Israëlisch leger gebruikt geweld tegen New York Times-journalist in Jerusalem
Een journalist van de New York Times is door een soldaat van het Israëlische leger mishandeld. De soldaat richtte daarnaast een wapen op een andere collega. De twee hielden interviews op een welkomstfeest voor een eerder die dag vrijgelaten Hamas-lid. De krant heeft protest aangetekend; Israël heeft een onderzoek toegezegd.
De mishandeling vond plaats in een buitenwijk van Jerusalem, waar Ashraf Zughayer door vrienden en familie werd verwelkomd.
Zughayer werd in 2002 veroordeeld voor het verlenen van hulp aan terroristen, die later dodelijke aanslagen pleegden. Afgelopen zaterdag kwam hij vrij na een gevangenruil, waarbij Hamas vier gegijzelde Israëlische militairen vrijliet. Israël liet in ruil daarvoor bijna 200 gevangenen gaan, waaronder Zughayer.
Welkomstfeest
NYT-journalist Aaron Boxerman was samen met collega Natan Odenheimer bij het welkomstfeest om interviews af te nemen. Volgens de krant waren op het feestje enkel mensen in burgerkleding aanwezig en werden er geen Hamas-vlaggen opgehangen.
Eerder op de dag was Zughayers vrijlating wel gevierd met een optocht waarin Hamas-vlaggen werden getoond. Dat is in Israël verboden - het leger stelde later dat Zughayers broer om die reden werd gezocht en uiteindelijk opgepakt.
Soldaten drongen rond half zes ‘s avonds de binnenplaats binnen, meldt de krant. Nog voor Boxerman zich als journalist kon identificeren werd hij met een geweerkolf in zijn ribbenkast geslagen. Hij zou daarbij een flinke bloeduitstorting hebben opgelopen, schrijft de New York Times.
Medewerking
Collega Odenheimer vertelde de soldaat dat ze journalisten waren. De soldaat stelde met een vloek dat hem dat niets interesseerde, aldus de journalisten. De soldaten richtten hun wapens op andere aanwezigen om ze tot medewerking te dwingen.
Het Israëlische leger IDF zegt het incident te onderzoeken en “betreurt het als journalisten tijdens deze operatie gewond zijn geraakt”.
IDF herhaalde dat “onschuldige burgers en journalisten” nooit het doelwit zijn. Meer bij New York Times


Praat mee