EHRM doet stevige uitspraak over België
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft België op de vingers getikt voor het gemak waarmee daar tv- en radio-uitzendingen worden verboden. Belgische rechters kiezen te makkelijk voor een verbod, zelfs als er slechts één klagende partij is - veelal het onderwerp van de uitzending. Volgens het Hof kan een verbod enkel op basis van "een zeer precieze wettekst" en die ontbreekt in België. Aanleiding van de uitspraak is een verbod uit 2001 op uitzending van het RTBF-programma Au nom de la loi over medische missers. De neurochirurg die in het programma aan bod kwam, vreesde in opspraak te komen, deed een verzoek uitzending te verbieden. De rechtbank verbood de uitzending, een beslissing die ook in beroep (en later bij het Belgische Hooggerechtshof) werd gehandhaafd. Tenzij België zijn wetgeving op dit terrein aanpast en specifieke uitzonderingen omschrijft, moet een rechter zich voortaan onbevoegd verklaren, aldus het Hof. Hoewel de uitspraak over de audiovisuele industrie ging, is volgens professor mediarecht Dirk Voorhoof van de Universiteit Gent ook de geschreven pers geholpen met de uitspraak. "Het Hof verwijt België dat rechters lukraak inperkingen op de persvrijheid opleggen die niet in de wet vastgelegd zijn. Dat verwijt geldt net zo goed voor de geschreven pers", aldus Verhoof in De Standaard.


Praat mee