— dinsdag 16 januari 2024 07:30 | 0 reacties , praat mee

De Mores: ‘Wie kiest voor de Raad, kiest niet voor de rechter’

De Mores: ‘Wie kiest voor de Raad, kiest niet voor de rechter’
© Duco de Vries

De Raad voor de Journalistiek treft maatregelen om geen toneel te zijn voor juridische tweestrijd. Het moet gaan om klager en journalist, en om de vraag wat er tussen hen mogelijk is misgegaan. Laatste wijziging: 16 januari 2024, 14:12

De Raad voor de Journalistiek is laagdrempelig. Voor de gratis behandeling van een klacht gelden maar een paar, overzichtelijke voorwaarden: zo moet de klager een rechtstreeks belang hebben en zijn klacht eerst voorleggen aan de hoofdredactie van het betrokken medium – komen zij er samen niet uit, dan is hij welkom bij de Raad.

Per 1 januari 2024 is er een bijzondere regel bijgekomen: De Raad neemt ‘geen klachten meer in behandeling van klagers die omtrent dezelfde journalistieke gedragingen juridische procedures in gang (willen) zetten, reeds hebben gezet of dat niet uitsluiten. Met het indienen van een klacht, stemt klager in met deze voorwaarde’. Kortom: ‘Wie kiest voor de Raad, kiest niet voor de rechter.’

Daarmee volgt de Raad het voorbeeld van zusterorganisaties in enkele andere landen: Canada, Finland, Oostenrijk, Spanje en het Verenigd Koninkrijk. Zij kennen al jaren vergelijkbare voorwaarden, waaraan partijen zich blijken te houden ook al is naleving niet afdwingbaar.

Het is een van de maatregelen die zijn genomen na overleg in eigen kring en met vertegenwoordigers van de beroepsgroep. Zij zijn bedoeld als antwoord op de kritiek over ‘juridisering’ van de Raad.

Een gedeelde opvatting is dat het onderscheid tussen zelfregulering en regulering helder moet zijn. De Raad beoordeelt klachten over journalistieke zorgvuldigheid op basis van de Leidraad waarin de ethische normen van de beroepsgroep zijn opgenomen. De enige sanctie is publicatie van het oordeel. De rechter spreekt zich echter uit over rechtmatigheid op basis van de wet. Hij kan rectificatie en/of schadevergoeding opleggen.

Al langer spreken journalisten het vermoeden uit dat sommige klagers de Raad gebruiken als opstapje naar de rechter. De procedure kan veel informatie opleveren, waar zij later hun voordeel mee kunnen doen. Een gunstige uitkomst kan een aansporing zijn om het ‘hogerop’ bij de rechter te zoeken of daar tenminste mee te dreigen om redacties alsnog te bewegen tot inwilliging van eisen.

Wij weten niet hoe vaak dit aan de orde is. In vonnissen geven rechters er blijk van dat zij oordelen van de Raad meewegen, maar niet hoe zwaar. Hoewel iedereen gelijk is voor de wet, is het voorstelbaar dat een rechter van journalisten een zekere beroepsethiek verwacht en dat het oordeel van de Raad hem daarbij houvast geeft.

Het is mooi dat rechters de Raad serieus nemen, maar hierdoor kan het noodzakelijke onderscheid tussen beide vervagen. De Raad is niet bedoeld als ‘voorportaal’ voor een rechtbank. Zelfregulering verdraagt zich slecht met een dreigende rechtsgang.

Wat voor de media geldt, geldt ook voor de Raad: Hoewel het aantal klachten al jaren vrij stabiel is, is er meer juridische druk. Klagers, met name degenen met zakelijke belangen, laten zich vaker bijstaan door advocaten. Zij produceren veel papier en benutten de toegemeten spreektijd tot het uiterste. Zo telde een klacht tegen een landelijk dagblad 21 pagina’s met 31 bijlages waaronder een brief aan de hoofdredactie met 68 punten. En dat is niet eens uitzonderlijk.

Een gevolg is dat redacties die het zich kunnen veroorloven, ook vaker een advocaat of bedrijfsjurist inschakelen, al was het maar om ze het werk van het opstellen van een verweer uit handen te nemen.

Het betekent ook dat de leden van de Raad, die vrijwilligers zijn, vaker een juridische tweestrijd het hoofd moeten bieden. Dan kan het meer over procedures en regels gaan en minder over de inhoud van de klacht. Dan kan het zicht op de individuele klager en journalist worden belemmerd. Het maakt de behandeling formeler dan wenselijk is.

Het kan ook afbreuk doen aan de laagdrempeligheid van de Raad. Mensen kunnen ervoor terugschrikken een klacht in te dienen, als zij de indruk krijgen dat je met een kostbare advocaat meer kans van slagen hebt.

Dit valt advocaten niet te verwijten. Zij benutten de beschikbare ruimte. Redacties moeten daar ook niet te kleinzerig over doen. Mensen die menen dat zij slachtoffer zijn van journalistieke onzorgvuldigheid, moeten verhaal kunnen halen, hetgeen natuurlijk iets anders is dan het recht misbruiken om media het zwijgen op te leggen.

De Raad heeft niets tegen juristen – ze zijn ook in eigen gelederen aanwezig. Hij wil partijen niet de mogelijkheid ontzeggen om zich te laten bijstaan door een advocaat. Het kan schelen als je weinig ervaring hebt met dit soort klachtprocedures en als emoties je daarbij ook nog in de weg kunnen zitten. Overigens hoeft het geen professional te zijn, een vriend of familielid kan ook goede diensten verlenen.

Nu wij de voorwaarde stellen dat klagers afzien van juridische procedures, zullen wij misschien minder advocaten zien. Maar zij blijven welkom. Wij vragen wel meer terughoudendheid: minder papier en meer ruimte voor het rechtstreeks stellen en beantwoorden van vragen aan beide partijen. Hoewel de Raad ook niet zonder regels en procedures kan, zoeken wij vooral het minder formele gesprek over wat er mogelijk mis is gegaan tussen klager en journalist.

Wie kiest voor de Raad, moet er wel op kunnen rekenen dat zijn klacht serieus wordt genomen. Dat betekent dat redacties niet alleen ten volle meewerken aan de behandeling, maar ook ‘ruimhartig’ gehoor geven aan een verzoek van de Raad om een conclusie (eventueel samengevat) te publiceren. Dat gebeurt in de regel, maar om misverstanden te voorkomen hebben wij het nu nog eens expliciet in Leidraad en reglement opgenomen. Zelfregulering is vrijwillig, maar niet vrijblijvend.

Ten slotte verruimen wij de mogelijkheden om herziening van een conclusie van de Raad te vragen. Dat klinkt misschien weer wat meer juridisch, terwijl het minder zou moeten worden, maar het komt erop neer dat het de moeite waard kan zijn een oordeel nog eens goed tegen het licht te houden. Bijvoorbeeld als het lijkt te wringen met eerdere uitspraken in vergelijkbare zaken of als het gaat om een klacht over een juist geheel nieuw journalistiek-ethisch fenomeen.

Een beetje zelfregulering is voor de Raad zelf misschien ook heilzaam. Als het maar niet te juridisch wordt natuurlijk.

Frits van Exter is voorzitter van de Raad voor de Journalistiek. Hij heeft geen stem bij de beoordeling van klachten. Hij verwoordt slechts zijn eigen mening.

Bekijk meer van

De Mores
NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee