— vrijdag 9 oktober 2009 23:36 | 0 reacties , praat mee

Er was eens een… journalist/kinderboekenschrijver

Er was eens een… journalist/kinderboekenschrijver
© Ton Koene

Overdag schrijven ze nieuwsberichten, interviews en reportages, maar in hun vrije tijd werken ze aan verhalen over zwerfhondjes en kusjeskrokodillen. ‘Mezelf introduceren als kinderboekenschrijver? Dat zou ik dus nóóit doen.’ Laatste wijziging: 14 februari 2013, 20:52

Het is mogelijk: pak ‘m beet twintig kinderboeken schrijven en vervolgens als kinderboekenschrijver een beperkte bekendheid genieten. Want het is maar de vraag of je geluiden van herkenning oogst wanneer je de oom van Adri ter sprake brengt. Maar roep ‘Klootwijk aan Zee’ en de kans is flink groter dat je gesprekspartner begrijpt over wie je het hebt. ‘Klootwijk aan Zee, dat is toch dat televisieprogramma met die man die de dijk af fietst om te ontdekken dat Zeeuwse mosselen eigenlijk uit Ierland komen?’ Wouter Klootwijk zit er niet mee. ‘Ik ben puur een journalist en ik voel me een beetje een schrijver, maar dan wel eentje zonder literair gedoe.’

De journalistiek op de eerste plaats, de kinderboekenschrijverij als nevenactiviteit; Klootwijk is geen unicum. ‘Mezelf introduceren als kinderboekenschrijver? Dat zou ik dus nóóit doen.’ Natalie Righton klinkt stellig. Toch verscheen in september haar vierde kinderboek. ‘Ik stel mezelf altijd voor als journalist. Het schrijven van kinderboeken doe ik erbij.’

Righton werkt op de internetredactie van de Volkskrant; bij Lemniscaat publiceert ze educatieve kinderboeken. Ze begon met schrijven nadat ze voor Kidsweek een serie had gemaakt over stoere beroepen en een uitgeverij interesse toonde. Ooit wil Righton zich trouwens wel wagen aan het schrijven van fictie. ‘Maar dat is een compleet ander genre en niet te vergelijken met het tikken voor de krant.’

Dat inzicht deelt Righton met Anne Marie Hoekstra. Toen haar eerste kind werd geboren, zegde ze haar baan bij De Dordtenaar op en begon zij thuis vol optimisme aan een kinderboek. Maar al snel stuitte ze op problemen. Hoe creëer je bijvoorbeeld levensechte personages? En hoe verzin je een goed plot? ‘Uiteindelijk had ik een pakket A4’tjes in mijn handen, waarvan ik wist dat het niet goed was. Toen heb ik me ingeschreven voor een cursus Creatief Schrijven.’ Hoekstra heeft nu weer een baan in de journalistiek, bij een nieuwsblad in de Alblasserwaard. ‘Vaak beschouwen mensen het schrijven van boeken als een hobby. Lang heb ik het zelf ook zo gezien, met name omdat je er zo weinig mee verdient. Maar in het najaar komt mijn vijfde boek uit en nu zeg ik wel dat ik behalve journalist, kinderboekenschrijver ben.’

Twee verschillende vakken dus, maar zijn die twee wel altijd goed te combineren? ‘Soms nauwelijks’, vindt Hoekstra. ‘Dan ligt het schrijven weken stil en daar baal ik dan vreselijk van.’ Righton nam twee maanden onbetaald verlof omdat ze voor de research voor haar nieuwste boek moest reizen. ‘Nu ben ik thuis bezig alles uit te werken. Dat is zwaar, ja. Het is toch een soort bevalling, een boek maken. Maar zowel in mijn artikelen als in mijn boeken leg ik dingen uit. Het zit dus wel in dezelfde sfeer. Daardoor hoef ik niet telkens om te schakelen.’ Alleen Klootwijk heeft geen enkele moeite met de combinatie. ‘Ik reis nogal veel voor mijn werk. Tijdens die reizen heb ik de tijd om te dromen en die dromen schrijf ik op. Maar mijn doelgroep bestaat uit jongere lezers, dat scheelt natuurlijk. In mijn boeken zitten wel honderden uren piekeren, maar niet zo vreselijk veel schrijfwerk. Op het moment ben ik te druk, maar zodra het gaat regenen, ga ik er weer voor zitten.’

Het combineren van de journalistiek en de kinderboekenschrijverij is voor Rob Ruggenberg geen issue. Bijna drie decennia lang, tot halverwege de jaren ’90, werkte hij als journalist, onder meer voor Trouw en Brabants Dagblad. Nu schrijft hij voor Querido historische jeugdromans. Zijn debuut uit 2006 kreeg een eervolle vermelding van de Griffeljury.

En toch, in Ruggenberg schuilt nog altijd een journalist. ‘Ik heb nooit helemaal afscheid genomen van het journalistieke uitleggen.’ Vandaar dat achter in al zijn boeken een uit boeken leg ik dingen uit. Het zit dus wel in dezelfde sfeer. Daardoor hoef ik niet telkens om te schakelen.’ Alleen Klootwijk heeft geen enkele moeite met de combinatie. ‘Ik reis nogal veel voor mijn werk. Tijdens die reizen heb ik de tijd om te dromen en die dromen schrijf ik op. Maar mijn doelgroep bestaat uit jongere lezers, dat scheelt natuurlijk. In mijn boeken zitten wel honderden uren piekeren, maar niet zo vreselijk veel schrijfwerk. Op het moment ben ik te druk, maar zodra het gaat regenen, ga ik er weer voor zitten.’ Het combineren van de journalistiek en de kinderboekenschrijverij is voor Rob Ruggenberg geen issue. Bijna drie decennia lang, tot halverwege de jaren ’90, werkte hij als journalist, onder meer voor Trouw en Brabants Dagblad. Nu schrijft hij voor Querido historische jeugdromans. Zijn debuut uit 2006 kreeg een eervolle vermelding van de Griffeljury. En toch, in Ruggenberg schuilt nog altijd een journalist. ‘Ik heb nooit helemaal afscheid genomen van het journalistieke uitleggen.’ Vandaar dat achter in al zijn boeken een uitgebreide verantwoording en woordenlijst staan en dat hij om elk boek apart een website bouwt. En vandaar ook dat hij in elk boek een primeurtje probeert te stoppen. ‘Een primeur in een historische roman, dat is eigenlijk wel raar, ja. Maar ik probeer dus iets te vinden wat nog niet in de geschiedenisboeken staat, en dat verwerk ik vervolgens in het verhaal. In ‘Het verraad van Waterdunen’ heb ik bijvoorbeeld geschreven over de mochileros; dat zijn kindslaven die tijdens de Tachtigjarige Oorlog voor de Spaanse soldaten werkten. Nog altijd krijg ik reacties van historici die vragen naar mijn bronnen. Leuk vind ik dat.’

Zelfs Ruggenbergs motivatie riekt nog altijd naar zijn oude vak. ‘Ik ben ooit in de journalistiek begonnen om een reden waar nu wel eens om wordt gelachen: ik wilde de wereld verbeteren. In feite wil ik dat nog steeds, en ik heb het gevoel dat ik daaraan bijdraag door jeugdboeken te schrijven. Ik vind het heerlijk zo te schrijven dat een blanke jongen zich kan identificeren met een zwart slavenmeisje. En omgekeerd, ik vind het heerlijk zo te schrijven dat een Surinaamse jongen zich kan identificeren met een blanke slavenhandelaar. Want op het moment dat je je kunt identificeren met je tegenstander, verandert er iets. Dan ontstaat er begrip. Als schrijver draag ik nog altijd een boodschap uit.’

Bekijk meer van

NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee