Nieuwe bevoegdheden Israëlische politie: journalisten oppakken op “strategische verdedigingslocaties”
Buitenlandse media moesten tot eind vorige week toestemming vragen aan de Israëlische militaire censor voor ze beelden naar buiten mochten brengen van bijvoorbeeld een locatie waar een raketinslag is geweest. Zonder toestemming zou dat anders een strafbaar feit zijn. Er is nu nieuw beleid: journalisten kunnen worden opgepakt enkel wanneer ze raketaanvallen "op of in de buurt van strategische verdedigingslocaties" documenteren, waarschuwt de Israëlische krant Haaretz in een hoofdredactioneel commentaar.
De krant beschrijft de Israëlische stap “als een aanval op de Israëlische persvrijheid, onder het mom van oorlog”.
Agenten hebben nieuwe bevoegdheden gekregen om journalisten te arresteren als ze denken dat ze de locatie van raketaanvallen documenteren. De richtlijnen zijn niet alleen van toepassing op geheime faciliteiten. In het document staat ook: “in passende gevallen, onderworpen aan individuele discretie”. Dat wil volgens de krant zoveel zeggen als: volgens de persoonlijke interpretatie van elke politieagent, van welke rang dan ook.
Daarmee krijgt een politieagent bij het vermoeden dat een locatie mogelijk gevoelig is (zelfs als dat niet het geval is) verreikende bevoegdheden gericht tegen media. Het gaat dan om het vasthouden van journalisten voor ondervraging tot het verdenken van ernstige veiligheidsmisdaden.
Onder het mom van de bescherming van de nationale veiligheid is volgens Haaretz groen licht gegeven voor het gebruik van willekeurig geweld tegen journalisten. De Unie van Journalisten in Israël noemde de nieuwe instructies terecht “de laatste nagel aan de doodskist van de persvrijheid in Israël” en eiste dat de nieuwe richtlijnen worden ingetrokken.
Ook het Comité ter Bescherming van Journalisten (CPJ) is gealarmeerd door de maatregelen. “We zijn diep bezorgd over de escalerende inspanningen van de Israëlische autoriteiten om de persvrijheid te onderdrukken door middel van censuur en intimidatie”, zei Sara Qudah, regionaal directeur van het CPJ.


Praat mee