— maandag 18 augustus 2025 08:10 | 0 reacties , praat mee

Het eerste Nederlandse Journalistiek Festival: ‘We willen dat journalisten zich thuisvoelen in hun vak’

Het eerste Nederlandse Journalistiek Festival: ‘We willen dat journalisten zich thuisvoelen in hun vak’
De organisatie van de eerste editie van het Nederlands Journalistiek festival (vlnr): Karlijn Goossen, Jesse Beentjes en Wytse Vellinga.

Op 12 en 13 september probeert iedere zichzelf respecterende journalist in Deventer te zijn om de eerste editie van het Nederlandse Journalistiek Festival bij te wonen. Villamedia sprak met oprichters Karlijn Goossen, Jesse Beentjes en Wytse Vellinga. Laatste wijziging: 18 augustus 2025, 14:56

Het moest toch mogelijk zijn? Een meerdaags journalistiek festival dat sterke inhoudelijke sessies en workshops met waanzinnige netwerkmogelijkheden verbindt? Net als het jaarlijkse International Journalism Festival in Perugia, maar dan in Nederland?

Voor Goossen, Beentjes en Vellinga zat er maar één ding op om antwoord op die vraag te krijgen; ze gingen het festival gewoon organiseren. Een prestatie van formaat, want ze organiseerden het festival naast hun werk als respectievelijk genrecoördinator Journalistiek bij de NPO, redactioneel strateeg en teamlid van de ombudsman van de publieke omroepen.

Wat zijn jullie verwachtingen van het festival?

Karlijn Goossen (KG): “Ik ben vooral benieuwd of collega’s die niet in leidinggevende rollen zitten het zich zullen veroorloven om te komen. Dan bedoel ik de collega’s die in de daily grind van hun journalistieke organisatie zitten en toch denken: ‘Ik gun mezelf die twee dagen. Het is dichtbij en er zit veel in het programma waar ik wat aan heb.’”

Jesse Beentjes (JB): “Ik hoop dat we de gewekte verwachtingen waar kunnen maken. Het festival is misschien net iets meer houtje touwtje dan mensen gewend zijn uit de sector? Het wordt iets losser en informeler. Minder gelikt, minder chic, meer mensen onder elkaar.”

Wytse Vellinga (WV): “We hebben naast een communicatiemedewerker ook een goede producer die het professionele niveau omhoogtrekt. Wat dat betreft is het voor een eerste keer wel strak en goed georganiseerd. Ik heb daar alle vertrouwen in.”

JB: “Productioneel maak ik me daar ook geen zorgen over. Maar we zijn wel een nieuwe partij en hebben ons tussen alle gevestigde media en belangengroepen gepositioneerd.”

Op welk moment besloten jullie om er een tweedaags evenement van te maken?

JV: “Die discussie heeft ongeveer drie minuten geduurd.”

JB: “Ik zat er aanvankelijk een beetje conservatief in en vond dat we het bij één dag moesten houden. Dan zou het overzichtelijk en binnen budget blijven. Maar er kwam vanaf het begin zoveel animo en ideeën onze kant op. En onze Raad van Advies zei vrij unaniem dat je eigenlijk twee dagen moet gebruiken om een festival goed neer te zetten.”

WV: “Een dag vervliegt te makkelijk. Twee dagen vragen een bepaalde betrokkenheid van mensen. We willen dat de bezoeker denkt: ‘Hier maak ik ruimte in mijn agenda én in mijn hoofd voor.’”

JB: “En tot nu toe hebben verreweg de meeste mensen zich voor beide dagen aangemeld.”

Het aantal aanmeldingen voor een gratis evenement zegt niet alles over de daadwerkelijke animo

WV: “Het commitment is minder groot als wanneer je een kaartje koopt. Maar gezien het enthousiasme waarmee mensen zich aanmelden en de follow up-vragen die komen, maak ik me geen zorgen. We hebben nu zo’n vierhonderd aanmeldingen en veel namen komen mij niet bekend voor. Dat zijn mensen die ik nooit eerder ben tegengekomen op conferenties of festivals. En dat is precies ons doel. Ik denk dat 90 procent van de aanmelders zal komen opdagen.”

JB: “Ik hoorde vandaag nog van een hoofdredacteur dat hij het festival bij al zijn redacteuren onder de aandacht zal brengen met de boodschap: ‘Ga naar dat festival.’ Ik hoop dat anderen dit voorbeeld zullen volgen. Want er zijn genoeg collega’s die voelen dat ze hier geen tijd voor hebben. We willen mensen zo graag van hun redacties wegslepen en ze met vakgenoten over het vak laten praten in deze prachtige oude stad.”

Het door jullie samengestelde programma richt zich met nadruk op vakgenoten die ook echt journalistieke producten in de brede zin maken, in plaats van op leidinggevenden of op exclusieve journalistieke functies. Hebben jullie dat bewust gedaan?

JB: “We besloten vooraf dat we ons met name wilden gaan richten op collega’s die niet aan de overlegtafels op redacties zitten, die niet alle conferenties aflopen en die ook niet ieder jaar naar Perugia kunnen afreizen. Voor beleidsmakers ligt er al een infrastructuur, die weten elkaar te vinden. Dat is ook goed en belangrijk. Maar toen ik nog op redacties werkte vond ik het altijd jammer dat ik alleen maar mensen van mijn eigen titel sprak. Ik was altijd geïnteresseerd in hoe collega’s van andere titels hun werk aanpakken.”

WV: “Het is ook te gek om te zien dat de inzendingen voor het organiseren van sessies en workshops van zoveel verschillende partijen afkomstig zijn.”

KG: “Je ziet het ook terug bij het aantal individuele makers dat zich heeft aangemeld om workshops te geven. Het festival voelt nu al als een plek die daadwerkelijk van iedereen is en we hopen dat ook door te zetten naar toekomstige edities.”

WV: “Dat is tegelijkertijd ook het lastige; het festival is ván iedereen en vóór iedereen. Maar we zijn een kleine organisatie. Ongetwijfeld zijn we dus bij het samenstellen van het programma mensen vergeten of hebben we organisaties over het hoofd gezien. Dat is een leerpunt met het oog op volgend jaar.”

JB: “Ik vind het tof dat veel aanwezige media hun diensten niet alleen voor hun eigen mensen, maar voor het hele vak aanbieden en een kijkje in hun keuken willen geven. We voelen ook allemaal de noodzaak van deze houding.”

We gaan ons op 12 en 13 september natuurlijk tegoed doen aan de sessies en workshops, maar rond half vijf breekt een net zo belangrijke fase van het festival aan; het netwerken. Wat adviseren jullie vakgenoten die het spannend vinden om een hoofdredacteur, uitgever of bekende journalist aan te spreken?

JB: “Daar zit een grappig spanningsveld. Journalisten durven alles aan iedereen te vragen, maar elkaar benaderen is eng. Wat ik zou willen zeggen tegen mensen die schroom voelen om iemand aan te spreken; het is niet voor niets dat die uitgevers en hoofdredacteuren in Deventer zijn. Die willen ook met jullie in contact treden. Maak daar gebruik van.”

KG: “En behoor je tot die groep van ervaren journalisten, neem dan ook de verantwoordelijkheid om een collega aan te spreken die alleen staat en verplaats je vooral in die starter die het spannend vindt. Stel iemand voor in een gesprek of nodig mensen uit om mee te gaan als je met een groep uit eten gaat.”

JB: “Het zijn juist dit soort softlinks tussen mensen die elkaar niet kennen die we willen stimuleren. Er zullen bijvoorbeeld rijen ontstaan voor de locaties waar we sessies en workshops organiseren. Dat zijn uitgelezen plekken om met elkaar in gesprek te gaan.”

Geef eens een paar tips om succesvol te netwerken.

JB: “Stel een geïnteresseerde vraag. Probeer erachter te komen wat iemand doet. Of vraag na een sessie: ‘Wat haal jij hier nou uit?’ Denk niet: ‘dat is een handig contact, want ik wil nog weleens daar werken’. Zie mensen als mensen en behandel ze zoals je zelf ook behandeld wil worden.”

KG: “In Perugia vraag ik weleens aan mensen waar je de lekkerste koffie of het lekkerste ijs kunt halen. Dat is een fijne gespreksopener. Maar in Deventer kun je natuurlijk ook een vakgenoot vragen waar je goed kan lunchen.”

JB: “En voel je niet te goed! Toen ik voor het Parool werkte konden collega’s van landelijke kranten weleens badinerend doen. Ik hoop heel erg dat we dat los kunnen laten op het festival. Iedereen is journalist en iedereen voelt de uitdagingen van deze tijd in zijn nek hijgen.”

WV: “En voel je ook niet te klein. Journalisten van lokale omroepen denken vaak dat dit soort evenementen niet aan hun besteed zijn. Maar neem jezelf alsjeblieft serieus!”

JB: “Uit internationale onderzoeken blijkt dat heel veel sleutels voor journalistieke innovatie juist op lokaal niveau liggen. Dat is ook een bewustzijn waarvan ik hoop dat we dit als hele sector tijdens het festival kunnen voelen. Wij proberen het netwerken verder te stimuleren met behulp van een aantal meet-ups.”

KG: “Dat geldt ook voor de adviesgesprekken en de managementclinics die we organiseren. Het festival concentreert zich echt op wisselwerking tussen alle lagen en rollen binnen de journalistiek.”

Wanneer is dit festival voor jullie geslaagd?

KG: “Als iemand volgend jaar weer wil komen en iemand meeneemt. Ik hoop verder dat we mensen het vermogen geven om zich thuis te voelen binnen hun vak.”

WV: “Het zou mooi zijn als journalisten door het festival de kans voelen om na te denken: ‘wat doe ik eigenlijk en waarom doe ik dat?’ Even uit de rijdende trein stappen en kijken hoe die zich voortbeweegt. En naar huis gaan met het gevoel: wij zijn samen met iets moois bezig.”

JB: “Ik hoop dat ik, net als in Perugia, een gevoel van belonging krijg. Dat je samen beseft: we delen dezelfde waarden en hebben hetzelfde doel. We voelen ons allemaal weleens eenzaam tijdens ons werk. Laat dit festival ervoor zorgen dat we ons, buiten de redactionele routine om, thuis voelen binnen de journalistiek.”

Het Nederlands Journalistiek Festival (NLJF) vindt dit jaar op 12 en 13 september op diverse locaties in de oude binnenstad van Deventer plaats. Er worden onder meer panels, lezingen, workshops, live journalism-theater, en filmvertoningen georganiseerd.

De workshops zijn bijna allemaal vol, voor de overige sessies kun je je niet inschrijven. Het verzoek is om tijdig op de bewuste locatie te verschijnen.

Het festival is gratis, maar de organisatie verzoekt wel om je van tevoren in te schrijven.

NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee