Filmmaker Sakir Khader: ‘Ik kanaliseer mijn pijn door werk te maken over alle ellende in Palestina’
De Palestijns-Nederlandse documentaire-fotograaf en filmmaker Sakir Khader komt makkelijk binnen in werelden die normaliter gesloten zijn. Met zijn indringende zwart-wit beelden brengt de Zilveren Camera-winnaar van 2023 de relatie tussen leven en dood in conflictgebieden tot leven. ‘Het ontroerde me altijd als ik de verhalen over de holocaust hoorde, zo erg vond ik dat. Maar nu wordt mijn volk door een deel van hun nakomelingen onderdrukt en vermoord.’ Klik linksboven op de openingsfoto om door zijn portfolio te bladeren.
Vlaardingen
‘Daar liggen al mijn jeugdherinneringen. Ik was veel buiten én zat ook uren in de bibliotheek tegenover mijn huis. Eindeloos door boeken bladeren vond ik heerlijk. Ik weet nog dat ik een fotoboek zag over de Tweede Wereldoorlog. Met foto’s van concentratiekampen en gigantische massagraven. Ik werd daar enorm door geraakt. De oorlog in Palestina was toen al gaande en zag ik thuis iedere dag voorbijkomen op televisie. Toen ik dat fotoboek zag zei ik tegen mezelf: dit wil ik ook. Later wil ik de wereld laten zien wat er in Palestina gaande is.’
Palestijn
‘Iedere zomer gingen we naar Palestina. Dan zaten we opeens midden in de onrust. Want ook wij moesten door checkpoints, maakten nachtelijke invallen mee en hoorden gevechtsvliegtuigen en helikopters overvliegen. Achteraf denk ik: best beangstigend eigenlijk. Maar als kind vond ik het vooral spannend en was ik me helemaal niet bewust van de impact die het geweld had. Dat veranderde in 2002 toen de Israëli’s mijn neefje en beste vriend Kosay doodschoten. Iedere zomer waren we hele dagen samen. Toen ik in 2003 langs de granaatappelboom liep waar we altijd onder speelden, kwam dat verlies keihard binnen.’
Oorlog
‘Ik heb nooit vrede gekend en zal nooit vrede kennen. Stabiliteit bestaat niet in mijn leven, in mijn wereld. Ook al ben ik in Nederland, mijn hele leven wordt door de oorlog bepaald. Ik zat in een restaurant toen een vriend me appte: Jenin (een Palestijnse stad op de Westelijke Jordaanoever, red.) wordt aangevallen. Nog geen minuut later krijg ik een bericht: een van onze vrienden is geraakt. Een uur later hoor ik dat hij is omgekomen. Wat doe je dan, terwijl je in Nederland zit te eten? Meestal verberg ik mijn verdriet. Ik kan niet meer huilen als iemand omkomt, omdat het er teveel zijn. Mijn tranen zijn op. Als ik zou moeten terugvliegen voor elke begrafenis van familieleden of vrienden zit ik elke week in Palestina. Ik kanaliseer mijn pijn door werk te maken over alle ellende die daar gaande is.’
Therapie
‘Nee, dat is niet nodig. Stopt een slagaderlijke bloeding als je daar een pleister op plakt? Nee. Je kan zo’n grote open wond niet hechten. Daarom heeft therapie geen zin. Zelfs als de oorlog nu stopt is het niet voorbij. De pijn is te diep geworteld. Een huis bouw je weer op, maar iemands diepe pijn is niet te helen. Wat betekent dat voor onze toekomst?’
Een paar keer ben ik op een haar na gemist door een scherpschutter, dus ik ken het risico. Ik had negen kattenlevens, maar heb er nog vier
Objectiviteit
‘Er wordt mij vaak gevraagd of ik objectief ben. Ik moet me altijd verantwoorden op dat gebied. Dan denk ik altijd: stel je die vraag ook aan witte journalisten? Ik laat zien wat er gaande is in Palestina. We worden onderdrukt en vermoord. Dat is objectief. Of ben ik niet objectief omdat ik één kant van het verhaal breng?
Objectiviteit bestaat alleen maar als het ons uitkomt. Is het objectief als een nieuwsmedium schrijft dat er 900 Palestijnen zijn omgekomen? Ik vind van niet. Want waarom zijn ze dood? Was dat een orkaan of een meteoriet? Nee, Israël doodt 900 Palestijnen. Dat is de waarheid. Weet je, het ontroerde me altijd als ik de verhalen over de holocaust hoorde, zo erg vond ik dat. Maar nu wordt mijn volk door een deel van hun nakomelingen onderdrukt en vermoord.’
De Volkskrant
‘Ik zat op de School voor Journalistiek in Tilburg en vertelde daar iedereen dat ik oorlogsjournalist wilde worden. Volgens mij vonden ze daar dat ik te veel praatjes had, want het ging alleen maar over je diploma halen. In die tijd was de oorlog in Syrië net begonnen en ik besloot er gewoon heen te gaan. Weer terug in Nederland belde ik alle krantenredacties. Ze zeiden bijna allemaal hetzelfde: we nemen geen werk aan van freelancers die naar oorlogsgebieden gaan. Alleen Janny Groen van de Volkskrant reageerde uitgebreider, ze wilde me wel interviewen over mijn reis. Tijdens dat interview zei ik: “Ik wil helemaal niet zelf het verhaal zijn, ik wil verhalen vertellen. Heb je geen werk voor mij?” Daarop bood de Volkskrant me een stageplek aan als schrijvend journalist.’
De angst om hier weg te kwijnen is groter dan de angst om daar dood te gaan
Vluchtelingen
‘Na die stage kon ik blijven. Destijds nam - door de oorlog in Syrië - het aantal vluchtelingen toe en op een gegeven moment ontstond er crisis in Europa. Alle media schreven erover maar de meeste journalisten gingen naar Griekenland. Ik dacht: volgens mij moeten we in Turkije zijn. Met collega Anneke Stoffelen schreef ik een reeks artikelen over een mensensmokkelaar en het smokkelproces. Tijdens het maken van dat verhaal ontdekte ik hoe makkelijk ik het vond om contact te maken met die smokkelaars. Mijn kracht bleek: binnenkomen in werelden die normaliter gesloten zijn. Dat de reeks verhalen daarna werd genomineerd voor een Tegel, was mooi.’
Documentaires
‘In 2017 ging ik weg bij de Volkskrant omdat ik naar Syrië wilde. Dat vonden ze te gevaarlijk daar. GeenStijl schreef vervolgens dat ik zou zijn ontslagen, maar dat is onzin. In 2023 keerde ik weer terug bij de Volkskrant. Maar vanaf 2017 ben ik wel gaan doen wat ik wilde, door bijvoorbeeld met Tom Kleijn voor Brandpunt “De Vlucht Terug” te maken, over Syrische vluchtelingen die zich illegaal laten terug smokkelen naar hun land van herkomst. En later “De Puinhopen van Irak”, over Irakezen die achterbleven nadat het kalifaat was gevallen. Vlak nadat die documentaire werd uitgezonden, begon COVID. Ik had de hoop dat ik veel series en documentaires kon maken rond hetzelfde thema, maar opeens lag alles stil. Heel frustrerend. Ik wilde niet stil zitten, dus ben ik bij de NS gaan solliciteren als conducteur. Terwijl ik in het sollicitatieproces zat belde de VPRO. Of ik “Obada” wilde maken, over een jonge gevluchte Syrische YouTuber. Daarop heb ik de NS maar geghost…’
Gevaar
‘Het werk dat ik doe is zeker gevaarlijk omdat ik graag onderdeel word van een samenleving. Alleen dan kan ik heel intiem werk maken. Toch ben ik niet continu met gevaar bezig, het hangt er echt vanaf waar ik ben. Als je in de fysieke loopgraven staat weet je dat het gevaar op 100 meter afstand is. In bijvoorbeeld Jenin, is het subtieler. Daar gaat het leven door tot er een Israëlische special force unit de straat inrijdt en het vuur opent of er opeens gewapende drones in de lucht hangen.
Wel zorg ik dat ik altijd klaar ben om direct in actie te komen. Mijn camera’s hangen altijd om mijn nek en in de nacht slaap ik met schoenen aan. Je weet nooit waar en wanneer er een inval is. Ik ben me bewust van de gevaren, maar kan ze nooit helemaal incalculeren. Een paar keer ben ik op een haar na gemist door een scherpschutter, dus ik ken het risico. Ik had negen kattenlevens, maar heb er nog vier.’
Angst
‘Niet gaan is voor mij geen optie. De angst om hier weg te kwijnen is groter dan de angst om daar dood te gaan. Ik ben vooral bang om toeschouwer te worden van die conflicten en machteloos te zijn. Helaas kan ik de mensheid niet veranderen, maar iets maken opdat het onrecht nooit vergeten zal worden.’
Zilveren Camera
‘Daar ben ik heel trots op. Ik waardeer de erkenning voor mijn werk. Later dit jaar komt er een tentoonstelling tijdens het BredaPhoto Festival. Een jaar geleden wist ik niet eens wat dat was. En dit jaar was ik onderdeel van een expositie in FOAM. Ik moet er altijd voor vechten om opdrachten te krijgen, maar uiteindelijk is geduld een schone zaak. Dit helpt me hopelijk om steady bezig te kunnen blijven en een erfenis achter te laten. Al komen er maar tien mensen naar mijn expositie, dan heb ik tien mensen misschien op andere gedachten kunnen brengen. Met mijn werk wil ik het onrecht dat al die mensen in conflictgebieden wordt aangedaan, onder de aandacht blijven brengen. Ergens hopend dat er ooit op een dag iets gaat veranderen.’
Sakir Khader (1990, Vlaardingen)
Opleiding: School voor Journalistiek, Tilburg (niet afgerond)
Opdrachtgevers: de Volkskrant, VPRO, De Correspondent, NOS op 3, Brandpunt, Vice Media.
Documentaires: o.a. Obada, Het verzet van Beita, de echo van Chora, De puinhopen van Irak.
Prijzen: De Zilveren Camera – Portret Enkel (2022), Zilveren Camera (2023) voor de serie Het leven op de Westbank voor 7 oktober.


Praat mee