzikanten en dichters.

Deze voorbeelden laten zien: dit is geen ver-van-ons-bed-show. Met het nieuwe wetsvoorstel verheerlijking terrorisme zou dit de realiteit kunnen worden in Nederland.

Laat me nu even inzoomen op het Nederlandse wetsvoorstel.

De brede formulering van het Nederlandse wetsvoorstel dreigt handelingen die behoren tot normale journalistieke werkzaamheden de facto strafbaar te stellen. Denk aan het afdrukken van een foto van een vlag van een terroristische organisatie. Of het interviewen van iemand over terroristische aanslagen of organisaties.

In tegenstelling tot eerdere voorstellen, u weet wel, die van Donner in 2005 en die van Mona Keijzer in 2016, vereist deze wet geen terroristisch of gewelddadig oogmerk.

Met andere woorden: het maakt niet uit of je iets zegt of deelt in je professionele hoedanigheid als journalist, onderzoeker of wetenschapper. Je bent net zo goed strafbaar.

Zorgwekkend is dat vervolging al mogelijk wordt bij het verspreiden van een leus, uitspraak of symbool met een indirecte link met terroristische misdrijven.

Dat is extra wrang, omdat het juist in het algemeen belang is dat journalisten vrij verslag kunnen doen van precies de onderwerpen waar deze wet over gaat: radicalisering, extremisme, en de verspreiding van terroristische boodschappen.

En dan komen we bij een fundamentele vraag: wat zien we als terrorisme?

Het publieke debat laat zien hoe uiteenlopend die opvattingen zijn. In vier Europese landen worden klimaatactivisten inmiddels ‘eco terroristen’ genoemd.

Ook hier in Nederland lopen de definities sterk uiteen. Zo kwalificeerde VVD-fractievoorzitter Dilan Yeşilgöz het delen van een watermeloen-emoji als steunbetuiging aan Hamas. En noemde Geert Wilders de 500.000 deelnemers aan het Rode Lijn-protest ‘voor Hamas’.

Deze voorbeelden laten zien hoe politiek en tijdsgebonden het begrip ‘terrorisme’ kan zijn.

Het kan daarmee uiteindelijk leiden tot de criminalisering van tegenspraak en het vervolgen van journalisten, activisten en andere critici.

En waar Mona Keijzer bij haar wetsvoorstel nog expliciet schreef dat journalisten natuurlijk een uitzonderingspositie hebben, ontbreekt in het huidige voorstel iedere verwijzing naar bescherming van de pers, de wetenschap en andere pijlers van het vrije woord.

Maar misschien wel de belangrijkste vraag is: hebben we deze wet überhaupt nodig?

Aan zorgvuldige onderbouwing van de “uiterst dringende noodzaak” van dit wetsvoorstel ontbreekt het. En dit was ook in 2016 al een van de kritiekpunten van de Raad van State.

Deze vragen zijn urgent, want helaas staat dit wetsvoorstel niet op zichzelf.

Op verschillende plekken wordt er getornd aan de checks and balances in ons democratisch stelsel.

Politici trekken de onafhankelijkheid en integriteit van de journalistieke media in twijfel. Er wordt gesproken over het inperken van de Wet open overheid. De bezuinigingen op de publieke omroep.

We zien politieke aanvallen op de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht - “D66 rechters”. Tegelijkertijd wordt eigen tegenspraak moeilijk gemaakt - mogen Nederlandse organisaties voor het publieke belang eigenlijk wel de Nederlandse staat voor de rechter dagen om ze aan zelfgemaakte afspraken te houden? En er klinkt toenemende kritiek op het demonstratierecht - en vooral het recht om anoniem te demonstreren, een recht dat juist bedoeld is om burgers te beschermen tegen repercussies.

Stuk voor stuk maatregelen en voorstellen die het maatschappelijke debat niet versterken, maar juist bemoeilijken. Samen maken ze het moeilijker om je uit te spreken, om macht te bevragen, en om gehoord te worden. Terwijl kritisch tegengeluid geen last is, maar een voorwaarde voor een goed functionerende democratie.

In een periode waarin wordt nagedacht over de koers van een volgend kabinet, is het belangrijk om scherp te hebben wat dit soort keuzes betekenen voor persvrijheid en het vrije woord.

Bekijk meer van

Free Press Unlimited
NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee