Onderzoeksjournalist Jos Slats (1959-2021) overleden
Zondag 19 december overleed in Spanje oud-onderzoeksjournalist Jos Slats (62). Lex Runderkamp, studiegenoot en vriend schreef een in memoriam. ‘Jos geloofde dat de journalistiek de samenleving kan fatsoeneren door bloot te leggen wat er niet deugt of fout gaat.’
‘Het is vreemd dat ik precies weet waar mijn bewuste leven is begonnen, maar het is nog vreemder nooit te zullen weten waar het ophoudt’, is de eerste zin die Jos Slats mij ooit schreef. We waren als eerstejaarsstudenten (1978) aan de School voor de Journalistiek in Utrecht op een grote kamer gaan samenwonen, alhoewel we elkaar helemaal niet kenden. We schreven elkaar elke dag een anekdote uit ons verleden, ‘de associatieven’ noemden we die. Zijn bewuste leven was begonnen als 2-jarige, schreef hij. Bij de geboorte van zijn zus. Maar uiteindelijk is hij er in december 2021 toch achter gekomen waar zijn leven zou ophouden: in een Spaans ziekenhuis, omgeven door zijn naaste familieleden.
Jos, in 2008 getroffen door leukemie, woonde sinds 2020 in Spanje, waar hij zijn reservetijd - zoals hij het zelf noemde - vulde met vrienden, liefde en geluk. Jos en ik waren van plan geweest om de ‘Woodward en Bernstein’ van Nederland te worden. Hij kwam in 1985 naar Vrij Nederland, waar ik toen al een tijd werkte, maar ons voornemen ging de mist in omdat ik al snel overstapte naar de televisie. Jos maakte daarna furore bij VN met Marjan Husken en schreef heerlijke onthullingen over de IRT-affaire, XTC-handel, deals van criminelen met Justitie, over pogingen van de VS en Nederland om van Bouterse af te komen, over de IRA in Nederland.
Jos stapte in 2001 ook over naar de televisie en ging werken voor Reporter (KRO). Daar onthulde hij met Bart Nijpels verhalen over het ondergrondse verzet Gladio dat zich voorbereid had op een invasie van de Russen. Maar de wapenvoorraden waren, bleek, ook in handen gevallen van criminelen. Over de JSF straaljager waarvoor Nederland veel te veel betaalde. Over de infiltratie door de inlichtingendienst van de Hofstadgroep, waarvan hij meerdere leden leerde kennen, en ook bezocht in de gevangenis. Je moet langs de deuren gaan, hadden we geleerd uit ‘All the President’s Men’.
Jos geloofde dat de journalistiek de samenleving kan fatsoeneren door bloot te leggen wat er niet deugt of fout gaat. Vooral de overheid moet voortdurend lessen trekken uit wat de journalistiek onthult, was zijn overtuiging.
Hij bestudeerde bijvoorbeeld jaren het dossier van de Pakistaanse atoomgeleerde Abdul Qadeer Khan, die in Nederland spioneerde en informatie doorsluisde naar Pakistan. De Nederlandse staat liet Khan zijn gang gaan en daardoor is ons land medeverantwoordelijk voor het lekken van wetenschappelijke informatie over atoomwapens aan Noord-Korea en Iran. Dat soort grote verhalen maakte hij. Ook over de geheimgehouden aanwezigheid van Amerikaanse atoomwapens op vliegveld Volkel in Nederland; wat Nederland een doelwit maakt bij een eventueel conflict met Rusland.
Maar met zijn onstuitbare gevoel voor humor, dook hij net zo lief in het ontstaan van het drugsgedoogbeleid en maakte hij een portret van de groep undercoveragenten die in 1970 zo ‘stoned als een garnaal’ bij het popfestival in het Kralingse Bos rondhingen. ‘Undercover werd gewoon mee geblowd, durft een van de agenten nu te vertellen – zijn ambtsmisdrijf is ruimschoots verjaard.’
Jos was een meester in het verkrijgen van vertrouwelijke dossiers. In de jaren 90 trouwde hij met een staflid van de commissie-Van Traa, Louise Peters, die bovenop alle geheimen van de ontspoorde opsporingsmethode van politie en justitie zat. De hoofdredacteur van Vrij Nederland, Joop van Tijn, complimenteerde Jos, toen hij net met Louise omging, met zijn ‘geslaagde infiltratie operatie’. Jos, zes jaar geleden in een terugblik in VN: ‘Ik liet hem in die waan. Dat hier sprake was van Echte Liefde, zonder journalistieke bijbedoelingen, zou Joop toch niet hebben geloofd. Inmiddels duurt mijn vermeende undercoveractie al bijna twintig jaar, waarvan achttien in huwelijkse staat.’
Jos Slats maakte nooit ruzie. Hij luisterde geduldig maar wist waarnaar hij op zoek was. Geen kritische vraag ging hem te ver. Als journalist was hij zo’n steen waaraan de democratie zich moet blijven slijpen.


Praat mee