— donderdag 2 april 2026 16:15 | 0 reacties , praat mee

In Memoriam Rob Zijlstra: Vriend, vrijbuiter en journalistiek romanticus

In Memoriam Rob Zijlstra: Vriend, vrijbuiter en journalistiek romanticus
© privéfoto

Dagblad van het Noorden-journalist Rob Zijlstra overleed 26 maart jongstleden in Groningen. Hij werd 62 jaar. RTV-Noord-verslaggever Remco in 't Hof blikt terug op 42 jaar vriendschap en journalistiek. Laatste wijziging: 3 april 2026, 13:48

Onze eerste ontmoeting vond plaats op de Academie voor Sociale en Culturele Arbeid aan de Korreweg in de stad. 42 jaar geleden. Toen een links bolwerk voor wereldverbeteraars. Rob nam al gauw een andere afslag, ik studeerde af.

Maar in 1991 werden Rob en ik collega’s bij het Nieuwsblad van het Noorden. Hij had die weg afgelegd via beginnen als leerling-journalist bij de Noorderkrant, daarna de Leekster Courant om vervolgens bij het toen grote ‘Neisblad’ aan de slag te gaan. Hij als regio-verslaggever; ik als redacteur op de binnen- en buitenlandredactie. De krant was toen nog een ‘meneer’ en wat gedrukt stond was waar.

Rob ontpopte zich tot een echte nieuwsjager en een journalistieke romanticus. Hij voelde zich soms ook beter dan anderen: hij deed zich voor als een soort Simon Carmiggelt, die stukjesschrijver voor het Parool. Ook Rob bleef - vaak met mij - te lang in het café hangen, kwam te vaak te laat thuis. Maar wel altijd met een bierviltje in z’n binnenzak met een mogelijke primeur of verhaal voor de volgende dag. De voorpagina was heilig voor Rob. Alles voor de primeur. Lag de krant op straat, dan ging Rob op het terras of in café De Brasserie gluren naar de mensen die zijn krant lazen.

Rob werd politie-verslaggever. Kind aan huis was hij op het bureau. En luis in de pels van het korps en de bandieten. Hij had informanten aan beide kanten van die lijn. Dan zei hij: “Rem, we moeten vanavond naar het café, naar het Land van Belofte, daar zit een gast, die weet veel”. Dat café genoot in die tijd een nogal bedenkelijke reputatie.

Hij werkte niet die 36 uur die de cao hem voorschreef. Rob stond altijd aan: zoekend, bellend en spiedend naar een verhaal. Met oud en nieuw was hij meestal ook aan het werk. Hij wilde het jaarlijkse treffen in Hoogkerk tussen jeugd en ME niet missen. Op 30 december 1997 stond hij bij politicus Sjon Lammerts in de woonkamer, kort nadat zijn ruiten waren ingegooid. Het was het begin van wat de Oosterparkwijkrellen is gaan heten. Man, man, man, wat haalde hij jaloersmakend vaak de voorpagina.

Dat autonome vrijbuitersleven paste hem als een jas. Daar vonden wij elkaar samen in. Als het niet echt was, was het nep, als het niet mooi was, was het lelijk. Als het niet deugde moest dat aangepakt worden. Vergaderen deed hij niet. Leidinggeven, hij moest er niet aan denken. Voor menig chef was hij een pain in the ass. Hoezo functioneringsgesprek? Het staat toch zeker op de voorpagina!

Man, man, man, wat haalde hij jaloersmakend vaak de voorpagina

Jazz
Ontspanning en passie vond hij in de jazzmuziek. Daar waar de piep piep knor-klanken te horen waren, was Rob. Dan zei hij: “Rem, Jazzmuziek is voor mannen, maar heel weinig vrouwen snappen dat!” Woke bestond nog niet.

In de glorietijden van Jazzcafé de Spieghel in de Groningse Peperstraat kwamen daar internationale sterren als Ben Webster, Philly Joe Jones, Big Jay McNeely, Arnett Cobb en Jimmy Raney over de vloer. Op een dag zei hij: “Rem, weet je hoe bijzonder dat is? Daar moet een boek over komen”. En zo geschiedde.

In 1995 verscheen ons boek ‘The Saddest Place’, een kleine geschiedenis van dit grote en roemruchte jazzcafé. Avond aan avond tekenden wij de ooggetuige-verhalen op en filosofeerden wij er in een dranknevel op los - net zoals die jazzcats dat deden. Het werd natuurlijk een prachtboek, een collectors-item. Van de hoofdrolspelers van toen leeft bijna niemand meer.

Na jaren van beïnvloeding wist ik hem qua muziek een beetje mijn kant op te krijgen. En zag hij ook eindelijk de betekenis in van Bob Dylan, Neil Young, Leonard Cohen en Nick Cave.
We reisden met zijn camper naar Hamburg om Carlos Santana te zien, naar Amsterdam om Bob Dylan te bekijken. Zei dan doodleuk: “Zeg Rem, die Bob lijkt me wel een beetje overschat… Met zijn zeurstem.”

Na een concert van mijn Amerikaanse muziekheld Steve Earl in de Oosterpoort, verraste hij mij aangenaam door een foto van mij en mijn held te willen maken. Hij begreep hoe belangrijk dit moment voor mij was. Steve Earl gaf ons een hand en Rob pakte zijn telefoon. En sprak de legendarische woorden: “I don’t like your music, but my friend does”.

De foto hangt op mijn werkkamer en elke keer als ik ernaar kijk moet ik glimlachen om die tactloze, eigengereide krullenbol.

Oorlogsverslaggever
Ergens in de jaren negentig probeerde hij zijn horizon te verbreden bij de toenmalige GPD, een persdienst voor de verzamelde regionale kranten. Hij moest naar Albanië, want er dreigde een internationaal conflict en dat zou grote gevolgen voor Nederland kunnen hebben. Dit hachelijke avontuur bracht hem naar een aftands hotel in hoofdstad Tirana, waar alleen de receptionist een beetje Engels sprak. Onder de toonbank stond nog een faxapparaat. Hij belde mij: “Rem, kan jij daar in Nederland even kijken wat er hier in Albanië gebeurt? Is er nog nieuws? Ik durf de straat niet op. En niemand spreekt hier Engels”.

Ik faxte hem een paar persberichten van het internationale persbureau Reuters en verzamelde wat knipsels uit de Volkskrant. Op basis van die informatie tikte hij een verhaaltje voor de krant. Onze jonge oorlogsverslaggever wist daarna niet hoe snel hij weer naar huis moest.

Hoezo functioneringsgesprek? Het staat toch zeker op de voorpagina!

Suriname
Suriname is een ander verhaal. Hij voelde zich soms een Surinamer. Hij liep thuis altijd op blote voeten en het liefste op van die Havaianas-slippertjes, bereidde het liefst pittige roti kip. Als hij echt ging uitpakken maakte hij het traditionele gerecht pom met parbobier.

Hij dweepte met Suriname: de jungle, de mensen. Hij zei dat hij zich daar thuis voelde. Dat komt, denk ik, omdat hij deels is opgegroeid n in de Surinaams-Javaanse gemeenschap in Delfzijl. Hij hield zijn leven lang een zwak voor dat mooie land waar hij, als zijn werk dat toeliet, graag naartoe ging. Bouterse, Brunswijk, de Decembermoorden, het intrigeerde hem mateloos.

Het liefst had hij er correspondent voor Nederland willen zijn. Hij zei dan: “Rem, dan tik ik mijn stukje vanuit de hangmat, ga ik bananen kweken en neem ik een buitenvrouw”. Uiteraard was dat voordat hij zijn grote liefde Chris ontmoette.

Economie-redactie
Kort werkte Rob op de economieredactie bij wat toen Het Dagblad van het Noorden werd. Dat was niet zijn nieuwe roeping, om het mild uit te drukken. Hij kwam daardoor vaak in Delfzijl waar hij was opgegroeid. En in de Eemshaven, wat toen nog een desolate vlakte was. Hij zei dan: “Rem, ik ben toch ook helemaal geen econoom? Wat moet ik met bedrijven, faillissementen en jaarcijfers?”

Groots en meeslepend is het daar in de Eemshaven niet geworden. Het was de voorbode voor een nieuwe afslag in zijn journalistieke werk.

Ikzelf ging in die jaren aan het werk bij concurrent RTV Noord. Dat vond hij helemaal niks, Hij keek ook niet naar RTV Noord. En zei dan: “Rem, dat is toch geen journalistiek? Dat is televisie”.  Ja, hij kon ook streng zijn.

Dan zei ik: “Robbie, de krant is ten dode opgeschreven. Hij is geen meneer meer, maar een vriendelijk vriendje in de regio. Straks leest niemand jouw stukje nog.” Maar dat klopte niet, hij heeft het tegendeel bewezen.

Trouwen
Ondertussen raakten wij onze wilde haren wat kwijt; zijn zwarte krullen werden wat grijzer. Ik verhuisde als eerste van de stad naar het platteland. Rob kon wat moeilijker afscheid nemen van zijn stad, maar volgde op de voet. Hij bezweek uiteindelijk ook voor een burgerlijk bestaan in de luwte, want op een dag zei hij: “Rem, ik ga trouwen met mijn grote liefde, zij is het beste wat mij ooit is overkomen. Wil jij mijn getuige zijn?”

Er kwamen twee prachtige zonen voor hem en twee mooie dochters voor mij. We werden samen bestuurslid van Molen Hunsingo in Onderdendam. Terwijl de wieken van de molen draaiden, rookten wij sigaren en dronken we jenever op de omloop. We keken uit over het Boterdiep en in de verte zagen we de Martinitoren. Het leven was goed.

Rechtbankverslaggever
In zijn functie als rechtbankverslaggever werd het wel groots en meeslepend. Hij was er als de kippen bij, toen de nieuwe digitale wereld zich aan hem openbaarde. Hij zag nieuwe kansen en pakte ze. Hij begon een rechtbankvlog, bouwde eigenhandig een website, twitterde zich een slag in de rondte. Hij werd een merk met volgers, lezers en fans. Hij won prijzen en zijn columns verschenen in boekvorm.

Zijn wekelijkse rechtbank-column in de zaterdagkrant van het Dagblad van het Noorden werd zijn magnum opus. Dan kwam hij op donderdagmiddag bij mij gehaktballen eten en een kleintje bier drinken. Hij pitchte dan zijn column over een opzienbarende rechtszaak. En zei bijvoorbeeld: “Rem, de verdachte had toevallig net een koekenpan in z’n hand, toen z’n vrouw hem vertelde dat ze wilde scheiden… Dan zou jij toch ook slaan?”

Hij had altijd oog voor de underdog, met enorm rechtvaardigheidsgevoel voor de minder bedeelden en de verschoppelingen van deze aarde. Hij was solidair en empathisch. Misschien in z’n stukjes nog wel meer dan in het echt.

Hij werd een merk, met volgers, lezers en fans

Cold cases
Hij was ook dol op cold cases. Hij had in zijn zelfgetimmerde schrijvershuisje in z’n achtertuin een eigen archief opgebouwd. Dat wil zeggen, plastic mapjes met knipsels van meer dan 200 moordzaken. Een van zijn grote frustraties was dat de moordzaak van de Groningse prostituee Jolanda Meijer nooit is opgelost. Hij dacht zelf dat hij, door zijn netwerk en contacten, er een paar keer heel dicht in de buurt zat.

Er er was Chun Yan, een Groningse Chinees. Op papier bestond hij niet. ‘De man die niet bestaat’ raakte verstrikte in een net van regeltjes. Rob gaf hem met journalistiek spitwerk zijn identiteit terug en hij kreeg een verblijfsvergunning. Yan runt nu een eigen restaurant in de stad.

Wraakmoord
Hij stortte verder zich op de zaak Gerard Meesters, een wraakmoord uit 2002 in de Uranusstraat in Groningen. Hij beet zich met alles wat hij in zich had erin vast. Het OM dacht de moord in 2002 te hebben afgerond. Ze hadden buiten Rob gerekend. Een stroom van artikelen en voorpaginastukken volgden. De complexe en gruwelijke moordzaak had hem in z’n greep.

Hij ging naar Parijs om de uiteindelijke opdrachtgever, een drugsbaas uit Engeland, bij de rechtszaak te zien en te horen. Hij bouwde een vertrouwensband op met de kinderen van het slachtoffer, Koen en Annemarie. Rob wist ze ook zo ver te krijgen om mee te doen met de succesvolle podcast ‘De moord op mijn vader’.

En toen hield het op.

Drie jaar geleden werd hij door een hersenbloeding gevloerd. Hij verloor zijn kracht, zijn levenslust, zijn stem, maar vooral zijn taal. De man van het woord, van de voorpagina, de stukjestikker, kwam terecht in ziekenhuizen en revalidatiecentra.

Het werd een lange, lange lijdensweg. Ik bracht hem roti-kip en gehaktballen. We dronken alcoholvrije Texelse Skuumkoppe. En omdat hij niet meer kon tegensputteren, zette ik hem voor de tv. Om eindelijk samen RTV Noord te kijken.

Rob Zijlstra (15-10-1963 / 26-3-2026) werd geboren in het Friese Ried. Groeide op in Delfzijl en woonde in Groningen en in Onderdendam. Hij werkte bij de Noorderkrant, Leekster Courant en Nieuwsblad van het Noorden dat opging in Het Dagblad van het Noorden. Zijn gebundelde colums verschenen als Zittingzaal 14 bij Uitgeverij Passage in Groningen. Hij trouwde met Chris Hazelhoff en heeft twee zonen: Kars en Noek.

Remco in ‘t Hof, (1965) geboren in Zeven (Duitsland) was collega van Rob bij het Nieuwsblad van het Noorden. Samen schreven zij het boek The Saddest Place, dat verscheen bij Uitgeverij Passage. Remco woont en werkt in Groningen als tv-journalist en programmamaker bij RTVnoord en Omroep MAX. Daarnaast is hij docent. Hij schreef boeken over Groningen, over hennep en over Berlijn. Iris en Lis zijn zijn twee dochters.

Bekijk meer van

Rob Zijlstra
NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee