— woensdag 14 januari 2026 13:30 | 0 reacties , praat mee

Opinie Frits van Exter: journalisten moeten wél praten over anonieme bronnen

Opinie Frits van Exter: journalisten moeten wél praten over anonieme bronnen
Frits van Exter, voorzitter van de Raad voor de Journalistiek. - © Duco de Vries

De directeur van het Fotomuseum moet zich verweren tegen anonieme kritiek in de Volkskrant. Maar de journalist moet zijn bronnen beschermen. Is die tegenstelling te overbruggen? Dat bespreekt Frits van Exter, voorzitter van de Raad voor de Journalistiek en van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek, in een opinie. Laatste wijziging: 15 januari 2026, 11:53

“Goed wat wil je doen? Je filmt alles.” De Amerikaanse journalist Seymour M. Hersh (88) lijkt waakzaam. Hij heeft twintig jaar lang de boot afgehouden, maar nu werkt hij mee aan de Netflix-documentaire Cover-Up van Laura Poitras. Hij zit achter zijn bureau in een werkkamer bezaaid met papier, dossiermappen, kartonnen dozen, boeken. Het is de weerslag van meer dan vijf decennia journalistieke onthullingen over machtsmisbruik.

“Wij zouden graag over bronnen willen praten”, zegt Poitras. Hersh: “Laten we het zo zeggen: Jij wilt over bronnen praten. En ik praat daar liever niet over.”

Het is overwegend een bewonderend portret, maar ook een fascinerend verslag van het touwtrekken tussen Hersh en de makers, die willen weten hoe hij aan zijn informatie komt. Hij dreigt zelfs te stoppen als zij in zijn ogen te dichtbij zijn bronnen komen.

Hersh is geprezen om zijn onthullingen over massamoorden in de Vietnamese oorlog, het bespioneren van Amerikaanse burgers door de CIA, de martelingen in de Abu-Ghraib gevangenis en veel meer. Maar hij is later ook bekritiseerd om zijn artikelen waarin hij de Amerikaanse lezing over de dood van Osama bin Laden in twijfel trekt, het lijkt op te nemen voor het Syrische bewind van Assad en stelt dat het Witte Huis bevel heeft gegeven voor het saboteren van de gas-pijplijn Nord Stream in 2022.

Zijn afhankelijkheid van soms een enkele anonieme bron, ergens in het leger of de inlichtingendiensten, maakt hem kwetsbaar. Eén bron is geen bron, luidt immers de journalistieke gemeenplaats. Hersh erkent de kritiek, maar hij zegt dat degenen die hem vaak al vele jaren informatie hebben gegeven, zijn vertrouwen nooit hebben beschaamd.

Open over bronnen
Over het gebruik van anonieme bronnen bestaat een verschil tussen theorie en praktijk dat voor het publiek en misschien ook voor journalisten verwarrend kan zijn. Volgens de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek en zowat alle journalistieke codes dient de journalist open te zijn over zijn bronnen. Tegelijkertijd zijn anonieme bronnen soms onmisbaar en verwacht de Leidraad ook dat journalisten hun identiteit beschermen.

Openheid is goed omdat het de berichtgeving controleerbaarder maakt, anonimiteit is goed omdat het de journalistiek beter in staat stelt misstanden te onthullen. Rest de vraag hoe je deze tegenstelling kunt overbruggen. Als openheid de regel is, wanneer is de uitzondering daarop gerechtvaardigd?

Het maatschappelijk belang is een factor, maar niet doorslaggevend. Het helpt als de journalist informatie geeft over kwaliteit en kwantiteit van de bronnen, zoveel als mogelijk is zonder hun anonimiteit in gevaar te brengen. De journalist moet duidelijk maken waarom zij anoniem willen zijn maar ook welk belang zij eventueel bij publicatie hebben. Het scheelt veel als er ‘steunbewijs’ is: documenten en andere niet-anonieme bronnen. En het wederhoor moet geen verplicht nummer zijn, maar een wezenlijk onderdeel van de berichtgeving. De belangen, die eventueel door publicatie geschaad worden, moeten meewegen.

Hersh en andere journalisten praten liever niet over anonieme bronnen, maar dat zouden zij wel moeten doen (zonder hun anonimiteit in gevaar te brengen). Openheid over de werkwijze is van belang voor wie het vertrouwen van het publiek wil. Het komt erop neer dat je zo controleerbaar mogelijk bent – altijd een deugd, maar zeker in tijden waarin de journalist zich moet onderscheiden van zoveel verspreiders van des-informatie.

Het komt allemaal aan bod bij de Raad tijdens de behandeling van een klacht van Birgit Donker tegen de Volkskrant. Zij verloor haar baan als directeur van het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam na publicaties (26 juni en 1 juli 2025) over haar functioneren. Op de zitting zegt de voormalig hoofdredacteur van NRC (2006-2010) te weten ‘hoe belangrijk bronbescherming is, maar anonimiteit mag nooit de basis zijn voor ernstige beschuldigingen.’ Zij noemt zich slachtoffer van karaktermoord.

De beschuldigingen zijn ernstig. Donker wordt verantwoordelijk gehouden voor een ‘giftige werkomgeving’, een ‘angstcultuur’, een ‘schrikbewind’ en een ‘onveilige werksfeer’. In zeven jaar tijd zou zij het museum naar de rand van de afgrond hebben geduwd. Een citaat: ‘Veelgehoord is de kritiek dat de directeur zichzelf te veel op de voorgrond plaatst. Sommigen typeren haar zelfs als narcistisch.’

De Volkskrant-journalist schrijft dat hij zich baseert op gesprekken met zestien mensen “die bij het museum zijn betrokken”. En: “Bijna al deze bronnen wilden anoniem blijven omdat ze negatieve gevolgen vrezen voor hun loopbaan.” Hij meldt ook dat ‘hun verhalen worden bevestigd door schriftelijke stukken en door andere personen die dicht bij het museum staan’.

In de toelichting op haar klacht zegt Donker dat onduidelijk is wat de relatie is van de bronnen tot het museum, dat de onderbouwing ontbreekt en dat de drie bronnen die wel met naam en toenaam aan bod komen, een conflict met haar hebben. Zij verwijt de Volkskrant dat zij haar weerlegging van de schaarse feitelijke beweringen over ziekteverzuim, personeelsverloop en bezoekersaantallen hebben weggemoffeld als haar mening. En hoe had zich zij moeten verweren tegen de anonieme aantijgingen? Wat zeg je als iemand je een ‘narcist’ noemt?

Wie meer details wil, lees de conclusie van de Raad (2025/35). Samengevat is er volgens de Raad sprake van een publiek belang (het Fotomuseum ontvangt overheidssubsidies voor zijn publieke taak), de Volkskrant heeft langdurig en grondig onderzoek gedaan, de artikelen berusten op meer dan anonieme bronnen, er is voldoende rekening gehouden met de persoonlijke belangen van Donker, er is voldoende ruimte gegeven voor het wederhoor en er worden ook goede dingen over de directeur gezegd.

Deels gegrond
Maar de klacht is deels gegrond. De diskwalificaties aan het adres van Donker zijn tendentieus omdat die ‘zwaar leunen’ op anonieme bronnen waarvoor onvoldoende verantwoording is afgelegd. Dat zij zouden vrezen voor hun loopbaan is een te vage rechtvaardiging, als je verder niets weet van de bronnen. Donker zegt dat de Volkskrant-redacteur haar heeft bevestigd dat één ‘anonieme’ bron haar voorganger is – hij is al lang met pensioen.

De redacteur wil op de zitting ook liever niet praten over zijn bronnen, maar zegt wel dat er mensen bij waren die niet (meer) bij het museum werken. De Raad vindt dat de krant dan duidelijker had moeten maken waarom deze bronnen ook goede redenen hebben anoniem te zijn: “... gezien ook de zwaarte van de diskwalificaties, kon niet worden volstaan met een dergelijke summiere verantwoording”. Bovendien wordt niet duidelijk waarop die beschuldigingen concreet zijn gebaseerd. Het ‘steunbewijs’ biedt daarbij onvoldoende houvast.

De Raad wil niet uitsluiten dat geheimhouding nodig kan zijn om misstanden aan de kaak te stellen. “Maar ook als een journalist terecht zijn bronnen beschermt en deze vertrouwelijk behandelt, dient hij in zijn berichtgeving voldoende inzicht te geven in het beschikbare bronnenmateriaal. Dat is hier niet gebeurd. Dit maakt het voor klaagster ook moeilijk zich te verweren.”

Op 19 december plaatst de Volkskrant een bericht over de uitspraak van de Raad (de tekst is online toegevoegd aan het gearchiveerde artikel van 1 juli). Daarin staat ook een reactie: “De hoofdredactie onderschrijft dat de verantwoording uitgebreider had gemoeten en voegt daarom op dit punt graag het volgende toe: Deze bronnen willen anoniem blijven omdat zij vrezen voor de negatieve gevolgen voor hun loopbaan en een zogeheten ‘klokkenluidersstigma’ (angst voor sociale uitsluiting, omdat iemand die zijn mond open doet wordt gezien als ‘verklikker’). Het wereldje van fotomusea in Nederland is heel klein; iedereen kent elkaar. Het beschrijven van bepaalde kenmerken van een bron of situaties die een bron heeft meegemaakt, zijn meteen herleidbaar. De hoofdredactie kent de identiteit van de bronnen en heeft bij elke bron afgewogen of anonimiteit gerechtvaardigd is.”

Bij de Raad voor de Journalistiek zijn we het niet gewend dat hoofdredacties openlijk instemmen met een (gedeeltelijke) ‘veroordeling’. Vaak blijft het stil, soms horen we dat we er niets van hebben begrepen, maar zelden luidt de reactie: ja, dat is terecht. Als dat dan een keer gebeurt, mag je misschien niet mopperen.

Maar ‘klokkenluidersstigma’ is een nieuw criterium en de krant maakt niet duidelijk waarom zijn bronnen daar terecht een beroep op zouden doen. Het probleem blijft dat de redacteur niet verder komt dan dat hij zich mede baseert op zestien anonieme bronnen ‘die bij het museum zijn betrokken’. De hoofdredactie kent hun namen en heeft het allemaal afgewogen, maar de lezer en de directeur blijven in het ongewisse.

Bovendien zijn de diskwalificaties aan het adres van Donker vooral gebaseerd op anonieme bronnen. De feitelijke onderbouwing daarvan is onvoldoende. Waaruit blijkt het ‘schrikbewind’ of de ‘giftige werksfeer’? Wat is er concreet voorgevallen?

De hoofdredactie stelt dat het niet mogelijk was om meer bijzonderheden te vermelden, uit angst voor herleidbaarheid. Dat is voorstelbaar, maar dat betekent nog niet dat publicatie in deze vorm onvermijdelijk is. 

Frits van Exter is voorzitter van de Raad voor de Journalistiek en van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek.

Bekijk meer van

Frits van Exter
NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee