Opinie Frits van Exter: Wijers en de waarde van het nieuws
Redacties wringen zich in bochten om nader tot het publiek te komen. De zaak-Wijers doet vermoeden dat journalisten nog een lange weg hebben te gaan, stelt Frits van Exter, voorzitter van de Raad voor de Journalistiek en van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek in een opinie. Zo lijken opvattingen over nieuwswaarde ver uiteen te liggen.
Het is al tijden een brandende kwestie: het vertrouwen en de interesse in wat journalisten nieuws noemen, dalen gestaag. In zijn laatste publicatie waarschuwt het Commissariaat voor de Media dat de betekenis van de journalist als nieuwsbron nog sneller afneemt door toepassingen van kunstmatige intelligentie.
Het spreekt vanzelf dat veel redacties koortsachtig zoeken naar manieren om dit tij te keren. Korter nieuws of juist langer? Meer AI of minder? Positiever nieuws? Dichterbij nieuws? Menselijker? Kritischer of opbouwender? Meer relletjes of juist minder? Transparanter? Ook maar aan de podcast, of toch beter video?
In Utrecht presenteerden vrijdag 28 november acht teams de resultaten van hun zoektocht naar het antwoord op de vraag hoe je het publiek beter bij de journalistiek betrekt. Het was de afsluiting van een project van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek (ik ben voorzitter van zijn bestuur). Zij concludeerden dat je de vraag moet omdraaien: Hoe betrek je de journalistiek bij het publiek? In hun ogen schort het vooral aan vaardigheid bij journalisten om te luisteren. Zij kwamen met creatieve oplossingen om dat te verbeteren.
De zaak-Wijers laat zien hoe verschillend journalisten en lezers kunnen denken over hetgeen hen zou moeten verbinden: het nieuws. NRC ontving naar eigen zeggen ‘honderden reacties’ op de berichtgeving over de vermeende uitspraken van D66-coryfee Hans Wijers over VVD-leider Dilan Yesilgöz op een bijeenkomst (‘leugenaar’) en in een privé-app (‘die feeks’).
Op 17 november publiceert NRC een selectie. De meeste reacties zijn negatief. Lezer Bram de Deugd verwoordt het ongenoegen van velen: ‘Resultaat van deze berichtgeving: een scoop voor NRC zonder echte nieuwswaarde en, nog veel belangrijker, de (in)formatie loopt vertraging op. Ik merk dat ik er boos van word, want op deze manier kun je elke samenwerking saboteren. En daar zitten we op dit moment juist niet op te wachten.’
Op dat moment staat het waarheidsgehalte nog niet echt ter discussie en van een rectificatie is nog helemaal geen sprake. Het gaat vooral om de vraag of het nieuws is dat de krant moet brengen. De Telegraaf had het overigens ook gemeld, maar hoe dat bij zijn lezers is gevallen is lastiger te achterhalen.
In een eerste reactie schrijft de hoofdredacteur van NRC dat publicatie gerechtvaardigd is. ‘Wijers is een publiek figuur. Dat betekent dat hij moet aanvaarden dat zijn uitlatingen sneller onder een vergrootglas komen te liggen. Wijers had een belangrijke publieke taak als informateur. Zijn opvattingen en uitlatingen daarover zijn dan zeer relevant.’
De ombudsman van de krant sluit zich daar enkele dagen later bij aan. Er was van alles misgegaan op de redactie, maar ‘het nieuwsfeit was zeker relevant’. Volgens hem was immers gebleken dat Wijers ‘betrokken was bij een initiatief voor politieke beïnvloeding door ondernemers’. Dat klinkt bijna als de onthulling van een samenzwering, maar dat was niet echt het onderwerp van de publicatie: het ging om hetgeen de informateur over Yesilgöz zou hebben gezegd toen hij nog geen informateur was.
Het is vrijwel alom vanzelfsprekend nieuws van betekenis. Op de persconferentie van de informateurs Buma en Wijers gaan 72 van de 92 gestelde vragen over de affaire. Een vraag van een journalist: ‘U heeft dat vertrouwen nu geschaad. En mijn vraag aan u is dus, hoe gaat u dat vertrouwen terugwinnen? En heeft u eigenlijk ook wel genoeg vertrouwen om hier überhaupt aan te beginnen? En ik verbaas me er een beetje over dat u daar niet aan twijfelt.’
Kritische journalistiek of hang naar ophef en vertier? Op dat moment had Wijers al zijn excuses aangeboden. Hij kon zich niet echt herinneren dat hij Yesilgöz voor leugenaar had uitgemaakt, maar als NRC zegt dat veertien bronnen het hebben gehoord en er ook een video is…
De NRC-ombudsman bestrijdt ook de mening van lezers dat, als het al nieuws was, de krant niet had moeten publiceren omdat het schadelijk zou kunnen zijn voor de formatie. ‘Dat vind ik een verkeerde taakopvatting van journalistiek. Want wat is wel en niet constructief?’
Hier is de kloof. Wat voor de journalist vanzelfsprekend is – het is nieuws en dat moeten we publiceren – is dat tenminste voor een deel van de lezers niet. Velen vinden dat Wijers zich niet zo moet uitlaten, maar zij maken een andere afweging van belangen: het gaat niet om het persoonlijke tegenover het publieke belang, maar om de vraag of het publieke belang gediend is bij openbaring van dit nieuws. Die vraag kan haaks staan op de journalistieke taakopvatting of het journalistieke instinct, maar verdient wel een beter antwoord dan dat het nu eenmaal zo is dat nieuws in de krant moet ongeacht de gevolgen.
Ongenoegen over de ‘destructieve’ aard van de journalistiek is van alle tijden. En de roep om constructievere journalistiek roept weerzin op bij degenen die menen dat zij in de eerste plaats de macht moeten bevragen. Maar als media zich zorgen maken om de groeiende afstand tot het publiek, zouden zij er goed aan doen te investeren in een echt gesprek over de verschillende opvattingen over de taak van de journalist en de vraag of ‘constructief’ een bruikbaar criterium is. Daarbij gaat het niet alleen om de vraag wat nieuws is, maar ook wat het waard moet zijn.
Overigens betekent luisteren dat je de oren spitst, niet dat je ze laat hangen.
Frits van Exter is voorzitter van de Raad voor de Journalistiek en van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek.


Praat mee